vrijdag 17 december 2010

Raadsel: Mysterieuze vondsten

Omdat we natuurlijk niet allerlei kerstprullaria hadden meegenomen hier naartoe, en omdat we het ook onzin vonden om die voor twee maal kerst aan te gaan schaffen, moesten we dus iets anders bedenken. Geen kerstboom was natuurlijk geen optie met relatief kleine kinderen, dus hadden we bedacht dat we naar het strand zouden gaan om daar dingen te zoeken om in de kerstboom te hangen. Een geschikt strand leek mij een uitgestrekt breed en verlaten surfstrand bij Okato, dat helemaal vol ligt met drijfhout in de meest bizarre vormen.

Zo gezegd zo gedaan, en het was een succes. Naast bizar gevormde takjes drijfhout, krabbescharen, de poten van een enorme kreeft, laminaria-voetjes en natuurlijk vele schelpjes, vonden we nog drie bijzonder mysterieuze voorwerpen.


Voorwerp 1: bolle zijde


Voorwerp 1: platte zijde


Jitse heeft honderden kleine ronde eenzijdig afgeplatte kalkknoopjes uit het zand opgevist. Niet geschikt om op te hangen want te hard om te doorboren, en verder op geen enkele manier aan een touwtje te krijgen, maar wel heel mooi, vooral omdat er op de platte zijde een mooi spiraaltje te zien was. Jitse was er dan ook erg verguld mee.
Maar wat het nou waren??? We hadden geen flauw benul.


Voorwerp 2


Verder waren er veel kleine, zeer tenger gebouwde spiraalachtige schelpjes te vinden, met luchtkamertjes nota bene. In dit geval had ik wel een vermoeden in welke hoek ik de oorsprong moest zoeken, en wat rondneuzen op internet bevestigde dat.

Tot slot nog een object wat in tegenstelling tot voorgaande minder makkelijk te vinden is. In dit geval wist ik meteen wat het was. Zie foto.


Voorwerp 3: bovenaanzicht



Voorwerp 3: zijaanzicht




Wie weet wat deze drie objecten zijn? Zet het antwoord maar in een reaktie op deze blog. Wie alle drie goed raad kan een prijs krijgen.

woensdag 15 december 2010

worstjes en modeshows

Terwijl ons hoofd er nog niet bij kan dat het straks kerstmis is en de kinderen overmorgen voor de tweede keer dit jaar zomervakantie krijgen, rollen we hier van de ene festiviteit in de andere. Het begon met Halloween, daarna een sportdag van Jitse op een andere school, een estafette loop om de berg waar een vriendje van Jitse(Ben van 8) aan meedeed, en een fun run waarbij de kinderen in teams verkleed als popster, nerd, hippy of kabouter obstakels moesten omzeilen. Jitse was een popster.
Ook voor Ibi was er de een na de andere activiteit, een reisje naar de kinderboerderij, het pretpark. Morgen haar afscheid op het KDV en de dag erna nog een wielendag, dat alle kinderen daar hun stepjes en rolschaatsen en fietsjes meenemen.
Op het ziekenhuis is het inmiddels ook een dolle boel. Het begon met drie barbeques in een week, en er komen er nog minstens 2. Nog een kerstbarbeque met de patienten, en nog een bij een van de nurse educator thuis, volgens traditie.

Vervolgens nog een kerstbarbeque voor the hospital staff. Geen wonder dat nieuw zeeland een van de hoogste hart en vaatziekten cijfers heeft...

Maar creatief zijn ze ook. Een grote klapper op die kerstbarbeque was het wearable arts contest. Alle afdelingen hadden hun best gedaan om met materialen van hun afdeling een toepasselijke outfit te maken. Ik heb mijn ogen uitgekeken. Zoveel creativiteit en craftmanship. Geweldig. Klappers vond ik de dame van het schoonmaakteam met een jurk van handendroogdoekjes, en een boeket van plumeau en pleeborstel die ze aan de jury overhandigde. De verpleegkundige van neonatal unit die een prachtige mantel had gemaakt van (ongebruikte) luiers. Met bijpassende UGH boots van luiers. De pompoenen daaraan waren gemaakt van kleine babyslofjes..
En de vampier van het laboratorium in haar stemmige rode mini jurk versierd met watjes (voor de kleine drupjes bloed, that sometimes spill...).
Hieronder de fotos die ik gejat heb van de officiele TDHB werknemers website. Hoop niet dat ik daardoor in de problemen kom.


Volgende week hebben we weer een barbeque met de patienten... ik denk dat ik het maar bij een slablaadje houd.







maandag 13 december 2010

De berg op 2


Hier dan het nog toegezegde verhaal over onze tocht de berg op, als vervolg op de inleiding.

In Nederland viel de eerste sneeuw, dus leek het ons ook leuk de sneeuw eens op te zoeken, terwijl het hier de warmste dag tot nu toe was (24 graden). Bovendien was de lucht strak blauw, zelfs boven de berg.

Dus togen we naar Dawson Falls, een van de ingangen van het nationale park, en wel degene die precies aan de andere kant van Oakura ligt. We moesten dus helemaal om de berg heen rijden.

In het bezoekerscentrum vroegen we wat de beste strategie was om de sneeuw te bereiken. De aardige mevrouw daar dacht dat het niet haalbaar was met kinderen, omdat de sneeuw toch wel drie uur lopen was. We besloten het pad naar de top te volgen, en dan wel te zien hoe ver we zouden komen.

Het pad voerde eerste door het dichte woud dat de berg helemaal omgeeft: oude, dikke bomen, zwaar bemost, met soms bizarre vormen. Na een dik uur lopen met de kinderen hielden we rust onder een afdakje, de Hooker Shelter. De bomen waren hier intussen gedegradeerd tot struikjes. De stemming zat er nog steeds goed in, maar om die er ook in te houden verzon ik ondertussen al verder lopend maar een verhaal over de Boze Opossum en de zeven kleine Ibi's, en dat werkte heel goed.







Maar naarmate we hoger kwamen, geen schaduw van bomen meer hadden, en het nog steeds maar bleef stijgen en er geen sneeuw in zicht kwam, werden de kindjes toch wel moe. Conclusie: Ingeborg zou nog een klein stukje verder naar een berghut, en dan weer terug, en ik, Rinke, zou het pad volgen tot op de Fantham's piek, een "parasitaire" zij-uitgang van de vulkaan op bijna 2000 meter hoogte, 500 meter onder de top.

Zo gezegd zo gedaan. Mijn pad ging vanaf dat punt over in een soort trap van minstens duizend treden. Het hele pad van onder af tot aan de ashelling was trouwens omgebouwd tot een veredelde trap; ik vraag me af of Nieuw Zeelanders niet wat ver doorslaan in hun neiging om natuur om te vormen tot park, want ik kan me echt wel nuttiger bestedingen bedenken dan om de drie stappen een trede in een pad een berg op. Maar goed.

Hier op dit traject had de trap echt wel zijn nut, want hij voerde door een soort pampa-achtige hoge vegetatie, en was er naar het schijnt aangelegd om deze vegetatie te beschermen tegen platwalsen.

Bovenaan de trap vond ik de eerste sneeuwplekken, en daar begon de ellende ook: hier bestaat de helling uit losliggend puin en oude as, en het pad is gedegradeerd tot spoor wat hier zo goed en kwaad verschillende routes uit probeert. Het is steil en niet heel prettig lopen: twee passen vooruit, en een pas weer terugschuiven tot aan de enkels in het puin. Er groeit dan ook bar weinig. Zie foto hier rechts...
Desalniettemin kon je door een beetje intelligent je route uit te kiezen toch de ergste puinrommel behoorlijk vermijden. Zo goed en kwaad als het gaat kies je dan de grote rotsblokken en de hardere stukken, voor zover die voor handen zijn.

Dit gaat dan zo een paar honder meter omhoog, tot je ineens op de min of meer vlakke bovenzijde van de zij-piek staat, met vol uitzicht op grote sneeuwvelden en natuurlijk de grote piek zelf. Er was trouwens niet sprake van één zij-piek: er waren er een stuk of vier bij elkaar, gelegen in een kring rond een soort van kleine hoogvlakte met veel sneeuw. Omdat ik niet wist welke officieel Fantham's peak was, ben ik ze alle vier maar op geweest.


Welke is de echte Fantham's peak?



De echte top van Mount Taranaki






Terug was een stuk minder vermoeiend: half skiend, half zittend, half surfend laat je je naar beneden glijden door het puin. Het enige vervelende was dat mijn teva's daarbij met elke stap vol kwamen te zitten met tientallen steentjes, maar ook dat went. Altijd nog beter dan bergschoenen waar je voeten de hele dag in smoren en gaar sudderen.


Bij de onderste sneeuwplek heb ik een speciale plastic zak gevuld, en vervolgens ging het in rennend tempo de berg af, tot ik Ingeborg een klein stukje voor het bezoekerscentrum weer inhaalde. Ibrich trok verscheidene gekke bekken, en zulk een brutaliteit vroeg natuurlijk om een afstraffing met een sneeuwbal.

Een half uurtje later hebben we de meegenomen sneeuw opgemaakt in een volgend sneeuwballengevecht op de parkeerplaats.

Het was dus niet gelukt om met de kinderen de sneeuw te bereiken, maar toch hebben we ons sneeuwballengevecht gehad.

zaterdag 11 december 2010

Oerwoudexcursie

Jitse is filmster in deze documentaire. Hij geeft een rondleiding door de tuin van ons huis hier.

Gefilmd door Ingeborg, gemonteerd door Rinke.


woensdag 8 december 2010

Oogus

Ibrich zit vijf dagen per week op het kinderdagverblijf, elke dag tot half drie.

Op een dag haalde ik haar op, en had ze een heel verhaal over een ander kindje dat daar zit, en daat Isis heet (Aaisis, op z'n engels uitgesproken).

Ibrich:
"In het Nederlands heet ze Oogus, he papa?"

Erg slim bedacht van Ibi, vind ik.

maandag 6 december 2010

13 x 30 km en een zwarte kat

Veel mensen zijn benieuwd hoe het mij vergaat op mijn nieuwe werk. Tenslotte was dat ons ticket naar New Zealand, en de reden dat we in Taranaki zijn neergestreken. Nu moet je natuurlijk altijd voorzichtig zijn wat je op internet neerpent, dus daarom zal ik het houden bij algemene impressies.


Inmiddels ben ik 2,5 weken aan het werk als Senior House Surgeon op de Mental Health unit van het plaatselijke ziekenhuis. Het fietsen begint al te wennen. Ik heb er nu ruim 390 km opzitten, en ben niet meer zo buiten adem als ik boven op een heuvel aankom.
Het Taranaki Base Hospitalis het belangrijkste regionale ziekenhuis, maar als je aan het AZG en Martini gewend bent is het klein en gemoedelijk. Er werken rond de 500 mensen.
De Mental Health Unit draagt de mooie naam bron van helend water,in het Maori Te Puna Waiora. Het is een afdeling met 23 bedden voor meest acute patienten, want in New Zeeland zijn ongeveer 10 jaar geleden de psychiatrische ziekenhuizen afgeschaft. Patienten worden met kunst en vliegwerk in de community begeleid. Ook zijn er een aantal beschermde woonvormen en begeleide woonprojecten. Veel meer kan ik er helaas nog niet over vertellen want ik ben nog in de orientatie fase.

Wat ik wel kan vertellen is dat mijn collegas erg vriendelijk zijn, en hun best doen om mij wegwijs te maken op de afdeling. Ze zijn erg blij dat er eens een housesurgeon wat langer op de afdeling blijft dan 3 maanden. Wat ons verder als botte nederlanders opvalt is hoe beleefd en voorkomend de nieuw zeelanders zich uitdrukken. Dit was Jitse trouwens ook al opgevallen op school. Na 6 weken kent hij nog geen een scheldwoord! Je hoort gewoon veel minder gemopper, en als iemand je op een fout wijst klinkt het niet meteen als een standje. Het gaat gewoon met veel meer tact. Met mij hebben ze ook veel geduld want mijn verstrooidheid is berucht.

Mijn werk op de afdeling bestaat voornamelijk uit lichamelijk onderzoek van de nieuw opgenomen patienten, en behandelen van medische klachten die behandeling behoeven terwijl de patienten opgenomen zijn. Verder het schrijven van ontslagbrieven (ben bijna klaar met de achterstallige van de vorige house surgeon). Verder moet ik elke dag de patienten die op de gesloten afdeling of in isolatie verblijven spreken en zo nodig lichamelijk onderzoeken en een aanvraag invullen voor psychiatrisch onderzoek als een persoon tegen zijn of haar wil wordt opgenomen.

De streefperiode van een opname is niet langer dan 2 weken. Voor kinderen en adolescenten is het streven 48 uur. Dat is voor mij wel even wennen, want ik heb eigenlijk altijd gewerkt met chronische patienten.

Ik vindt het erg boeiend om de acute beelden te zien, en ook het effect van rust, regelmaat en medicatie op de patienten. Dus je kunt zeggen dat ik het wel naar mijn zin heb daar.

Een ander boeiend fenomeen is de huiskat. Een knuffelig zwart exemplaar waar geen enkele witte haar op te ontdekken valt. Dit vriendelijke beest huist in de stafkantine, tussen de broodrooster en de 2 liter pakken melk. (where would new zealanders be without Milo and toast'' Bella heeft een kattenluik naar buiten, en een keurig gat in de deur naar de afdeling. En zij zoekt elke nacht een lekker plekje bij een patient in bed om te overnachten. Iedereen vindt dit de gewoonste zaak van de wereld. In het TBH zijn tenminste drie katten. Een in de Hospice, een op MH. en nog een die ergens anders woont. Of dit ook in andere ziekenhuizen zo is heb ik nog niet kunnen achterhalen, maar hier is het al minstens 20 jaar zo. Voor Bella there was Goldie, en before Goldie there was...

zondag 5 december 2010

Schande


Dit jonge zeehondje trof ik aan op het verlaten strand tussen New Plymouth en Oakura (het dorp waar we wonen). Het strand is alleen bereikbaar bij laag water langs de rotsen, of via prive-terrein.

Het beestje is pas geboren, en dat is te zien aan de placenta die er nog bij ligt. Het is een New Zealand Fur Seal, ofte wel een Nieuw Zeelandse bont-zeehond. Ze komen voor op de kusten van Nieuw Zeeland en Zuid Australie.
Rond 1700, dus tegen de tijd dat de Europeanen aankwamen, waren ze allen al vrijwel uitgeroeid; nog een voorbeeld van hoe de maori's in harmonie met de natuur leefden (zoals ik al eerder betoogde).
De Europeanen wilden hier natuurlijk niet voor onderdoen, en maakten het karwijtje nog even af, en ook dit dier was bijna op de lijst van uitgestorven soorten terecht gekomen. Maar nu schijnt het gelukkig een stuk beter te gaan met deze dieren - maar dat is pas sinds de laatste tientallen jaren.

In oktober en november (nu dus) komen ze naar de kusten om jongen voort te brengen. Ze krijgen één jong per jaar, en volgens sommige bronnen is dit pas in januari. Maar dit pas geboren beestje is dus overduidelijk in november geboren.
De eerste twaalf dagen schijnt de moeder bij de pup te blijven, daarna worden ze steeds langer alleen gelaten omdat er ook voedsel gehaald moet worden.
Tussen New Plymouth en Oakura ligt een 10 km lang, moeilijk bereikbaar stuk kust, en daar schijnen ze wel vaker jongen te werpen.



Dit type zeehond behoort tot de geoorde zeehonden: ze hebben, zoals op de foto te zien is, een klein oorschelpje. Dit in tegenstelling tot de echte zeehonden, die dat niet hebben.

Het beestje op de foto was stervende. Een schande volgens de moderne Nederlander; dood hoort immers niet in de natuur thuis. Ik had dat beest minstens uit z'n lijden moeten verlossen door een geweerschot. En oh ja, ik had het moeten bijvoeren om te voorkomen dat het zover zou komen.

Bruut die ik ben, heb ik dat niet gedaan. Ik ben naar huis gegaan, en vier uur later nog eens wezen kijken, gewapend met camera in plaats van geweer. Toen was het helemaal bijna gedaan. Eerst deed hij z'n oogjes nog wel eens open en piepte hij af en toe; nu kon je nog net de adem zien, maar kijken was er niet meer bij, en vliegen van z'n oogleden of bekje wegbewegen was ook al te veel inspanning.

vrijdag 3 december 2010

In harmonie met de natuur

In mijn leven heb ik nogal eens vertoefd in kringen van eco-hippies. Over het algemeen zijn dat lieve, bevlogen en open mensen met wie het leuk omgaan is. Er zitten natuurlijk ook veel goede ideeen tussen. Een nadeel is wat mij betreft echter dat er nogal wat bizarre ideeen en bijgeloven rondgaan in die kringen. Zo is het geloof in kwakzalverij er zeer wijd verbreid, en menigeen gaat nog een stuk verder met geloof in magische rituelen als slingerende pendeltjes, Feng-shui (het levensgeluk vinden door het verschuiven van meubels) en het geloof in geesten en vage energieën.
Het bizarre is vaak dat gangbare wetenschap en geneeskunde uiterst kritisch benaderd worden (heel goed, altijd kritisch zijn), terwijl de meest bizarre alternatieve theorieen volstrekt kritiekloos aanvaard worden.

Om maar weer eens een eco-hippie-sprookje onderuit te halen, nu maar eens een verhaaltje over de oorspronkelijke bevolking die zo in harmonie leefde met de natuur.

De Maori kwamen hier ergens tussen de 1000 en 800 jaar geleden aan op Nieuw Zeeland, vanuit polynesische eilanden afkomstig. Zij waren de eerste mensen die hier op grote schaal aankwamen, en dat had desastreuse gevolgen voor de natuur.

Is de lijst met uitgestorven dieren sinds de aankomst van de europeanen al vrij lang, de lijst met uitgestorven dieren door de maori is welhaast twee maal zo lang. Nou hebben ze ook wat meer tijd gehad om dat te bewerkstelligen, maar desalniettemin laat dit zien dat het romantische idee van de "nobele wilde" die in harmonie leeft met de natuur toch echt een sprookje is. Om net zo veel of meer uit te roeien als 18, 19 of 20e eeuwse westerlingen moet je toch wel behoorlijk tekeer gaan dacht ik zo.
Natuurlijk wist iedereen die een beetje nadacht dit allang. Overal waar de mens in wat voor sociale vorm dan ook opdook heeft deze een grote impact gehad op de ecosystemen. Voor indianen in Noord en Zuid Amerika zijn net zulk soort verhalen op te hangen.

De condities in Nieuw Zeeland ten tijde van aankomst van de eerste mensen waren ook erg bijzonder, en vroegen er eigenlijk ook bijna om om kapot gemaakt te worden. Zoals ik al eerder schreef, zijn zoogdieren de grote afwezigen hier. Ze komen er gewoon niet voor, om de simpele reden dat Nieuw Zeeland al geisoleerd was van de rest van de wereld tegen de tijd dat zoogdieren ontstonden.
Nadat de dino's massaal het loodje legden, kwamen er overal op de wereld ecologische niches vrij die al heel snel ingenomen werden door de zoogdieren. Op Nieuw Zeeland werden deze, bij gebrek aan zoogdieren, vooral ingenomen door vogels.
Om een of andere reden waren daar nauwelijks predatoren bij. De meeste dieren waren dus gewoon niet gewend aan predatoren die ze opvraten - en de predatoren die er waren waren ook vogels, en kwamen dus uit de lucht en niet van de grond. Het aantal vogelsoorten dat het niet meer zo nodig vond om nog te kunnen vliegen is dan ook opvallen groot. Maar dat maakt je natuurlijk erg kwetsbaar als er dan een soort komt die en zelf jaagt, en een hele batterij aan grondpredatoren meeneemt zoals ratten, en in latere instantie katten, honden en egels.

Dat de evolutie hier een enorm gat had laten liggen, moest natuurlijk vroeg of laat eens een keer mis gaan. Was de mens er nooit aangekomen, dan was op zeker moment wel eens een andere soort in dit gat in de niches gedoken, en hadden al die onbevangen soorten de keuze gehad tussen of uitsterven, of mee-evolueren. Nadeel van de mens was dat het allemaal zo snel ging dat mee-evolueren geen optie was, dus restte er niets dan uitsterven.

Enkele van de uitgestorven soorten:

MOA
De bekendste is wel de moa. In werkelijkheid betrof dit een stuk of tien soorten. Het waren gigantische loopvogels, varieren van een centimeter of 40 in grootte tot meer dan 3 meter hoog. Ze werden zwaar bejaagd door de maori, en omdat ook hun habitat vaak platgebrand werd, was het binnen enkele tientallen jaren gedaan met deze vogels. Archeologen hebben in bepaalde vroege maori-nederzettingen de restanten van meer dan 4000 gedode moa gevonden.

Haast´s eagle
Dit was de grootste roofvogel ooit, groter dan de nu grootste californische condor. De vleugelspanwijdte was meer dan 3 meter, en hij woog 13 kilo. Hij leefde waarschijnlijk vooral door te jagen op moa. Vanwege het uitsterven van de grote prooidieren stierf deze vogel uiteindelijk ook snel na de komst van de maori uit.


Adzebill
Een bizar soort loopvogel die ook tot 80 cm groot kon worden, en 16 kilo zwaar kon worden. Hij was helemaal nergens aan verwant, al zag hij er een beetje uit als een enorm soort waterhoen. Ook dit dier is door de jacht van de maori´s uitgeroeid.

new zealand goose
een enorme niet-vliegende gans van 18 kilo zwaar. Ook een te makkelijke prooi voor de maori.

new zealand raven
Raven kwamen hier dus duidelijk toch voor. En ze konden ook vliegen. Maar ze waren stom genoeg om hun nesten op de grond te bouwen, hetgeen hun einde betekende toen de maori aankwamen. Niet zozeer omdat ze direct vervolgd werden door de maori, maar vanwege de polynesische rat die door de maori ingevoerd is.

Het lijstje is natuurlijk nog vele malen langer te maken. Om de beschuldiging van eenzijdige focus voor te zijn: later nog een verhaaltje over wat de Europeanen hier allemaal aangericht hebben.

woensdag 1 december 2010

creatieve explosies


Ibrich zit op het kinderdagverblijf hier. Dat is elke dag van 9 tot half 3. Meestal komt ze thuis met een enorme hoeveelheid tekeningen, die we dan ook stuk voor stuk moeten bekijken.

Gister kwam ze thuis met een stuk of 15 tegelijk.

Deze tekening had ze gemaakt in 1 minuutje op een kladje, terwijl ze op skype-verbinding met patette wachtte.

dinsdag 30 november 2010

Boomvarens


De bossen van Nieuw Zeeland doen merkwaardig aan, omdat de boomvarens een prominente plek innemen. Dit zijn varens in de vorm van bomen, zoals de naam al zegt. Het zijn een soort van levende fossielen die al heel oud zijn.

In onze tuin hebben we er ook een stuk of 11 staan, waarvan enkele inderdaad zo groot als een boom. Ze zijn erg imposant, ook al omdat de bladeren tot wel 4 meter lang kunnen worden.

Boomvarens groeien een beetje zoals palmen, in die zin dat de stam bestaat uit de stelen van vroegere bladeren. De stam kan niet zoals bij modernere bomen in de dikte groeien, omdat er geen groeilaag net onder de schors zit - er is niet eens een schors. Net onder de bladerkroon bestaat de stam uit littekens van afgevallen bladeren. Verder naar beneden wordt de stam steeds dikker omdat er een soort laag van luchtwortels omheen zit die vanuit de bladeren weer naar beneden gegroeid zijn.

zondag 28 november 2010

De berg op

De provincie waar we wonen, Taranaki, wordt beheerst door een zeer uitdrukkelijk aanwezig element in het landschap: de berg.
De berg is heet officieel Mount Taranaki of Mount Egmont. Het is een enorme vulkaan die boven alles uittorent, en zo'n beetje vanaf elke plek zichtbaar is. Het is de op-een-na-hoogste berg van het Noordereiland, maar qua beklimming schijnt het de moeilijkste te zijn, omdat hij hier aan de kust ligt, en het hoogteverschil dat je moet overwinnen dus erg groot is. Op satelietfoto's is hij altijd zichtbaar; feitelijk bestaat de hele puist die de Tasman Zee insteekt uit deze berg.


Het is officieel een "slapende" vulkaan, maar de verwachting is dat hij ooit wel weer zal uitbarsten. Wanneer dat is weet niemand. De laatste uitbarsting was in 1860. De berg barst onregelmatig uit, maar gemiddeld eens in de 340 jaar voor grote uitbarstingen, met om de 90 jaar kleinere oprispingen.
Het is ook een van de meest symmetrische vulkanen ter wereld.

De berg zorgt ook voor bizarre weersituaties. Het jaar 2005 was New Plymouth de meest zonnige stad van het Noordereiland. Tegelijkertijd was de berg zelf, met de top minder dan 30 km verderop, de plek van het Noordereiland die het meeste neerslag had gekregen. Het schijnt dat je vanuit het niets ineens middenin een sneeuwstorm terecht kan komen.

Het vermelden waard is de vulkanische historie. Deze berg is de jongste van een reeks vulkanen in de regio: de berg is slechts 135000 jaar oud. De plaat waarop Nieuw Zeeland ligt beweegt langzaam ten opzichte van de magma-bron waarvan deze vulkanen de uitlaatpijp vormen, dus je ziet de oudere vulkanen steeds een stuk verder naar het Noord-westen liggen.

De oudste restanten van vulkanen zijn de Sugar Loaf Islands. Een serie bizar steil oprijzende kleine rotspilaren die net voor de kust van de stad liggen; de grootste kun je op klimmen omdat hij net aan de kust vast ligt. Dit zijn de resten van een oude vulkaankraterwand. Deze eilandjes zijn 1.7 miljoen jaar oud, en daarmee ouder dan al het omliggende land.





Nadat deze vulkaan uitgewerkt was ontstond er een nieuwe vulkaan dankzij een uitbarsting. De overblijfselen hiervan rijzen direct buiten ons dorpje Oakura omhoog.
Dit is een bergketen van 682 m hoog, de kaitake range geheten. Het is dicht bebost, en in een uur of vier steek je hem over. Deze keten is 500.000 jaar oud, en inmiddels erg afgesleten.

Verder naar het zuidoosten, vanuit Oakura bekenen, heb je weer een hogere vulkaan. Deze vulkaan nam het stokje over en werd rond 240.000 jaar geleden de aktieve vulkaan. Deze berg heet Pouakai, en hij ligt inderdaad precies tussen de oudere Kaitake range en de top van de huidige vulkaan, en ook qua hoogte zit hij er precies tussenin.

Na Pouakai werd dus Taranaki de aktieve vulkaan, zo'n 135.000 jaar geleden. De oudere vulkanen werden deels overspoeld met lava van de nieuwe, en deels erodeerden ze weg.


Dit alles schreeuwt er natuurlijk om om door ons bedwongen te worden.
Er zijn drie wegen die richting de top van de vulkaan leiden. De noordingang hebben we een paar weken terug geprobeerd, en daar hebben we door wouden van zwaar bemoste stammen de ngaroto loop track gelopen.

Nu was het dan de beurt aan de Zuidingang, bij Dawson Falls. Daarover later meer.



woensdag 24 november 2010

New Zealand, barefoot nation

Zoals de Gauchos uit Zuid Brazilie te herkennen zijn aan hun chimarau kalebassen die ze overal mee naar toe slepen zijn de Nieuw Zeelanders ook ergens aan te herkennen, namelijk aan hun blote voeten.
Overal zie je ze, die blootvoeters. In zon en in regen. Op school, op straat, in de supermarkt of in de bank. Kleine kindjes trippelen met blote voetjes aan de hand van hun ouders, en ook volwassenen zie je met regelmaat blootsvoets. En niemand die hier dan roept! Brrr wat zul jij een koude voeten hebben, of jakkes, dat doe je toch niet! De nieuw Zeelanders zijn er trots op, om blootsvoets door het leven te gaan. Het is een deel van hun identiteit.

Het doet mij denken aan de tijd toen ik nog pril en jong in Amerika ronddoolde vergezeld door mijn Schotse vriendin Lucy. Op onze liftreis van Zuid naar Noord bemerkten we dat veel Amerikanen geen flauw idee hadden waar nederland en schotland lagen. Sommigen dachten dat het een staat was van Amerika, anderen wisten wel dat het in Europa lag maar veel verder kwamen ze dan niet. Lucy en ik hadden er veel lol om toen zij iemand wijs had gemaakt dat de Schotten altijd blootsvoets door het leven gingen, terwijl de Nederlanders zworen bij hun wooden shoes. Maar zo ver zaten we er niet naast. Er is dus een land waar blote voeten niet ongewoon zijn in het straatbeeld, en dat is waar wij nu wonen. Je kunt je voorstellen dat Rinke al helemaal voor Kiwi (zo noemen de mensen zich hier) wordt aangezien, en ook Jitse en Ibi zijn al helemaal genaturaliseerd.

Maar laten we het dan nu nog even verder over de mode hebben. Die is hier wel degelijk anders dan bij ons. Afzakkende broeken, merknaam showende onderbroeken en ballonrokjes heb ik hier nog niet gezien. Wel superkorte broekjes en platte zwarte sandalen bij de wat jongere dames. En meerkleurig geverfd haar. Ook de caps die steevast achterstevoren op het hoofd gedragen moeten worden zie je hier niet zo veel. In het zwembad zijn shorts taboo. Maar sommige kinderen komen wel in een heuse wetsuit, en bij de pubermeisje zie je ook veel T shirts die over de bikini in het water worden gedragen.
Skaten wordt hier veel gedaan. (Niet gek natuurlijk met al die heerlijke heuvels om van af te skaten). De scaters hebben hun eigen hippe kledingcode. De echt stoere boys herken je al van verre aan hun gebreide wollen muts (en een gegipste arm of pols hoort er ook bij geloof ik). Het gips is hier trouwens over het algemeen nog echt gips, en niet dat lichte glasvezel spul wat je bij ons in elke fluoriscerende kleur kunt bestellen.

Wat je hier wel veel ziet zijn tatoeages en piercings. Tatoeages nog wat meer dan piercings. Niet in de laatste plaats natuurlijk bij de trotse Maori waarvan ene enkeling zich nog wel met een full facial tooit.

Wat betreft de mode voor de wat gewonere persoon zoals ik is het ook behelpen. In de winkels zijn het voornamelijk gebloemde jurkjes met leggings en hakjes die er niet om roepen om mee genomen te worden. Niets van de grote keus die er in Nederland is. Veelzeggend in dit opzicht is ook de winkel in het centrum met op de gevel in sierlijke letters

you can either conform to mainstream fashion, or transform the way fashion is dictated.

Op de lege ramen eronder hangt nog een bord met grote letters. Iets minder sierlijk, maar zeker zo goed leesbaar:
TE HUUR.

maandag 22 november 2010

Homenage aan de Nienkes in ons leven

De eerste Nienke die ik in mijn leven tegen kwam, was Nienke van Hichtum. Nadat ik op achtjarige leeftijd haar indrukwekkende Afkes Tiental had verslonden kwam de tweede. Een wit konijn dat bij ons op het balkon mocht huizen. Na een poosje vonden mijn ouders het toch wat zielig, en kreeg Nienke een welverdiend leven op het platteland bij onze tante Thea.
In Haren hebben we ook onze Nienkes. De grote Nienke, waar we in het zomerseizoen menig zonnig uurtje mee doorbrengen, en in de winter nog wel eens mee scrabbelen of rolwoorden, en die er altijd voor te vinden is om als het sneeuwt met Rinke naar de Sauna te gaan om daar in de sneeuw te gaan rollen. En de kleine Nienke. Ibi's vriendinnetje waar ze het de laatste tijd vaak over heeft. Parmantig bijdehand meidje, een half jaar ouder dan Ibi maar goed aan haar gewaagd.

Helemaal thuis in Oakura begonnen we ons te voelen toen we hier ook onze eigen Nienke vonden. Nienke, moeder van Emma (spreek uit Iema) en Carlijn. Ik kan niet teveel over haar schrijven want dan zou ze verlegen worden (ze heeft het adres van onze weblog), maar met haar enthousiasme en sociale tentakels voelden we ons vanaf dag een welkom en veilig in dit mooie dorp.

Ingeborg

donderdag 18 november 2010

Een reuzenslinger



Dat we een veelvoud aan joekelige bomen in de oerwoud-tuin hebben had ik al gemeld. Dat biedt vele opties. Zo zijn we bezig met een fikse boomhut, wat een proces van lange adem is (waarover later vast meer).


Maar met een lang stuk touw en een hoge boom kun je nog meer doen. Vanaf het terras boven had ik met enige moeite Jitses schoen aan een touwtje over een tak gemikt. Vervolgens hebben we met dit kleine touwtje een dik touw over die tak gehesen, van onder dichtgeknoopt, dwarsbalkje er aan, en hup... een reuzenschommel.




De schommel is totaal zeven en een halve meter hoog. We moesten wat grote maisachtige eenjarige planten uit het schootsveld halen, maar buiten dat was er in het oerwoud verrassend genoeg precies ruimte voor een flinke zwaai met deze slinger. En dat is natuurlijk prachtig.


Opvallend was dat geen van de vriendjes die Jitse er bij haalde er op durfden, zo hoog ging de slinger. Alleen vriendje Daniel durfde het een paar dagen later.


Hierbij van elk van de kinderen een foto op de slinger, en een flimpje van Ibrich.

zondag 14 november 2010

Ons oerwoud


Sinds ik ben gaan studeren heb ik nooit meer een huis met een tuin gehad. In Nederland 25 jaar in hetzelfde appartement gewoond, met daar alleen maar twee balkons. En bij de jaartjes er tussenuit naar Brazilie en Curacao hadden we ook geen tuin.

Ons nieuwe huis in Nederland was voor ons dan ook een grote luxe, met die flinke tuin met enorme vijver. We hadden zelfs een tiental echte bomen in die tuin.
Maar ja, gewoond hebben we nooit in dat huis, want vervolgens gingen we heel snel hier heen, naar Nieuw Zeeland. En hier hebben we dan een een tuin die aandoet als een echt oerwoud, met zo mogelijk nog meer enorme bomen.



Oakura is van zichzelf niet heel bergachtig, het ligt ook aan het strand. Maar het wordt doorsneden door een aantal echt diepe dalen van kleine beekjes die min of meer parallel aan elkaar naar zee lopen. En ons huisje ligt in zo'n dal. De straat boven is op normaal niveau voor het dorp, en de meeste huizen die eraan liggen ook. Ons huis niet, het ligt een eindje van de straat af, en de tuin duikt echt flink de diepte in. Helemaal beneden loopt inderdaad het beekje, al is dat bij ons meer een moeras dan een beek.
Grote voordeel is dat je vanuit ons huis en onze tuin geen enkel ander huis kunt zien, hoewel het dus midden in het dorp is.



Aangezien het huis een tijdje leeg gestaan heeft is de tuin nauwelijks onderhouden. Wij vinden dat wel best; ik hou wel van wilde tuinen. We hebben een aantal grote boomvarens in de tuin, en enkele bomen die ik nog niet op naam heb kunnen brengen. Ergens in het midden staat een sequoia - of redwood zoals ze in amerika heten. Helemaal vooraan staat een beuk, en achter het huis nog een papaya en een pompelmoen.

Maar misschien zeggen foto's wat meer. Hier wat impressies.





woensdag 10 november 2010

Zonkracht 9 en de kloof met de politiek

Hoewel we de eerste twee weken best wat regen gehad hebben, is het hier in Taranaki al geruime tijd erg mooi weer. De zon staat vrijwel dagelijks fel aan de hemel te schijnen, en het is net over de 20 graden, een vrij hoge temperatuur voor wat je in Nederland met begin mei zou kunnen vergelijken.
Dat die zon fel schijnt is men goed van doordrongen. Bij het weerbericht wordt standaard een zonkracht vermeld, en die is de laatste weken steeds rond de 9. En dat terwijl we enkel nog maar in het voorjaar zitten; de echte zomer moet hier nog komen. Ter vergelijking: de maximale zonkracht die in Nederland haalbaar is, is 7 of 8 bij hoogzomer.

Voor Anti-zonnebrandmiddel wordt hier standaard factor 30 of hoger gebruikt, en de kinderen op school moeten verplicht een hoedje op. Schooluniformen doen ze niet aan op onze school, behalve dan dat hoedje.

Hoewel de meerderheid van vrijheidslievend Nederland tegenwoordig schijnt te denken dat milieuclubs en wetenschappers niets meer dan subsidieparasieten zijn, die van alles en nog wat bij elkaar verzinnen om hun bron van inkomsten maar veilig te stellen, is het gat in de ozonlaag hier dus dagelijkse harde realiteit. Dat gat in de ozonlaag is rond Antarctica het diepst, en vanwege z'n relatief geringe afstand tot de Zuidpool is Nieuw Zeeland naar men zegt het gevaarlijkste land ter wereld wat dit betreft: 1 op de 13 Nieuw-Zeelanders krijgt in z'n leven huidkanker hierdoor.

Onlangs kwam in Nederland het bericht in het nieuws dat het Planbureau voor de leefomgeving met een rapport was gekomen waarin stond dat de zure regen destijds effectief bestreden is door met goede maatregelen te komen. Terwijl de opinio communis nou net is dat die zure regen allemaal een goed voorbeeld was van een onzinnige milieuhype welke weer eens met een dikke sisser afliep. Zoals er zovele van de hypes geweest zijn: zure regen, het gat in de ozonlaag, de klimaathype, ze worden meestal in een adem genoemd.

Dat is de ellende van Nederland tegenwoordig: in een vloek en een scheet weet een heel leger van amateurs, dilettanten en nitwits in een enkele pennestreek het werk waar duizenden wetenschappers hun halve leven aan besteed hebben naar de prullenbak te moeten verwijzen. Als het KNMI weer eens komt met het bericht dat de temperatuur het afgelopen jaar wereldwijd hoger was dan het jaar daarvoor, staat de website van De Krant van Schreeuwend Nederland weer vol met duizenden reakties van onbenullen die klaar staan om de boodschapper dood te schieten en het bericht als zielige subsidienoodkreet weg te zetten. De politieke aanvoerder van dit deel van Nederland beweert doodleuk dat dergelijke problemen verzonnen zijn.

Al jaren wordt er in Nederland geklaagd dat er een kloof is tussen burger en politiek. Mijn haren gaan dan altijd recht overeind staan als allerlei figuren weer hardop roepen dat die kloof kleiner moet.
Moet dat nou echt? De mensen waar we het hier over hebben zijn die ontevredenen, die zure klagers, die lieden die in drie zinnen onderaan een artikel op de website van de Telegraaf roepen dat het KNMI hogere temperaturen bij elkaar liegt. Zijn dit nou echt mensen die we politiek serieus moeten nemen? Die we er bij willen betrekken? Alsjeblieft niet zeg.
Ik heb zoiets: laten we in godsnaam ontzettend blij zijn dat een behoorlijk deel van deze mensen zich gefrustreerd van de politiek afgewend heeft en niet stemt. We zitten echt niet te wachten op politieke invloed van mensen die doodleuk ontkennen dat er een gat in de ozonlaag bestaat, die roepen dat de zure regen een verzinsel was, of die denken dat een kopvoddentax praktisch uitvoerbaar is. Voor je het weet gaan ze - analoog aan hun diepzinnige zure-regenanalyse - ook nog bepleiten dat verkeersregels overbodig zijn, omdat er immers maar relatief weinig ongelukken gebeuren.

Ikzelf denk dat er helemaal geen kloof is tussen burger en politiek, en dat dat reuze spijtig is. Was er maar zo'n kloof, en ja, laat die dan maar lekker diep en wijd zijn. Politiek is een kwestie van moeilijke, tegenstrijdige belangen zorgvuldig tegen elkaar afwegen, en er is nou eenmaal een deel van de bevolking dat niet in staat is dat te bevatten en daar in redelijke wijze over te oordelen.
Een deel dat zich helaas steeds meer roert, en dat nu ook een politieke vertegenwoordiging heeft gekregen. En iedereen mag best weten dat die politieke vertegenwoordiging (ik noem geen namen) voor mij de reden is om weg te gaan uit Nederland, en misschien ook wel weg te blijven uit Nederland.

Je mag het niet hardop zeggen, maar stiekem denk ik wel eens dat het mooi zou zijn om een verplichte stemvaardigheidstest af te laten leggen voorafgaand aan verkiezingen. Gewoon wat simpele basale vragen over staatsinrichting, en een eenvoudige IQ-test er bij... Onvoldoende? Helaas, U krijgt geen stemvaardigheidsbewijs, en mag dus niet stemmen.

Helaas is ook dit praktisch onuitvoerbaar, maar ik denk dat het politieke landschap er dan heel anders uitgezien had dan nu.

dinsdag 9 november 2010

Achterstallige foto's Rotorua

Eindelijk toegekomen aan het verwerken van alle foto's van Rotorua. Daarom hier nog de mooiste.















maandag 8 november 2010

De vorm van de onderhandelingstafel

Gisterochtend zijn we fijn de hele ochtend bezig geweest met opvoedingsproblemen. Dat ging zo...

Ingeborg was er even niet, ik was even in de benedenkamer bezig met de computer, en de DVD waar de kinderen naar hadden zitten te kijken liep ten einde. Ineens klinkt er allemaal gegil en gekrijs van boven:
"Nee Jitse NEE Jitse NEE Jitse HOU OOOOOOOOPPP!".

Het is weer zover: ruzie.

Ik snelde naar boven, en vroeg de kinderen wat er aan de hand was.
Ibrich: "Jitse doet tetete tete tete teteeeeeh naar mij"
Jitse: "Dat is niet waar. Dat deed ik niet. Ik zong alleen maar het liedje van de film, en dat vond Ibi niet leuk en die begon te gillen."
Ibrich: "Wel waar jij deed zo naar mij."

Teteteteteeeeh slaat op de tong naar de ander uitsteken, en op een nare, dreinerige manier de ander na doen met als doel te treiteren. Een erg populair spelletje onder onze kinderen, en omdat het de spuigaten uitliep is er nu een zero-tolerance beleid voor teteteteteeeeh.

"Nou, ", zeg ik, "de een zegt het ene, en de andere zegt het andere. Iemand van jullie beiden zit dus te jokken. Wie is dat...? ".
Tegelijkertijd wijzen ze naar elkaar.
"Jitse" roept Ibrich.
"Ibi" roept Jitse.

Ik vraag het nog een keer. Hetzelfde resultaat. En nog eens; weer hetzelfde resultaat. Ik probeer het nog eens anders, door ze beiden te laten vertellen wat er nou precies gebeurde, maar geen resultaat, ze blijven beiden bij hun versie.

Ik besluit om rigoreuze maatregelen toe te passen. Ze gaan allebei voor straf naar hun kamer, totdat de waarheid aan het licht komt. Mokkend en kwaad verdwijnt elk naar de eigen kamer.

Normaliter wordt aangeraden om bij straffen een kind het aantal minuten van z'n leeftijd naar z'n kamer te sturen, maar omdat dat in dit geval helemaal niets oplost, besluit ik dat het maar zo lang moet duren als het duren moet. En dat blijkt dus een hele lange adem. Een half uur later, en verscheidene pogingen verder, zijn we nog helemaal niets opgeschoten en beweren ze nog steeds beiden dat de ander liegt. Ik besluit de poot deze keer echt goed stijf te houden, ondanks het feit dat we nog weg willen.
Weer een minuut of twintig later: ze zitten nog steeds beiden op hun kamer, en geen van beiden is bereid om ook maar een strobreed toe te geven. Ik suggereer Jitse, de oudste, dat ze maar met elkaar moeten gaan praten om gezamenlijk met een eenduidig verhaal naar buiten te komen. Hij pikt de suggestie op.

Er is een probleem echter: omdat ze straf hebben, moeten ze dus op hun kamer zitten, en mogen ze niet er uit, want dan is dat veel te leuk en is het geen straf. De onderhandelingen mogen dus alleen plaats vinden op een van de kamers van de kinderen.


Dit blijkt haast een onoverbrugbare barriere. Er worden over en weer troika's uitgezet om de andere partij te bewegen tot enig toegeven, maar helaas. Zodra Jitse een poging doet om de onderhandelingen met Ibrich te beginnen op haar kamer, start het gekrijs:
"Jitse, NIET OP MIJN KAMER. JE MAG NIET OP MIJN KAMER. GA WEEEEEGGGG VAN MIJN KAMER AF".

Ik maak duidelijk dat ze desnoods tot het eind van de dag voor straf op hun kamer blijven... nee, desnoods een hele week, en dat de straf pas voorbij is als ze samen met een eenduidig verhaal naar buiten komen. En daarvoor zal er toch echt met elkaar gepraat moeten worden.

Jitse is teleurgesteld. Hij wil best onderhandelen, maar mag niet Ibrichs kamer op. Ik suggereer dan dat het misschien een idee is om op zijn kamer te onderhandelen met Ibrich. Mokkend gaat hij accoord.
Ibrich ziet ondertussen kennelijk ook de noodzaak van onderhandelen met Jitse. Ze klopt uiteindelijk aan op Jitses kamer, en dan begint het weer van voren af aan, maar nu andersom:
"NIET OP MIJN KAMER. ZE MAG NIET OP MIJN KAMER. DAN ZIT ZE WEER OVERAL AAN, NU UIT MIJN KAMER."


De situatie lijkt hopeloos. Geen van beiden is bereid een draad toe te geven, en ik voel me alsof ik midden in de koude oorlog de ontwapeningsgesprekken tussen Rusland en Amerika moet leiden, terwijl het enige wat de beide partijen tot nog toe gedaan hebben is zitten te bakkeleien over de vorm van de onderhandelingstafel.

Met dit gedoe verstrijkt er weer drie kwartier. Uiteindelijk zijn ze zo ver dat Jitse op de kamer van Ibrich mag komen om daar te onderhandelen.
"Ehmm, waar moeten we het eigenlijk over hebben?" vraagt ze nog even van te voren.

Een kwartier later liggen ze schateren bij elkaar in het bedje van Ibrich. Maar er is nog steeds geen verhaal. Ik maak hen duidelijk dat dat toch echt moet, willen ze ooit van hun kamer af komen. Maar nu de sfeer eindelijk goed is, gaat dat ineens verrassend makkelijk. Ze onderhandelen nog even een paar minuten, en dan komt de aap uit de mouw: Ibrich was degene die zat te liegen, het bleek inderdaad dat de versie van Jitse de juiste was.

We voeren een ernstig gesprek met Ibrich: dat Jitse dankzij haar gejok heel lang voor straf op z'n kamer heeft gezeten, en dat hij eigenlijk onschuldig was. Ze kijkt schuldbewust. Eigenlijk zou ze nu voor straf nog een keer net zo lang op haar kamer moeten als Jitse er onschuldig gezeten heeft, zeg ik, maar omdat ze eindelijk de waarheid heeft verteld krijgt ze dat daarom kwijtgescholden.

Een kwartier later zitten ze beiden aan tafel huiswerk te maken. Ik ben even naar de WC, en... gegil, gekrijs.
"Jitse krast met zijn pen in mijn boek"
"Nee, ze krast zelf met die pen in haar boek om mij de schuld te geven..."

Ik snel naar de tafel. Er staat een dikke kras in Ibrichs boek, inderdaad in de kleur van Jitses pen. De schijn is tegen hem...
Beiden houden ze hun verhaal stug vol: de ander heeft het gedaan. Ik heb een zeer beklemmend gevoel van deja-vu, en ik zucht diep.

"Nou jongens, ik ben heel erg teleurgesteld. Nou zijn we vanochtend uren bezig geweest met een heel onbenullig dingetje waar een van jullie over zat te jokken, en het heeft heel veel pijn en moeite gekost om dat op te lossen, en nog geen kwartier later doen jullie precies het zelfde weer opnieuw."

Dat raakt eindelijk een snaar. Ibrich bekent schuldbewust: zij heeft Jitses pen gegrepen, een kras in haar eigen boek gezet, en begon daarna meteen te roepen om Jitse de schuld te geven.

Iedereen is nu heel erg boos op Ibrich. Maar denken dat de zaken nu opgelost zijn en afgehandeld kunnen worden blijkt een illusie.
Ingeborg vraagt Ibrich "Vertel mama nou eens, weet je nu waarom iedereen heel boos op je is?", en Ibrich weigert stug om hierop antwoord te geven, met als resultaat dat ze steeds weer terug naar haar kamer moet. Maar uiteindelijk, moegestreden, geeft ze helemaal toe, en wordt als oplossing bedacht dat Jitse één van haar knuffels mag uitzoeken om het goed te maken.

Wij, ouders, zijn ondertussen doodmoe maar uiteindelijk toch wel tevreden. Het was een lijdensweg, en heel veel gedoe om conflictjes die in eerste instantie maar heel onbenullig leken, maar uiteindelijk denk ik dat het toch goed is dat we de poot heel stijf gehouden hebben. Nou maar hopen dat Ibrich er echt iets van geleerd heeft.


En toen was het alweer drie uur 's middags... erg laat voor ons tripje naar de berg...

zaterdag 6 november 2010

Ups and Downs

We zijn nu een dikke maand in New Zealand en dat gaat gepaard met ups en downs.

Eergisteren ben ik op mijn pas verworven fiets voor het eerst van Oakura naar New Plymouth gefietst. Zo,n 13 km over heuvelachtig gebied, langs een 100 km weg. Het is de bedoeling dat ik dat elke dag ga doen als ik naar mijn werk ga. In ieder geval in de zomer. Ik moet toegeven dat ik er nogal tegen op zag, omdat mijn conditie nogal achteruit gegaan is sinds ik mijn tochtjes naar Zuid-Laren moest opgeven. Maar er was geen ontkomen aan. Dus daar ging ik, getooid met veiligheidshelm en vestje, eenzame fietser langs een heuvelige 100 km weg. Gelukkig viel het erg mee. Ondanks mijn geworstel met de versnellingen waaraan ik ook lang niet meer gewend was. Op de een of andere manier kon ik maar niet in mijn kop krijgen welk hendeltje bij welk tandwiel hoorde. Het gevolg was dat ik met een angstig geknars en gepiep onder mij een aantal keer stil kwam te staan en moest afstappen. 1 x sprong de ketting er zelfs af... Tel daar nog bij op dat het slot dat ik achter op de bagagedrager had gebonden tussen het achterwiel en het spatbord kwam klem raakte, en het stuur steeds losser ging zitten, en je begrijpt dat ik dik tevreden was toen ik over de hele onderneming toch maar een uur gedaan bleek te hebben. Alle heuvels bij elkaar optellend was dit een dikke up!

Er was ook nog een dikke down, namelijk dat er geen geld meer uit de geldautomaat bleek te komen. De huurgelden van onze woning in Nederland bleken namelijk nog steeds niet binnen! En dan sta je daar met je boodschappen in de supermarkt. Ik had hierover een langer stukje, maar dat is weggecensureerd door Rinke. Misschien maar goed ook.

Gelukkig was er ook weer een up. Te weten het vuurwerk van gisteren. Iedereen had het erover. In het Brooklands Park zou er publiek vuurwerk worden afgestoken ter ere van Guy Fawkes day. (Guy Fawkes was een Engelse katholiek uit de 16-e eeuw die deel uitmaakte van een plot (the gunpowder plot) om in Engeland the house of lords op te blazen, met als doel om de toenmalige protestantse koning James 1 te vervangen door een katholieke.
Deze aanslag werd verijdeld, en dit wordt in de commonwealth landen elk jaar in stijl gevierd met veel vuurwerk.
Het park zou om 18.00 uur open gaan, en mensen zouden daar gaan picknicken tot het donker werd en het vuurwerk aangestoken werd. Van mensen bij ons uit de straat hadden we gehoord dat het een heksenketel was daar, en dat je veel beter op de heuvel bij het sterrenobservatorium kon gaan zitten. Van daaraf kon je het ook mooi zien, en was veel gemakkelijker daar te parkeren en weer weg te komen. Zo gezegd zo gedaan. Om half acht togen we met een dikke afhaalpizza naar genoemde plek waar al een paar autos stonden. het was loeikoud, maar voor de traditie (en ter bescherming van de bekleding van de auto) de pizza buiten genuttigd. Toen weer terug in de auto, wachten tot het donker werd. Gelukkig konden alle stoelen naar beneden, en de dakluiken open, zodat we een gezellig tentje hadden,en zo wachtten we af terwijl de kinderen speelden dat we in een ruimteschip waren, en wij wezens waren met drie ogen, twee koppen en de meest waanzinnige kleuren.
Om half negen kwamen onze kennissen aanrijden, en zo zaten we gezellig met z'n allen in ons ruimteschip tot om negen uur het vuurwerk zou beginnen, en iedereen op de heuvelrug plaats nam.
Het was loeikoud en de wind gierde om ons heen. Er waren veel mensen met kinderen, dicht tegen zich aangedrukt tegen de kou. Gelukkig hadden onze buren twee dekens mee en mochten wij er eentje lenen. En daar zaten we dan te bibberen tot om 10 over 9 het eindelijk begon.
Terwijl de kleurige vonken bloemen in de lucht toverden en een uitbundig koor van wows and oohs and aahs van de kinderen om ons heen zoemde konden we de kou gelukkig een beetje vergeten. Na 10 minuten was het weer gebeurd en gingen we weer op weg naar Oakura voor een lekkere kop warme chocolademelk, een warme douche en een knus warm bedje.

vrijdag 5 november 2010

Domheid in de Oostvaardersplassen

Hoewel wij helemaal aan de andere zijde van de wereld zitten, voel ik toch de behoefte om iets te schrijven over de huidige discussie in Nederland over de Oostvaardersplassen. Als bioloog is het voor mij zeer schrijnend om te zien hoe deze discussie op alle niveau's wordt gevoerd op basis van volstrekte non-argumentatie en volkomen foute aannames en veronderstellingen, voortkomend uit een totaal gebrek aan kennis over hoe natuur werkt.

Juist als je in een land zit als Nieuw Zeeland, waar de natuur zo enorm wild en uitbundig lijkt, maar in wezen op elke vierkante meter beinvloed is door de mens die er zo nodig niet met z'n poten vanaf kon blijven, is het pijnlijk om te zien hoe men het ook bij de Oostvaardersplassen niet kan laten om toch weer in te grijpen.

Waar het om gaat is dat er kuddes grote grazers rondlopen die volgens het gros van de bevolking 's winters creperen van de honger, er niet uit kunnen, en daarom moet er beheerd worden. Ik ben zeer duidelijk een tegenstander van elke vorm van ingrijpen hier. Ik ga maar even wat van de onzinnige standpunten langs.

De dieren zijn er door de mens neergezet, dit is geen natuur.
Het eerste deel van deze stelling is uiteraard waar, althans, voor de eerste enkele tientallen dieren die er in het begin uitgezet zijn (dus minder dan 1% van de huidige dieren). Maar feit is wel dat dit landschap nu het meest het Nederlandse natuurlijke landschap benadert zoals dat er uit zou hebben gezien zonder mensen. En de runderen, paarden en edelherten zijn wel degelijk soorten die daar van nature in voor zouden komen.

Het gebied is te klein om dergelijke aantallen te onderhouden.
Aperte onzin. Het idee is nou juist dat de aantallen zichzelf reguleren. Onderzoek (voor wat het waard is) laat nou juist zien dat de draagkracht van het gebied dergelijke aantallen best aankan. Sterker nog: uit ervaring blijkt dat de modellen die hiervoor gebruikt worden aanpassing verdienen, omdat de dieren veel meer uit een gebied kunnen halen dan aangenomen.

De sterfte is enorm.
Wat is enorm? De sterfte was in de laatste strenge winter fors, meer dan 30%, maar het was dan ook een strenge moeilijke winter zoals we die in jaren niet gehad hebben. Maar dit is een volstrekt normale sterfte als je dat vergelijkt met "echte" natuurgebieden aan de randen van Europa. Er is dus geen enkele reden om te veronderstellen dat het gebied te klein zou zijn, en dat dieren daardoor zouden creperen.
Een gebied waar de sterfte echt enorm is is dat veredelde park wat De Hoge Veluwe heet. Hier is de jaarlijkse sterfte 80 tot 90%. Doordat de mens zonodig moet bijvoeren, en als er daardoor een bevolkingsexplosie optreedt, weer moet afschieten. De sterfte in de Oostvaardersplassen is daarbij vergeleken helemaal niets.


De dieren creperen
Dit hangt er maar vanaf. Het behoeft op z'n minst nuance. Iedereen doet net of alle dieren honger lijden, maar dat gaat volstrekt voorbij aan de natuurlijke opbouw van kuddes. Die bestaat uit een kern van zeer ervaren, sterke dieren, met daaromheen de minder sterke dieren en een grote groep van kneuzen die elk jaar er bij komen en grotendeels sterven bij strenge winters, maar een klein kansje hebben bij een flutwinter. Die sterke dieren hebben niet of nauwelijks honger; zij weten de plekjes, de technieken, en ze redden zich. Het zijn de kneuzen die er aan onderdoor gaan. Dat is volstrekt normaal maar in Nederland kunnen we dat kennelijk niet accepteren. Het slechte nieuws voor deze mensen is: koolmezen produceren per paar minstens 15 jongen per jaar. Daarvan overleeft er misschien eentje de winter. Schande!!! Zet een aktiegroep op hiertegen!

Je vergelijking met koolmezen gaat niet op. Er staat een hek om het gebied, de dieren kunnen niet weg.
Dit is misschien wel het meest venijnige misverstand dat er heerst. Het hek is namelijk totaal niet relevant. Geen van de diersoorten waar het hier om gaat toont een natuurlijke neiging tot voedseltrek in de winter. Dit is nog nooit aangetoond in vergelijkbare natuurgebieden zonder hek.
De reden dat ze dat niet doen wordt begrijpelijk als je naar de kudde-dynamiek kijkt. Ik noemde al dat de kudde bestaat uit een kern van ervaren dominante dieren met daarom heen veel kneuzen. Die ervaren dieren laten het wel uit hun kop om weg te trekken naar een ander gebied, want daar kennen ze de voedselplekjes niet, en ook de verstopplekken voor predatoren kennen ze er niet. Het levert alleen maar gevaar op, terwijl wegtrekken waarschijnlijk nauwelijks iets oplevert, want buiten het hek is het ook winter. Dat er geen predatoren zijn weten ze ook niet; ze houden instinctief wel rekening met de mogelijkheid. Bovendien hebben deze ervaren dieren geen enkele reden om weg te trekken; ze hebben immers niet of nauwelijks honger door hun ervaring en dominantie.
De kneuzen trekken ook niet weg. Wij kunnen ons dat misschien niet voorstellen als mensen, maar dit zijn allemaal kuddedieren. Als niet-dominante kneus pas je wel helemaal op om je buiten de veiligheid van de kudde te begeven naar een gebied wat je niet kent.
Ik hoor dat argument van dat hek steeds een zeer dominante plek innemen in de discussie, maar het is echt een non-argument wat totaal niet van belang is en wat gebaseerd is op het projecteren van menselijke strategieen op beesten die helemaal niet zo in elkaar zitten.

Er zijn geen predatoren. Daarom moet de mens die rol vervullen door middel van afschot, anders rijzen de aantallen de pan uit.
Ook dit is een onzinnig argument. Nergens in vergelijkbare natuurgebieden worden aantallen van grote grazers gereguleerd door predatoren. Overal is honger doodsoorzaak nummer 1, en valt de sterfte door predatoren hierbij in het niet. In natuurgebieden is altijd het voedselaanbod de regulerende factor; de predator volgt slechts, en bepaalt op z'n hoogst het gedrag en het voedingspatroon.



Helaas zal de politiek wel weer de weg van de minste weerstand kiezen. De nieuwe staatssecretaris heeft zijn ideeen al klaar voordat het rapport van de commissie van deskundigen ook maar verschijnt, en dat is al een veeg teken. Ook veeartsen weten kennelijk ineens een heleboel van ecologie - ik heb nooit geweten dat de studie diergeneeskunde zoveel aandacht besteedde aan ecologie. Ik vraag me dan af waar die lui zich mee bemoeien; ik ga als vetinaire leek ook niet ineens een opinieartikel schrijven over hoe om te gaan met veeziektes als varkenspest.

De clou van de hele discussie is feitelijk heel kort samen te vatten. Het is met succes gelukt om met de Oostvaardersplassen een echt natuurgebied in Nederland terug te krijgen, met echte natuurlijke processen.
De publieke opinie is daar echter niet rijp voor, want deze wil maar niet accepteren dat doodgaan ook bij die echte natuurlijke processen hoort, en dat dat soms massaal gebeurt. Ook niet wanneer dit volstrekt normale sterftecijfers zijn.
Want de dood zo zichtbaar, dat kan natuurlijk niet in een land dat totaal verwijderd is van alles wat maar enigszins naar echte natuur riekt. Echte natuur, daar schrikken we van.

donderdag 4 november 2010

Achterstallige foto's

Foto's verwerken en bewerken kost tijd. Dus ik ben altijd wat achter met de foto's. Daarom af en toe een "update" van achterstallige foto's die ik jullie toch niet onthouden wil.

Het begint met drie foto's van de red billed gull, zeg maar de locale kokmeeuw. Ze hebben net zo'n lawaai, en het stikt er net zo van als de kokmeeuw in Nederland. Het verschil is de kopkleur en het opvallende witte oog.

Daarna wat plaatjes van een Kea, de bijzondere papegaaiesoort die ze hier hebben. Let vooral op het prachtige detail en de scherpte van de veertjes in de bovenste foto (als altijd: dubbelklik de foto voor vergroting). Gemaakt met de tamron 100 mm macro-lens - een prachtlens met veel detail.

Tot slot nog twee vreemde vogels.












maandag 1 november 2010

Eindelijk Online

We hebben eindelijk internet thuis, na veel gedoe. We zijn dus vanaf nu skype-baar. We hebben ook een vast telefoonnummer hier. Als je ons een mailtje stuurt mailen we het vaste telefoonnummer terug.