woensdag 15 februari 2012

Badgasten


De stranden hier te Queensland zijn meestal leeg, omdat je toch niet de zee in kunt vanwege de potentieel dodelijke kwallen. Dat heeft tot gevolg dat de badgasten die er op het strand rondhangen soms van een soort zijn die je niet zo direct zou verwachten.

De kinderen probeerden een praatje aan te knopen, maar het gesprek liep wat stroef.


maandag 13 februari 2012

paardrijden

Paardrijden in de atherton tablelands.


zaterdag 11 februari 2012

Heel veel beesten

Na alle foto's met nauwelijks enige tekst en uitleg, nu maar eens een wat langer verhaaltje. Zoals trouwe lezertjes wellicht al begrepen hadden, is internettoegang een lastig iets hier in de bush en de outback van Australie, dus komt het maar sporadisch voor dat we tijd hebben om een goed verhaal hier op te zetten. De verbindingen zijn rampzalig, en het is ook nog eens peperduur doorgaans.
Echter, nu zitten we op een camping in Eungella, aan de rand van een hoogvlakte, uitkijkend over een dal. Op dat randje, bij de ingang van de camping staat een UMTS-telefoonmast - ja, zo'n ding waar eco-hippies doorgaans spookbang van zijn en die ze vooral niet in hun achtertuin willen hebben, uit vrees dat ze op hun vijftigste ineens dood neervallen aan hersentumor vanwege de straling die er uit komt. Het grappige is trouwens dat uit onderzoek blijkt dat zulk soort zendmasten inderdaad nogal slecht voor de gezondheid van veel onwonenden zijn, maar dat het daarbij geen fluit uitmaakt of dat ding nou echt straling uitzendt, of dat hij gewoon uitstaat en niets meer is dan een dood stuk staal. Zodat je dus kunt stellen dat de aktiegroepen die tegen zulke masten te hoop lopen vooral zelf heel slecht voor de gezondheid zijn. Waarmee maar weer eens bewezen is dat de mens het meest lijdt van het lijden dat hij vreest - maar dit terzijde.

Maar goed, onze tent staat dus op 30 meter van een telefoon/internetmast, en dit zal dan wel de reden zijn dat internet op deze camping goed en gratis is. En dat is nogal wat in een land waar ze soms vrolijk 3 dollar voor een kwartiertje online rekenen. We krijgen er dan wel hersentumoren van, maar we kunnen gelukkig eindelijk eens fatsoenlijk het internet op, om onder meer deze blog eens bij te werken.

Goed dan, een overzichtje van onze avonturen in Australie.

Na Cairns gingen we eerst uitgebreid precies de verkeerde kant op, namelijk de regenwouden van het noorden in, rondom Cape Tribulation. Daarvan is reeds uitgebreid verslag gedaan op deze blog.

Vervolgens zakten we weer af tot in de buurt van Cairns, maar dan ietwat landinwaarts op de Atherton Tablelands. Ook hier is al over bericht. Een erg mooi gebied met veel lekkere watervallen en spectaculaire beestjes. Hoogtepunten in dit gebied waren wat ons betreft Emerald Creek Falls, de Behani Gorge, en Granite Gorge voor de kinderen, vanwege de handtamme wallabies hier.

Na de tablelands zakten we dan eindelijk echt af in de richting die we op moeten: het zuiden.
Bij Etty Beach troffen we eindelijk onze eerste Cassowarie. Keer op keer hadden we de wegen en paden rond Cape Tribulation in het oerwoud doorkruist, doelbewust op zoek naar dit beest. Veel mensen die we spraken hadden ze net gezien voordat wij aankwamen, maar wij leken ze steeds te missen. Bij Etty beach was het eindelijk zo ver, terwijl we pannekoeken zaten te maken op een publieke barbecue.
Cassowaries zijn bizarre loopvogels van wel twee meter hoog met een volstrekt idiote helmachtige benen kam op hun kop. Ze lijken zich nauwelijks iets van je aan te trekken, maar toch gluurde dit exemplaar stiekem naar onze etenswaren terwijl hij op anderhalve meter langs liep. Best een eng beest zo dicht bij eigenlijk, want je weet niet hoe bedorven ze zijn door voeren, en ze kunnen heel hard schoppen en pikken.

Daarna zijn we drie nachten op Magnetic Island gebleven, in een youth hostel waar het stikte van de wallabies, waar de parkieten (rainbow lorikeets) op je hoofd gingen zitten, en waar de possums met elkaar zaten te rollebollen over de vloer van de open-luchteetzaal, omdat ze kennelijk allebei deze plek maar wat graag bij hun territorium wilden rekenen. Ook een erg mooi strandje hier (Balding Bay) waar het riviertje twee prachtige zwempoelen maakte voor in zee uit te stromen - en zonder krokodillen dit keer. Het grote nadeel van Queensland in deze tijd van het jaar is dat je niet in zee kan zwemmen (en dat bij over de dertig graden) vanwege de potentieel dodelijke kwallen die vanuit noordelijke oorden langsdrijven. Maar met zulk soort prachtige poeltjes is dat probleem ook opgelost.
Ook een echte wilde Koala gespot tijdens een vroege wandeling. Dit zijn duffe beesten die vooral in eucalyptus zitten, en die daar twintig uur per dag slapen - dus dat "wild" moet niet heel letterlijk genomen worden. De tijd dat ze niet slapen besteden ze aan het kauwen van eucalyptusbladeren en aan het uitstoten van bizarre grommende rochelende geluiden. Het deed ons een klein beetje denken aan de brulapen die we ooit in Venezuela hadden in de boom waaronder we sliepen.

Na Magnetic Island weer verder naar het zuiden, vlak boven de stad MacKay dit keer, op een nationaal park dat Cape Hillsbourough heet. Hier troffen we de eerste echte kangoeroes, en hoe. De beesten lagen gewoon naast het wc-hok van de camping te herkouwen, of ze lagen doodleuk als badgast languit op het strand te knikkebollen. En opnieuw super benaderbaar. Niet geinteresseerd in eten of gevoerd worden, maar ze liepen ook niet weg als Jitse of Ibrich steeds een stapje dichterbij kwamen. Het enige dat ze deden was quasi-ongeinteresseerd toekijken, tot de kinderen binnen letterlijk aaiafstand waren. Toen Jitse dan even z'n vacht aanraakte werd het toch te gortig, en stond de kangoeroe op om een stap verder te gaan suffen.
Ook heel veel hagedissen hier, om de twee meter schiet er een kleine of grote blauwtong weg, of iets in die geest.
Minder leuk waren de wandaden van geboefte dat huisgehouden had onder de haaien. Op het strand vonden we uiteindelijk een stuk of 7 haaien; allemaal met afgesneden rug- en borstvinnen. Het verhaal gaat dat Japanners die vangen, de vinnen afsnijden voor hun soep, en de dieren vervolgens terug in zee mieteren. Verspillende eco-vandalisme waar ik me zelf behoorlijk pissig over kan maken, en ook Jitse was behoorlijk onder de indruk. Maar ja, ik eet zelf al jaren geen vis meer omdat ik niks te maken wil hebben met die roofbouw die visserij heet.

En nu zitten we dan ten Westen van MacKay in een gebied dat Eungella heet. Een gebied dat oploopt naar een hoogvlakte, en met daarin weer mooie kloven, veel waterval, en dit keer ook mooi een platypus (oftewel vogelbekdier) gezien.

donderdag 9 februari 2012

foto's


possum



rainbow lorikeet



koala



possum, let op de buidel met jong






cassowarie, 2 meter hoge loopvogels









kookaburra

zondag 5 februari 2012

tafellanden: foto's

Hier nog wat foto's van de Atherton tablelands...


Wallabies voeren



blauwtonghagedis in jitses handen



vliegende vos (flying fox) in het vleermuisziekenhuis. Bij ons in een klap op 1 van de lijst met meest schattige beestjes



wallabie















kieviten hebben ze hier ook



Jitse besluipt een wallabie

woensdag 1 februari 2012

Tafellanden

We komen maar niet weg bij de Atherton Tablelands. Dat is een gebied dat ten Westen van Cairns ligt, en wat dus wel in de natte tropen ligt, maar dat vanwege de hoogte (900 meter of zo) een stuk minder drukkend heet is. Zoveel minder zelfs, dat het er te koud is voor krokodillen, waardoor je toch wat prettiger zwemt in de rivieren met watervallen.

We komen er niet weg omdat het een heel mooi gebied is, en omdat het weer, ondanks het regenseizoen, nog steeds prima is. Meestal droog, wel vrij veel bewolking, en af en toe eens een tropische bui. Heel wat beter dan Brisbane, wat mid-zuid aan de kust ligt, en waar we langs moeten, maar wat te kampen heeft met overstromingen vanwege het bar-slechte weer daar. Ook een reden om hier maar te blijven plakken.

Wat zijn tablelands? wilde Jitse weten. Ik heb hem uitgelegd dat mensen hier rondlopen met hoofden die aan de bovenkant plat zijn, en dat je hier met name uit moet kijken voor het tafelbekdier. Onzin natuurlijk; het heet tableland omdat het (min of meer) een hoogvlakte is.

We gaan watervallen af, we hebben een vleermuisziekenhuis bezocht, we hebben op paarden gereden en we hebben wallabies gevoerd.

De volgende keer wat foto's, die moeten nog verwerkt worden.

zondag 29 januari 2012

nog meer regenwoudfoto's

Nog wat regenwoudfoto's, zoals altijd allemaal zelf genomen.


pijlstaartvlinder



bosnimf, zelfportret



zwavel-kuif kakatoe



bosijsvogel



Ibi wordt meegesleurd door een rivier









smaragdduif, een duifje dat overal in het regenwoud voorkomt



eclectus-papegaai



In Australie zitten geen apen, maar toch hebben wij die gezien



boktor



en natuurlijk veel gekko's in en om huis, net als op Curacao en in Brazilie

vrijdag 27 januari 2012

Tropen


Portrait australische boskalkoen, gemaakt nadat hij kwam schooien om onze lychees


Nadat we eindelijk onze auto geregeld hadden, konden we plannen maken voor onze trip. Globale idee: van Cairns in bijna het puntje van de Noordoostkust van Australie, naar Melbourne helemaal in het zuidoostelijke puntje aan de kust. 2500 km.
Gedetailleerde ideeen: geen. Want met alle gedoe rond vertrek uit Nieuw Zeeland en aankomst in Australie hadden we geen tijd gehad om ook maar iets voor te bereiden.

Gelukkig zaten we in een jeugdherberg, want die hebben altijd als grote voordeel dat er aankomers EN vertrekkers zijn. Mensen die hun laatste dagen op het continent hier doorbrengen alvorens naar huis te vliegen dumpen hun spullen in de “community shelf”, en da's handig. Want we aten al vier dagen gratis van de overgebleven half aangebroken etenswaren op die shelf, maar helemaal mooi was dat er ook nog een “rough guide East coast Australia” lag. Handig dus.

En wat doe je als je enkele duizenden kilometers naar het zuiden moet rijden? Juist, je gaat dan eerst naar het Noorden. In dit geval betekent dat: de tropische regenwouden in de richting van Papua Nieuw Guinea. Het oudste tropische regenwoud ter wereld (200 miljoen jaar, zegt men) staat hier aan de noordoostelijke kust van Australie: de Daintree forest. De weg werd steeds smaller, en op zeker moment moesten we met een veerpond een brede rivier over, waar het naar zeggen optilde van de krokodillen, maar wij hebben er natuurlijk geen gezien. Vervolgens door naar Cape Tribulation, het meest noordelijke punt waar je kunt komen over asfalt. Vanaf daar is de resterende 500 km naar de noordpunt over onverharde wegen. Wij probeerden dat natuurlijk met onze net gekochte Ford, maar na 12 kilometer hield dat al op, waar de weg de eerste rivier letterlijk doorkruiste.


Onze net aangeschafte auto, zoals dat hoort met een mooie diva liggend over de motorkap


Onze indruk van het regenwoud: overweldigend, spannend, erg nat, heet. Een erg boeiend gebied waar ik zelf wel wat langer zou willen blijven. Het heeft wel de nodige nadelen. Zo konden we de eerste nacht in ons tentje nauwelijks slapen omdat we onze tent zowat uitdreven van de hitte. De tent openzetten voor wat doorluchting kon echter ook niet vanwege de stortregens – het lawaai daarvan hielp ook niet echt om in slaap te komen. Het was dus kiezen: of nat van het zweet, of nat van de regen.
Ondanks die stortregens hebben we erg geluk met het weer hier – dat mag ook wel na de pech met het weer in Nieuw Zeeland. Normaal is in deze tijd van het jaar het regenseizoen echt al begonnen. Nu is het voornamelijk zwaar plenzen in de nacht, en soms overdag. Bijna elke dag regent het wel (en gewoon regenen doet het hier niet, meestal is dat dus stortregen), maar ook grote stukken van de dag zijn droog en zonnig. En dat is mazzel en uitzonderlijk, want normaal is het dus dag in dag uit plenzen in deze tijd van het jaar.


australische boskalkoen


Een ander nadeel van de omgeving hier is dat je nergens lekker kan zwemmen – heel onaangenaam met de hitte. De rivieren zijn vergeven van de krokodillen, en de zee is al helemaal geen optie vanwege de kwallen. “Mietje, wie trekt zich nou wat aan van een paar kwalletjes”, hoor ik daar lezers denken. Het gaat dus om de box-jellyfish, met tentakels van een meter of drie lang, die naar zeggen binnen drie minuten dodelijk is, en een kleinere variant met een klok van nauwelijks een vingernagel groot, en die weliswaar meestal niet dodelijk is, maar die je wel voor twee dagen op de intensive care van het ziekenhuis doet belanden met verschrikkelijke pijnen. Er zwemt hier dus niemand in zee.


pas op voor krokodillen


Maar naast nadelen zijn er natuurlijk ook voordelen: de prachtige uitbundige plantengroei, de vele dieren die we tegen komen, … uitbundig gekleurde reuzenvlinders, enorme hagedissen, wallibies (dwergkangoeroes), kakatoes, kookaburra's (schaterende reuzenijsvogels), kalkoenen die zowat uit je hand eten, enorme spinnen in webben van bijna een meter diameter, grote bidsprinkhanen, etc etc.
Helaas geen cassowaries. Deze grote loopvogels staan hier overal aangekondigd op elk tweede verkeersbord, en iedere toerist ziet ze, maar wij dus niet. Misschien komt dat nog. Nou ja. Een bos-steenwulp is ook mooi....


Het enige wat we van de casuaris hebben gezien...



de bos-steenwulp



Het enge ongedierte zit zelfs tot in je haar



... en niet alleen bij Jitse



Veel hele dikke spinnen, in webben van bijna een meter diameter. Gelukkig zat deze niet in hun haar.



Deze schatjes zaten vlak bij ons campinghuisje



foto door Jitse



bidsprinkhaan

donderdag 26 januari 2012

Nagekomen foto's



Hier nog wat nagekomen foto's. Ook bij de originele berichtjes geplaatst, maar hier allemaal bij elkaar.




Jitse met z'n pas verkregen knuffelkakapo op tiritiri-matangi



Ibrich is niet bang voor krokodillen. Hier nat uit een Australische rivier.




Ibrich in haar karakteristieke houding voor het maken van huiswerk.




Fotosessie bij de Takahe