zondag 24 november 2024

Strandvondst



Die vond ik op het strand laatst. Totale lengte 6.5 cm. 

Kwisvraag: iemand enig idee wat het is? Een gemuteerde zeepapegaai? Een kruising tussen een casuaris en een kanarie? De schedel van een buitenaards wezen dat per ongeluk weggespoeld is vanaf de geheime onderwatermarinebasis Area 551 hier op de zeebodem? Is het zelfs wel een schedel? Is het niet gewoon een vogelborstbeen met extra chakra-ogen van een overspirituele kraai? 


Antwoord over een paar dagen...

 

vrijdag 22 november 2024

St Kilda


 We zitten nu een week in een appartement in St Kilda. St Kilda is een wijk in Melbourne, Australie. Vroeger was het kennelijk een stadje, maar nu dus helemaal opgeslokt door de grote stad. 

Melbourne is een enorme stad met meer dan 5 miljoen inwoners, en een enorme oppervlakte. 20% van de Australiers woont in Melbourne. Het ligt helemaal in de uiterste zuidwestpunt, tegenover Tasmanie, aan een enorme baai. 

Wij zitten dus in St Kilda, een vroegere hippiewijk tegen de kust aan, bekend vanwege veel kunst en optredende artiesten. Het is hier een en al strand, tientallen kilometers langs de kust. De sfeer is een beetje een mix tussen Scheveningen/Den Haag, maar dan wereldser, Bordeaux en Cannes. Het is hier behoorlijk bruisend, in het centrum van St Kilda is het net of het altijd feest of vakantie is. Wij zitten op 15 minuten lopen van het centrum, en op 2 blokken (5 minuten) lopen van het rustiger St Kilda West beach. 

De straat waar we zitten is rustig en heel groen. Het is een rare mix tussen betonblokken en koloniale oude houten jugendstil huizen. 

Het klimaat is hier ook merkwaardig. Iedere Australier die we onderweg hier naartoe tegenkwamen zei  "Ai, Melbourne, daar is het zo koud". Nou valt dat vandaag mee: 34 graden. Ik denk dat het klimaat overeenkomt met dat van Bordeaux in Frankrijk, alleen 's winters wat warmer en 's zomers gemiddeld wat frisser dan daar. 

Maar dat gemiddelde daar zit 'm de kneep. Wat in die 7 dagen dat we er nu zijn hebben we al twee keer meegemaakt dat het tussen twee opeenvolgende dagen zo meer dan 10 graden kouder of warmer is. De variabiliteit zit 'm vooral in de temperatuur, niet zozeer in regenachtigheid. Voor morgen wordt er 36 graden verwacht; voor de dag erna 21 graden. De dag nadat we aankwamen was het een aangename 25 graden, de dag erna nauwelijks 15. 

Plaatsnaamborden met St Kilda erop hebben ze hier niet, want het is geen stad maar een wijk. Daarom als alternatief maar wat bordjes met de naam er op - Speciaal voor Sake.

 





dinsdag 19 november 2024

Nog 25 km naar ons nieuwe huis


Terwijl we de laatste kilometers afleggen lig ik al hotsebotsend op het bed in het busje. Dit mag natuurlijk niet maar we hebben maar twee stoelen en eigenlijk is het ook wel relaxed en fijn om even uit te strekken als je een poos gereden hebt. 

Rinke rijdt, ibrich navigeert en checkt de dode hoek in de spiegel als Rinke afslaat. Ik gluur af en toe even naar de omgeving door de gesloten gordijntjes. 

Ongeveer 3000 km hebben we afgelegd door dit uitgestrekte landschap. Eindeloze wilde natuur, ontelbare platgereden kangaroes, bergen, vlakten, kust en jungle. Nu gaat dan het volgende deel van onze reis beginnen. Melbourne. Na 4 weken van nomadisch leven, Maleisie, Thailand en de twee weken in de camper is het fijn om ook weer eens een poosje een basis te hebben. Hoe zal het leven daar zijn en wat zal het ons brengen? 


Wat de reis ons tot nog toe gebracht heeft is een sterkere band. Zelfs het slapen (met zn drieen in een krap bed, gaat goed. Het is ook fijn hoe Ibrich steeds volwassener wordt,  meer deelneemt aan het proces en meer eigen initiatief neemt mbt de koers. Thuis leven we toch veel meer langs elkaar heen, iedereen zn eigen ding op zn eigen kamer. 










maandag 18 november 2024

fladderende puurwaters



Een paar dagen terug waren we bij Cape Conran, op de Banksia Bluff campground. Daar kun je over het strand lopen van de camping tot aan de monding van de rivier, een paar km verderop. Er is verder helemaal niks daar, alleen duinen, strand, en zee. 

Het strand lag bezaaid met dode Shearwaters. Voor de vogelkenners onder ons: dat zijn die beesten die helemaal voorin het vogelboek staan, op die pagina's die je altijd overslaat omdat je er helemaal niks mee kunt. Met heel veel mazzel zie je in Nederland een bruin stipje ergens ver op zee vliegen, en dat is dan misschien wel een shearwater als het niet per ongeluk een jonge meeuw is. De omstandigheden zijn altijd te ongunstig (slecht licht, storm, te ver weg, etc etc) om er verder iets van te kunnen bakken. 

Shearwaters (in het Nederlands: pijlstormvogels) zijn van die beesten die ongeveer op de golven geboren worden, en die hun hele leven doorbrengen in twijfel of ze nou een vis of een vogel zijn. Nou ja, niet echt natuurlijk, want ze broeden wel degelijk op het land, soms op verlaten rotseilanden, dan weer in holen in de duinen. Ze komen over de wereld voor, zo lang het maar zout is en er heel veel uitgestrekte watervlaktes zijn. Het zijn echte zeevogels. Een meeuw in Nederland een "zeemeeuw" noemen moet voor een Shearwater zoiets zijn als je bejaarde oma uit Huize Avondroest een atleet noemen. 

Hebben we in West Europa in het vogelboek al een paar van die vervelende altijd overgeslagen pagina's vol met zulk soort beesten, hier in Australie zijn er tientallen soorten die ook nog eens enkel uit elkaar te houden zijn als je ze als lijk in je hand hebt en hun snavel op kunt meten. 

En dat was nou net precies wat we hier konden doen. Waarmee de Shearwaters ineens een hele leuke puzzel werden waar Ibi en ik ons enthousiast op wierpen. Uiteindelijk bleek dat het hier om de meest algemene Shearwater van Australie gaat, de short-tailed Shearwater. Even later zag ik er zelfs een paar levende vliegen - althans, ik ben er maar vanuit gegaan dat het om dezelfde soort ging.

Dit dier is de meest algemene zeevogel van Australie, en werd al gezien en getekend door de bemanning van Captain Cook, die 200 jaar geleden voor het eerst deze kusten afschuimde. Het beest heet ook wel schapenvogel (muttonbird). Een naam die eerst voor een andere stormvogel gebruikt werd, maar nadat die compleet uitgeroeid werd door zeevaarders, werd de naam gebruikt voor deze Shearwater. De beesten worden zelfs nog "geoogst" op Tasmanie, een activiteit van Aboriginals een beetje in dezelfde sfeer als het traditionale Friese eierzoeken. Gelukkig zijn er naar schatting nog zo'n 23 miljoen exemplaren. Ze broeden in zelf gegraven holen in de duinen.

Op het strand 150 km zuidelijker, een uitgestrekte schoorwal van 90 mijl lang, die heel toepassend ninety mile beach heet, was het weer raak. Ditmaal lag het strand niet bezaaid met die beesten, maar vond ik er toch nog eentje die alleen met een vleugelpunt boven het zand uitkwam. Deze was beduidend kleiner. Het boek er weer bij, meten en vergelijken, en het bleek een Fluttering Shearwater - alleen fladderen deed hij niet meer, zijnde dood als een pier. Dit is een wat kleinere soort die in Nieuw Zeeland broedt, maar hier buiten het broedseizoen rondhangt. 

Verder heeft Ibi nog een dode common diving-petrel gevonden: een nog kleiner bruin stormvogeltje. Helemaal zeker wist ik het niet, want het beest was vrij ver heen. We hebben hem in een zakje gestopt en meegenomen, en nu ligt hij hier in de vriezer. Ik ben van plan een ornithologisch instituut op te zoeken om het beest even te laten zien. 

zondag 17 november 2024

Benoemen

 Soms kijk je even op webpagina's van kranten om te zien hoe het in het thuisland gaat terwijl je zelf aan de andere kant van de wereld zit. Slecht idee, want het thuisland voelt niet meer thuis. Maar ja, je voelt kennelijk toch een soort van connectie nog steeds, helaas. 

Want ik heb het zelf helemaal gehad met Nederland. Een eng, benepen, vreemdvrezig en diep racistisch rotland, dat afgegleden is tot een echte kakistocratie waar vooral de onderbuik regeert. 

Een voorbeeld: in Amsterdam trekken Israelische voetbalhooligans door de stad, daarbij specifiek vernielingen aanrichtend, mensen van Arabische afkomst molesterend, en leuzen scanderen over hoe bevredigend het is om schoolkinderen in Gaza aan stukjes te bombarderen. Vervolgens komen niet geheel onbegrijpelijk islamitische jongeren van Marokkaanse komaf in opstand tegen zulk soort verheerlijking van het uit elkaar rijten van kinderen, en trekken ze al Israelier-jagend door de stad. Tuig tegen tuig, zeg maar. 

Dan gaat eerst de vaderlandse media er overheen: volstrekt eenzijdige berichtgeving waarin vooral de rol van het Islamitisch tuig naar voren komt, maar waarin de rol van het Israelisch tuig er uiterst bekaaid vanaf komt. (Het moet trouwens gezegd, na een paar dagen krijgen de "kwaliteitsmedia" meer aandacht voor de rol van het Israelisch tuig - hoewel nog immer summier).

Vervolgens gaan alle domrechtse politieke kopstukken eroverheen, opnieuw volstrekt eenzijdig. Er is enkel aandacht voor één zijde van het verhaal. Dat kun je natuurlijk verwachten van domrechtse politici, het probleem is vooral dat dat tegenwoordig vrijwel elke politicus is. 

En daarna het gesundes Volksempfinden van de publieke opinie natuurlijk. Dan heb ik het niet eens over de commentaren onder bepaalde kanalen op youtube, dat is echt racistische drek in ultima forma. Nee, ik bedoel een relatief neutraal medium als nu.nl, waarbij het onder een redelijk neutraal artikel over de materie erg illustratief is om door te scrollen naar de commentaren van lezers. Wat opvalt is dat het door domrechts gekaapte steekwoord "benoemen" weer veelvuldig toegepast wordt, maar dan enkel waar het gaat over het Islamitische tuig in dit verhaal. Het "benoemen" van de ranzige wandaden van het Israelische tuig in deze affaire blijft beperkt tot naar schatting wellicht 1% van de reacties. Als benoemen dan je stokpaardje is, benoem dan ook alles, en niet een zijde van het conflict.

Het tekent de huidige situatie in NL: een diep racistisch land, waar een vreemdvrezige bevolking in een akelige rondedans zit met een al even vreemdvrezige politieke top, pirouetjes om elkaar heen draaiend en elkaar steeds verder opstokend tot nog dommere, nog racistischer hoogten. Een ware kakistocratie, waarin de domste politici het hardste schreeuwen, het meeste aandacht, en tegenwoordig ook nog de meeste stemmen krijgen. Politici die hard en dom schreeuwen om Wilders te overblaten, en een bevolking die daardoor steeds meer gaat geloven dat hard en dom geschreeuw wel waar moet zijn, omdat het anders niet zo hard en dom geschreeuwd werd; aldus de politici belonend en stimulerend om nog harder en dommer te gaan schreeuwen.

Ik ben helemaal klaar met dat landje, en zou het liefst voorgoed emigreren. Maar ja waar naartoe. Overal in de wereld is de domrechtse geest uit de fles. Democratie is in wezen een totaal failliet systeem - maar ook hier weer: wat is het alternatief dan? Nou ja, dat laatste plaats ik nog wel eens een artikel over, want daar bestaan wel wat ideeen over. En over dat emigreren beraad ik me nog. 

Vrijwaring 1: 

Mocht iemand naar aanleiding van dit stukje denken dat ik pro-Palestijn ben: nee, dat ben ik niet. In dat conflict worden mensen doorgaans opgedeeld in pro-Israelisch of pro-Palestijnse kampen, maar ik val in geen van beide. Ik ben contra-Israelisch EN contra-Palestijns. Ik denk namelijk dat beide partijen in dit conflict precies even grote oorloghitsende idioten zijn, die de andere partij het licht in de ogen niet gunnen, en die beide uit zijn op de vernietiging van de ander. 


Vrijwaring 2:

Ik spreek over domrechts om de huidige politiek dominante stroming aan te duiden. Daarmee wil ik niet zeggen dat rechts per se gelijk is aan dom, noch dat domheid zich enkel voordoet bij rechts. Er bestaat ook zoiets als domlinks, dat zijn namelijk die lieden die achter alle kommer in de wereld een gore streek van het grootkapitaal zien. Alleen is domlinks tegenwoordig vrijwel uitgestorven, terwijl domrechts haar hoogtijdagen beleeft en alleen maar  groeit. 

Ik noem het domrechts omdat het (uiteraard) rechts is, maar vooral omdat domheid het belangrijkste kenmerk is. Ervaring doet er niet toe (Trump die volstrekte nitwits op ministersposten benoemt, en in Nederland een kwakzalver en complotwappie als minister van volksgezondheid); (wetenschappelijke) kennis is verdacht en wordt actief ontkend (klimaatverandering, stikstofproblematiek), en er wordt een eigen maakbare en feitenvrije schijnwerkelijkheid opgetrokken die continu in conflict komt met de realiteit (asielpolitiek). Er wordt gewerkt met verschillende werkelijkheden: Trumps "alternative facts", en de "andere werkelijkheid" van PVV-politici die merken dat schreeuwen vanaf de zijlijn toch makkelijker is dan omgaan met de realiteit. Liegen dat tot een hogere kunst verheven is geworden. 

Trouwens: de term dom is hier vooral van toepassing op het stemvee dat erin trapt. Veel van de politici zijn uiteraard ook niet al te snugger, maar kunnen toch zeer geslepen zijn. Zie b.v. het intrekken van de spreidingswet: dat wordt doelbewust gedaan opdat de overlast van asielzoekers in Ter Apel optimaal blijft. De PVV heeft alle belang bij het niet oplossen van problemen in de asielopvang, want die problemen zorgen voor stemmen. Dit is Hanlons scheermes voorbij: dit is geen domheid meer, maar echte kwaadaardigheid. 

Ik benoem het allemaal maar even zoals het is, want dat is toch een van de stokpaardjes van domrechts, dat benoemen. 

zaterdag 16 november 2024

Enkele nagekomen berichten.

 Er zijn enkele nagekomen stukjes in deze blog geplaats, maar omdat ze gepredateerd zijn zodat alles op volgorde staat, missen onze lieve lezertjes dat misschien. 

Daarom hier even expliciete linkjes naar die nagekomen berichten: 

vrijdag 15 november 2024

Covid in de keuken te Cooma.

Laatst kwam er hier een storing over, waardoor het anderhalve dag plensde (voor de rest hebben we eigenlijk steeds goed weer gehad). Daarom verbleven we een nacht op een camping, in Cooma, in de bergen van zuidelijk New South Wales.

Campings zijn hier van alle gemakken voorzien: er is meestal een recreatieve ruimte aanwezig, met televisie, biljart, hangbanken, etc. Daarnaast is er vaak een keuken die je gratis kunt gebruiken, compleet met pannen, gasfornuis, bestek, etc. Om die reden hadden we voor de camping gekozen, want onderdak koken is nou eenmaal handiger dan buiten voor je busje, als het plenst. 

In die keuken zaten nog twee andere mensen, een stel van onze leeftijd uit Melbourne, waarmee we aan de praat raakten. Aardige mensen, maar de sfeer werd toch emotioneler toen het gesprek op covid kwam. Het blijkt dat ze een jaar opgesloten hebben gezeten in Victoria, de zuid-oostelijke deelstaat van Australie. Ze mochten 1 uur per dag de deur uit, tot op max 5 km van hun huis af, en dat een vol jaar lang. Het deed mij een beetje denken aan de absurde maatregelen die ze op de Canarische eilanden (Spanje dus) hadden, waar mensen ook huisarrest hadden. Ik heb nooit zo begrepen hoe overheden menen dat je een besmettingsgevaar vormt terwijl je in je eentje een berg op loopt of een woestijn inloopt, en zoals te verwachten begrepen onze gesprekspartners dat ook niet. De conclusie van de man was: kwaadaardigheid. De overheid deed dit om samen met de farmaceutische industrie bakken geld te verdienen. 

Ik ben zelf meer van Hanlons scheermes: veronderstel geen kwaadaardigheid in gevallen waar domheid een afdoende verklaring biedt. Het is jammer om te zien hoe een onredelijke, totaal overtrokken reagerende overheid er voor zorgt dat mensen en masse meegezogen worden in de domheid van complottheoristen. Ja, de repressieve maatregelen zoals die in Frankrijk, Spanje of Australie golden waren zwaar overtrokken en onnozel, maar dat wil nog niet zeggen dat dat automatisch betekent dat Ivermectine WEL helpt tegen covid (dat doet het dus echt niet), en het wil ook niet zeggen dat dus covid niets meer was dan een griepje, of al die andere flauwekul die "kritische media" over ons uitgestort hebben. En dat uitstorten was wereldwijd, want ik hoorde hier weer exact al diezelfde flauwekul die in Nederland door complotwappies verspreid wordt. 

Veel mensen gaan uit van een kwaadaardig verdienmodel van de overheid in combinatie met de farmaceutische industrie. Voor de overheid is dat complete nonsens - die heeft over het algemeen zwaar verloren aan lockdowns, en staatsschulden zijn overal ter wereld zwaar opgelopen - dus wat nou "verdienmodel". Wat men bovendien vergeet is dat het zogenaamd kritische verhaal daarentegen wel degelijk op een dik verdienmodel berust: klikbeet, politiek gewin, verdiensten dankzij zogenaamde kritische onthullingen, het levert allemaal verdiensten op. 

Ik geloof niet dat wij deze mensen op andere ideeen hebben kunnen brengen. Uiteindelijk was wel een van de conclusies dat het weer een verhaal was van "de overgrote massa lijdt als gevolg van de domme 5%". Kennelijk vindt de overheid in genoemde landen dat je mensen niet in hun eentje in de natuur kunt laten lopen tijdens een pandemie, omdat er altijd een minderheid aan idioten is die je niet kunt vertrouwen en die toch gaan samenscholen en verspreiders worden. Net zoals je in Australie en op de Canarische eilanden ziet dat paden worden afgesloten zodra er maar enigszins een gevaar is dat een toerist over een steen struikelt: omdat er 1% aan idioten is die daadwerkelijk over een steen gaat struikelen en daarbij een poot breekt, mag de overige 99% er dus ook niet meer komen. 

Mijn gesprekspartner vond dat cynisch, dat de overgrote verstandige massa dan de pineut is als gevolg van die paar procent onverantwoordelijken. Ik kan echter in geval van covid die overheid heel goed begrijpen. Allereerst: in geval van covid is het geen domme 5%, maar eerder iets in de buurt van de domme 50%. De meerderheid van de bevolking IS gewoon dom, of in elk geval in staat om kritiekloos achter de domkoppen aan te lopen (het is geen toeval dat NL tegenwoordig bij meerderheid domrechts stemt). Bij covid zie je dat er vanaf het begin continu dwazen waren die riepen dat het allemaal bedrog was, dat het allemaal mee viel, en dat het allemaal een groot complot was. Hoe kun je er dan als overheid op gaan vertrouwen dat mensen verstandig genoeg zijn om niet samen te gaan scholen? De praktijk wijst uit dat ze dat dus wel doen. 

Waarmee we kunnen concluderen dat we de strengheid van lockdowns juist deels te danken hebben aan degenen die er het hardst tegen ageren. Net zoals de vaccinatieschade die opgetreden is: die hebben we voor een aanzienlijk deel te danken aan de "kritische media" die het hardst hebben zitten roepen dat vaccins niet deugen. Immers: het is net als met mobiele-telefonie-antennes: als je maar hard genoeg en lang genoeg roept dat het schade oplevert dan gaan mensen zich vanzelf al ellendig voelen. Het lijkt al met al net een asielcrisis, wat dat betreft. 

dinsdag 12 november 2024

Het leven van een digitale nomade




Op onze tocht zuidwaards slapen we soms op een stil plekje langs de route, soms op een natuurkampeerterrein en ook strijken we af en toe neer op een camping. Daar is dan meestal een gemeenschappelijke kampkeuken.

Het is dan de bedoeling dat Rinke checkt of er nog mail is van zijn werk maar afgelopen week wilde dat maar niet lukken. We hadden zijn nederlandse telefoontje mee om daarop de verificatie smsjes op te ontvangen maar de oplader was tijdens onze twee dagen in Maleisie doorgebrand door de wisselende stroomsterkte daar. En zelfs in Maleisie liep iedereen rond met een veel nieuwe model dus een andere oplader was moeilijk te vinden. 
Maar we zijn niet voor een gat te vangen en hadden nog een reserve iphone mee, dus Rinkes simkaart daarin gezet. 
Helaas verwarden we deze telefoon op een dag met degene die we in australie voor de navigatie gebruikten. Gevolg. 70 euro internationale roamingkosten en nummer afgesloten voor gebruik in het buitenland. Dus mailtje gestuurd naar de helpdesk van Rinkes werk, en na 5 dagen (incl weekend) nog geen reactie. 
Nog maar eens gemaild. En nu na wat gedoe kan hij eindelijk de codes op zn australische nummer ontvangen en zn mail van de afgelopen week bekijken. 
Nu ik nog. Ik kwam erachter dat mijn email geblokkeerd is wegens ongebruikelijke activiteit. Maar de herstelcodes komen niet binnen… en verder worden er geen andere opties geboden. 

vrijdag 8 november 2024

De grote tocht zuidwaarts

 We zijn afgelopen maandag vertrokken vanuit Petrie, net ten Noorden van Brisbane, Queensland, Australia. 

Dit is waar we langs geweest zijn: 

  • Minyon Falls, Nightcap National Park. Een flinke waterval met poel eronder, die bereikt kon worden na een moderaat stevige wandeling. Wat moeilijk voor Ingeborg, maar het lukte allemaal, en het is een prachtig nationaal park. We hebben hier twee nachten doorgebracht op Rummery Park campground. Eerst helemaal alleen, de volgende nacht was het ineens veel drukker. 
  • Woody Head, New South Wales, tussen Byron Bay en Coffs Harbour. Hier een dag doorgebracht maar 's avonds weer verder getrokken. We vonden een Short Tailed Sheerwater dood op het strand. Sheerwaters zijn van die zeevogels die je normaal alleen als een stipje over de golven ziet, en ze lijken allemaal verschrikkelijk op elkaar zodat het een onmogelijk raadspel wordt om de soort te achterhalen. Deze lag echter dood op een rots. Een grauwbruin vogeltje kleiner dan een kokmeeuw dat z'n hele leven op de oceaan doorbrengt. In mijn vogelboek stond een plaatje van alle snavels op schaal van zeevogels, en daarmee lukte het om de soort te bepalen. Elke soort heeft een eigen patroon van zoutuitscheidingsbuisjes op de snavel. Maar als je zo'n beest levend in de verte ziet vliegen lukt dat dus nooit om het op naam te brengen. Overigens zag ik er later nog twee levenden vliegen, en maar aangenomen dat het dezelfde soort was. Verder zaten hier nog heel veel van onze sterns (grote stern, visdief, lachstern, kaspische stern), plus zwarte scholeksters, en wat aalscholversoorten. Het strand ten zuiden van de woody Head, backbeach genaamd, is trouwens een echte aanrader: compleet verlaten en zeer uitgestrekt, en heel makkelijk bereikbaar vanaf Woody Head.   
  • Diggers beach en Little diggers beach, net ten Noorden van Coffs Harbour. Hier overnacht op een kampeerplaats vlak bij het strand. Volgens de bordjes mocht het niet, maar volgens een man in een andere camper was dat bluf, en mochten de autoriteiten je helemaal niet verbieden om op een publieke parkeerplaats te staan (althans, in NSW). Prachtig strand trouwens. Helemaal het Little diggers beach, dat bij laag water makkelijk bereikbaar is via het strand. 
  • Never Never: casuarina falls walking track, bij Dorrigo, aan de Waterfall highway. Een mooie wandeling door echt oerwoud waar het stikt van de bizarre vogelgeluiden. Helaas stikt het ook van de bloedzuigers. Ingeborg bloedde zwaar aan haar voeten, en ik dacht dat ik er redelijk ongeschonden afgekomen was. Ik had een stuk of tien van m'n voeten geplukt die nog niet gebeten hadden, maar ik had er kennelijk eentje tussen m'n tenen over het hoofd gezien. Na tien kilometer rijden ontdekte ik toch behoorlijk wat bloed tussen de pedalen van de bus, en daarnaast een volgezogen bloedzuiger. Je voelt die beesten eigenlijk nauwelijks, maar de wondjes blijven wel behoorlijk bloeden.
Voor vandaag zijn we verder de waterfall highway naar het westen afgereden, en in Armidale beland. We wilden verder naar een of andere kloof, nog 200 km verder naar het zuiden, maar Ingeborg stopte in Armidale bij een Aboriginal art centrum, en daar kregen we uitgebreiden rondleiding omdat we de enige bezoekers waren, want niemand interesseert zich natuurlijk voor zulk soort dingen. Daar hoorden we dat er hier de volgende dag (morgen dus) vanaf 10 uur een groot aboriginal festival is met allemaal muziek, standjes, en veel dingen te doen. Dus dat gaan we meemaken morgen. 

Tot zover deze update.          

editor ibi (op 16-11) zegt lees de reacties voor een ibi-toevoeging!

zondag 3 november 2024

Griekse halfgod to the rescue



Inmiddels zijn we aangekomen in Australie, Brisbane, op de grens van Queensland en New South Wales. 

Toen Jitse en Ene hier waren, hun bus kapot was en ze geen onderdak hadden (kamperen in je bus op een openbare weg kan je hier dure boetes opleveren) kwamen ze via via in contact met H. Deze van origine Zuid Afrikaan had in de coronacrisis wat gestrande reizigers met hun busje onderdak verleend in zijn tuin (van een wat groter formaat dan wij in NL gewend zijn). 

Naarmate de crisis duurde waren er steeds meer backpackers in de tuin neergestreken. Ze hadden het met zn allen heel gezellig gehad en na corona was hij er meedoor gegaan gestrande reizigers te helpen. 

Toen Jitse vertelde dat wij naar Australie kwamen en het leuk vonden om hem te ontmoeten bood hij spontaan aan om ons van het vliegveld te halen en naar onze bestemming te brengen op een uur afstand van zijn huis.  (terwijl hij zelf twee dagen later op vakantie zou gaan, met het vliegtuig). En toen hij hoorde dat onze bus (die eerder van Jitse en Ene geweest is) wat kleine mankementen had die gerepareerd moesten worden voordat we m in onze naam zouden kunnen registreren nam hij het op zich om dit voor ons te regelen. 

Uiteindelijk was het zo dat hij met de onderdelen (lamp en spiegel) in de auto om 7.15 klaar stond bij het vliegveld (terwijl we pas om 8.30 onze bagage hadden), daarna met ons naar Kallangur reed waar de bus op de oprit stond van E. op wiens poezen Jitse en Ene een aantal maanden hadden gepast. Vervolgens ging hij zeer voortvarend aan de slag om de onderdelen te vervangen  (tegen de tijd dat ik een schroevedraaier vond had hij de lamp er al in) monteerde. En ging tussendoor nog even naar de bouwmarkt om de goede schroeven te halen toen de spiegel niet paste. Vervolgens onderhandelde hij met de APK monteur in schimmig Zuid Afrikaans en toog met mij naar het registratiekantoor. 

Aldaar bleek het briefje van E. dat ik op dat adres woonde niet voldoende om de auto op mijn naam te krijgen. Daarvoor moest je proof of address hebben in de vorm van een rekening van gas of electra, een statement van de queensland belastingdienst of nog een heel lijstje van dingen waaraan reizigers per definitie niet kunnen voldoen. Ik begon te sputteren maar H. stopte me. Don’t argue zei hij. “We will come back with the proof she asked for and then this lady will help us and she will be very sweet and even might go out of her way to overlook some minor things”. Zo gezegd zo gedaan. H. maakte op zijn mobiele telefoon een huurcontract (voor 1 maand) voor ons, die het meisje van de telefoonzaak waar ik een simkaart kocht voor ons uitprintte). Met dit huurcontract gingen we terug en inderdaad, het ging precies zoals H. voorspeld had. 

Om drie uur smiddags nam ik afscheid van H. en reed naar ons airbnb apartement waar Rinke en Ibi waren gedropt door E en voegde me bij deze schone slapers. 






zaterdag 2 november 2024

IJsjes in China






 Op 29 oktober bezochten we in de ochtend nog een leuk strandje “fossil shell beach”. Het strandje is vernoemd naar de  sedimentlagen van 35 cm dik bestaand uit aaneengekoekte massa van fossiele schelpjes. Vervolgens reden we nog twee uurtjes en  leverden we de huurauto in, en waren ruim op tijd op het vliegveld. Dat was maar goed ook, want er was weer gedoe (!) Ditmaal was het Rinkes visum voor Australie. De dames achter de incheckbalie bestudeerden alle gegevens minutieus en tot in detail want als ze mensen doorlieten naar Australie en de gegevens niet klopten stonden daar hoge boetes op. 

Zodoende viel het hen op dat het nr van Rinkes paspoort de letter o bevat, maar dat op het visum twee keer een 0 stond. Na lang zoeken en overleggen, ibrich en ik moesten maar vast inchecken, kwamen ze met het verhaal dat Rinke de australische ambassade maar moest bellen om het recht te zetten, of een nieuw visum moesten aanvragen tijdens de 24 uur dat we daar zouden zijn voor de overstap..  Uiteindelijk, lang verhaal kort heeft hij een verklaring ondertekend dat hij zelf zou opdraaien voor alle kosten die hieruit zouden voortvloeien en dat china southern op geen enkele manier verantwoordelijk zou zijn. 

In China kwamen we zonder problemen het land in maar troffen op het vliegveld bij de helpdesk niemand die Engels  sprak. Gevolg is dat we nog voor we geld gewisseld hadden werden afgevoerd naar een hotel in een verre saaie buitenwijk waar ze geen buitenlanders gewend waren en ook niemand Engels sprak. Het hotel was door de airline  niet juist geboekt (maar tot 12 am terwijl ons vliegtuig pas om negen uur savonds ging) en zonder lunch of diner. 

  Het communiceren met een online chinees vertaalprogramma werkte ook niet best. Wel begrepen we dat de dichtsbijzijnde ATM erg ver weg was. Ook deden onze browsers en whatsapp het niet omdat Google en Meta in China geblokkeerd zijn. Toen ik vroeg welke zoekmachine ik in China kon gebruiken adviseerden ze een Chinese zoekmachine maar deze kreeg ik niet omgezet naar engelse taal. 

De meisjes achter de balie waren op een Chinese manier erg vriendelijk en behulpzaam maar op een gegeven moment kwam ik erachter dat ze maar doorgingen met het  op internet zoeken naar een zoekmachine die we in het engels konden gebruiken (tussenwijl telefoontjes van nieuwe gasten afhandelend) maar dat dat ze niet ging lukken, en dat ze dat niet zelf tegen me zouden zeggen maar eigenlijk wachtten totdat ik het zou opgeven.

We zijn toen maar een stukje gaan wandelen langs volkstuintjes. Bij een winkeltje lukte het zowaar om met een van onze bankpassen wat ijsjes te betalen. Het pinapparaat hiervoor werd opgediept uit een la en na afstoffen en allelei mysterieus gedoe met codes via de computer werkte het! Ook bleek de zoekmachine “Bing” het te doen in China. Maar inmiddels was het toen tijd om naar het vliegveld te gaan. 

 


vrijdag 1 november 2024

Op de markt van Khao Phang

 Dit is nog een stukje uit Thailand wat we over het hoofd hadden gezien om te plaatsen. 

Vanmiddag zijn we aangekomen bij de Rajjaprabha Dam bij het Cheow Lan stuwmeer. 

Onderweg kwamen we langs dit lokale marktje waar Rinke en ik even een kijkje zijn gaan nemen en ik als een echte toerist wat fotootjes heb geknipt. Ik heb tot schrik en amusement van de omstanders twee keer mijn hoofd flink gestoten (Rinke 1 x) want de afdakjes zijn niet op onze lengte gebouwd, en het geluk is met ons geweest want we hadden ons hoofd lelijk kunnen openhalen aan die roestige rafelige golfplaatranden. 

















woensdag 30 oktober 2024

Ganzencrisis


 

Ibi heeft tijdens ons  bezoek aan vissersdorp op palen Ko Panyi een witte knuffelgans gekocht. Sindsdien is het allemaal gedoe op onze reis. 

Die gans veroorzaakt veel overlast: hij poept overal en vooral op mijn gezicht, en gister plensde het de halve dag enorm. Iedereen weet dat ganzen van regen houden, dus het was gans z'n schuld. Als we een verblijf voor de nacht huren met bedden voor twee personen, dan neemt die gans zoveel bedruimte in dat er niet genoeg bedden zijn voor iedereen. Gans heeft ook nog eens geen manieren. 

Daarom wilde ik, Rinke, graag een ganzencrisis uitroepen, en ik eiste dat ik de enige was die erover mocht beslissen wat er met de gans zou gebeuren, zonder dat Ibrich en Ingeborg daar iets over te zeggen hadden. Er was immers een noodsituatie, dus de enige manier om dat op te lossen waren noodmaatregelen die alleen door mij besloten zouden worden. 

Helaas ging de rest daar niet in mee. Ik heb nog overwogen om de hele reis daarvoor af te breken, maar vervolgens heb ik toch maar toegegeven. Samen met Ingeborg vorm ik de meerderheid, en we hebben tot ongenoegen van Ibrich nu toch een mooi pakket aan maatregelen bedacht om de toestroom van ganzen in ons gezin tegen te gaan, want de overlast is echt enorm. 

  • Gans moet eerst in de noodopvang in de kofferbak van de auto voor een week, voordat gans in de normale ruimtes van de auto mag. We leggen gans dan bij elke stop in een ander stukje van de kofferbak.
  • We willen op de achterklep van de auto een boodschap speciaal voor gans plaatsen: "hier proberen we jou op te laten hoepelen, Gans!"
  • We gaan bekijken of delen van dat vissersdorp Ko Panyi misschien toch geschikt zijn om gans daar naar terug te sturen. We hebben gans al een paar maal gesommeerd daarheen te vertrekken, maar gans weigert botweg.
  • Elke drie dagen gaan we opnieuw bekijken of gans wel bij ons mag blijven. We doen niet meer aan permanente ganzentoestemming.
  • Gans moet achteraan in de rij sluiten bij verdeling van bedden als we ergens in een hostel aankomen.
  • De familie van gans mag niet bij ons in het gezin komen. Ook de partner van gans is niet welkom, want ganzen zijn natuurlijk niet getrouwd. 

Ik moet eerlijk toegeven dat ik nogal heb zitten te drenzen om deze maatregelen erdoor te krijgen. Elke vijf minuten begon ik weer over de problemen die gans veroorzaakte, zodat uiteindelijk iedereen nu wel een ganzencrisis ervaart.
 
Gelukkig hebben we nu de strengste ganzenmaatregelen ooit. Nu moet het goed komen.



dinsdag 29 oktober 2024

Infantiele onnozelaars in de jungle


 Het grote nadeel van heel toeristische gebieden in niet-westerse landen is nog niet eens zozeer de mensenmassa's; het is hier laagseizoen, dus dat valt allemaal reuze mee. In de eetgelegenheden zijn wij altijd de enige buitenlanders, en alleen in de ultieme trekpleisters van het toeristendom zien we af en toe wat buitenlanders. 

Dat je als een wandelende zak geld gezien wordt is ook nog tot daar aan toe. Geef ze eens ongelijk. En, het moet gezegd: dat valt hier ook nog reuze mee. En het is ook niet dat je als een irritante overlastgever gezien wordt - als dat hier al zo is laten ze daar echt helemaal niets van merken. De Thai zijn vooral bescheiden en altijd vriendelijk en behulpzaam. Als je de weg ergens niet weet staat er zomaar iemand klaar om voor je uit te gaan rijden tot je er bent, is ons nu al meermalen overkomen. 

Nee, het grote nadeel is dat je als volkomen handelingsonbekwaam wordt beschouwd; als een infantiele onnozelaar die in zeven sloten tegelijk loopt zodra die even uit het oog verloren wordt. 

Thuis hebben we vijf kano's; dus wij wilden hier kanoen, op de Khao Sok rivier. Om een indruk te geven: een rivier van een meter of tien breed, redelijk snel stromend, door de jungle, erg vergelijkbaar met de Ardeche in Frankrijk qua niveau. Je kunt hier volop tours huren om te kanoen. Dat houdt dan in: jij zit in een tweepersoonskano op je kont en doet helemaal niets, en een Thaise gids peddelt je door de rivier. Na een stukje van vier kilometer - wat op een snelstromende rivier als deze in een vloek en een scheet voorbij is - mag je er dan weer uit. 

Ik snap het ook wel: het is gewoon echt waar dat als je in zulk soort toeristenoorden mensen zelf laat peddelen, dat er dan dagelijks lui omslaan en half verzuipen, en dat je minstens drie maal per week met heli's het oerwoud in moet omdat sufferds het eindpunt gemist hebben en doorgegaan zijn tot in de ondoordringbare jungle. Begrijpelijk dus, maar wij gaan er niet in mee. Misschien als ik straks 90 ben, dat ik me dan door een gids laat bepeddelen. 

Dus ging ik in onderhandeling. Het bleek al snel dat zonder gids kanoen er echt niet inzat. Maar alleen in een kano en zelf peddelen, daar viel dan bij een enkele operator over te praten. Maar het bleef bij dat miezerige stukje van 4 km - want meer dan vier kilometer peddelen, dan raken toeristen uitgeput en dat kan natuurlijk niet. 

Gelukkig had ik op de camping waar we niet staan, maar waar we even waren kijken, een stel kano's zien liggen. Na wat onderhandelen wisten we de mensen er dan toch van te overtuigen dat we echt wel weten hoe een kano bestuurd moet worden. De deal was dus: met gids, maar wel elk in een eigen eenpersoons kano. 

En het moet gezegd: het was een succes. Gids Noi was met mij betreft niet nodig geweest, maar hij was er nu toch en het was een vriendelijke en bescheiden man, die best in was voor een avontuur. Op zeker moment gingen we een zijriviertje op en ik stelde voor om voorbij een watervalletje verder te verkennen, en daar was hij helemaal voor in. Ook was hij best onder de indruk van Ibi's capriolen in een liaan, en al met al heeft de man volgens mij ook een prima tijd gehad. Wijzelf ook: het was een best lang genoeg stuk van 12 km, over een vrij snel stromende rivier, die op enkele plekken zelfs wel even wat spannend was, tussen de takken van omgevallen bomen door. 

Aan het eind stopten we onder een brug, moesten we de kano met Noi omhoog sjorren over het betonnen talud van de brug, en daar stond z'n zus dan klaar met een pickup waar de kano's achterin gingen. Eigenlijk precies zo zoals we het thuis ook vaak doen op de Hunze en de Regge, alleen nu in een tropisch oerwoud met slangen en apen in de bomen om de rivier. 




Nagekomen bericht: eitjes koken in de hotspring





In Phuket hadden we voor een paar dagen een auto gehuurd en daarmee gingen we op avontuur. Na een nogal geijkt standaard toeristentripje op een meer met spectaculaire als tanden uit het water omhoogstekende rotsen  hadden we onze buik vol van door een gids ergens heen gekanoed worden dus lieten we ons leiden waar de weg ons bracht. Uiteraard had Rinke hier ook een hand in. We bezochten een hangende brug over een prachtig rode rivierkloof naast een enorm gouden boeddha beeld, en later passeerden we op de weg een bordje  “hotsprink”. Dus die weg ingeslagen maar vervolgens was er geen teken van enige hotspring te vinden dus wat jongens op een scooter gevraagd die even bij een restaurantje gestopt waren. De jongens waren echter birmezen die in zelfgekozen ballingschap in thailand waren vanwege het geweld in hun land. Zij kenden de hotspring ook niet maar de uitbaatster van het tentje gaf hen wat aanwijzingen en ze boden aan om ons vooruit te gaan Uiteindelijk kwamen we, flink een stukje verder aan op een parkeerplaatsje met een klein restaurantje een stalletje met chips etc. De birmezen wilden ze van ons geen drankje accepteren maar verrasten ons met een mandje met eitjes die ze van dat stalletje voor ons kochten om te koken in de hotspring.  

maandag 28 oktober 2024

Anders







 We zijn nu 10 dagen  in Thailand en voor het eerst in Azie. De vegetatie is hier tropisch en sommige bomen en planten komen ons bekend voor van onze tijd in latijns Amerika. Maar qua cultuur, bebouwing, verkeer en eten is het heel erg anders. 

Mensen zijn erg vriendelijk en behulpzaam op een afwachtende beleefde manier. Als je met iemand oogcontact hebt en naar ze lacht krijg je een volle glimlach terug. Begroeten gebeurt met een “Wai”. Je brengt je handen samengevouwen naar je neus en maakt een korte buiging met je hoofd. 


Bebouwing. Je ziet veel puntige daken en kleine altaartjes in de tuin. Ook veel boedhistische tempels en bogen. Over de straat zijn in elke stad wel een versierde boog met daarop grote portretten van de koning in vol ornaat met veel goud en glitter. Ook rode tinten zijn geliefd. 

In Phuket was het heel druk en was het verkeer echt even wennen met smalle kronkelende straten, veel kuilen en verkeer dat zich gedraagt alsof de middenstreep slechts een goed advies is.. Daarbij moet je dan nog optellen  de kleine brommertjes die overal zwaar bepakt (met mensen ) tussen doorschieten.. Op de meesten zit een heel gezin. De benjamin van soms nog maar een jaar oud geklemd tussen stuur en vader of moeder.  B vertelde dat hij record van 6 mensen op een brommer had gezien. 

Dan zijn er nog veel brommers met een zijspan in de vorm van een grote bak die vaak mensen vervoeren of dienen om koopwaar aan de man te brengen. 

En tijdens het rijden zaten we ook ineens achter een olifant die in een laadbak stond. 

Het eten. Er zijn veel stalletjes die noodels verkopen in verschillende soorten en maten. Je kunt dan ook kiezen wat je erbij wilt. Stukjes vlees of paddenstoelen, groente of ei. Ook worden er gestoomde pakketjes verkocht van kleefrijst of ander zoet spul gevouwen in bananenbladeren. Je krijgt er dan een soort siroop of vruchtjes bij. Of een soort kastanjes met vochtige zoete geraspte kokos. 

Vaak kun je kiezen uit vele soorten scherpe saus. Wij zijn wat dat betreft nog niet heel dapper geweest.

Het is hier ook een echt plastic land. Letterlijk alles wat je koopt zit in plastic en dan komt er als je niet snel bent ook nog een plastic zakje omheen. Dus dan krijg je bijvoorbeeld een plastic beker met mooie bolle deksel met rietje en dat alles in een plastic tasje dat precies om 1 beker past. 

Het plastic hier is ook nog eens van vooroorlogse kwaliteit. Veel dikker en zwaarder. Om verpakkingen open te krijgen heb je eigenlijk een schaartje of een mes nodig. 

Maar gelukkig hebben wij, net als de apen hier die zich hebben gespecialiseerd in het openen van vuilniszakken ook hoektanden.. 


zondag 27 oktober 2024

Vliegwinkel sucks!

 Eergisteren kwamen we erachter dat onze vlucht naar Brisbane was gewijzigd, ipv 13 uur in transit worden het nu 37 (!) . Dit zou betekenen dat we een dag later, op zaterdag pas in Brisbane zouden arriveren maar dit zou weer betekenen dat we dan in het weekend aan zouden komen. Het plan om de auto van Jitse en Ene in onze naam te registreren op vrijdag en er vervolgens in het weekend mee te kunnen rijden was dan onmogelijk. 

Vliegwinkel  was totaal onbehulpzaam en ik kreeg geen mens te spreken. De experts zouden over max 48 uur wel contact opnemen maar dat is nooit gebeurd. Kwalijk vindt ik dat. 

Uiteindelijk mbv F zelf contact opgenomen met China Southern Airlines. De 24 uur extra overstaptijd was niet te verkorten en op de 30-e was er plaats meer dus de enige mogelijkheid is om twee dagen eerder dan gepland uit Thailand te vertrekken zodat we nu juist een dag eerder in Australie aankomen. Dit laatste is gezien de auto eigenlijk wel handig want er zijn toch een aantal dingetjes die gerepareerd moeten voordat ie door de keuring komt. 

Hopelijk mogen we in Guangzho wel van het vliegveld af, en krijgen we accomodatie voor rekening van de airline. 




zaterdag 26 oktober 2024

Drie anafalbeten in het land Siam


We rijden dan sinds gistermiddag door Thailand, na een verblijf van een dag of vijf bij B. en F. in huis. B. wist nog een adresje waar we goedkoop een auto konden huren dus zo gezegd zo gedaan. Op naar Khao Sok. 

Dat is een nationaal park zo'n 120 km noordelijker, waar in een oerwoud een enorm stuwmeer ligt met grillige rotswanden als oevers. Of we bij dat meer komen weet ik niet; je kunt daar voor een vermogen een drijvende lodge op het water huren, maar het kost je alleen al twee uur om daar te komen, en bovendien - wat moet je dan als je daar op het water in een huisje drijft? Zeker gezien het weer: elke dag redelijk zwaar bewolkt, af en toe zon, maar ook dagelijks vooral in de middag stevige plensbuien. 

Dus wij zitten nu aan de Khao Sok rivier ten zuiden van het nationaal park. Dat is ook weer een zeer toeristisch dorp, met allemaal veganistische restaurants, toeristenwinkels en massagesalons. En natuurlijk op elke straathoek een soort van hotel, en tussen die straathoeken in natuurlijk ook nog. Wij zitten wat van het centrum af in een flinke hut die op een stevige paal staat, de "bamboo house", voor een heel schappelijke prijs van zo'n 20 euro per nacht. 

Dat rijden door Thailand is een vak apart. Allereerst omdat ze hier links rijden, dus dat is heel erg wennen. Als je niet oppast steek je de spookrijdersbaan in na een stoplicht of een bocht. Gelukkig was het onderweg naar Khao Sok erg rustig op de weg. 

Daarnaast is het lastig omdat veel borden enkel in het Thaise schrift zijn, en daar is helemaal NIETS van te snappen. Je waant je dus een complete anafalbeet, en dat is best lastig voor zo'n omhooggevallen intellectueel als ik. Gelukkig hebben ze bij veel verkeersborden een onderschrift in het engels in normale letters toegevoegd, maar naarmate je meer in de rimboe komt, wordt het gehalte aan engels onder de borden steeds minder. 

woensdag 23 oktober 2024

Thailand



We zitten nu al een aantal dagen in Phuket, Thailand, bij B. en F. in huis. B. is een Canadees, F. is Chinese. Ze zijn een net gepensioneerd stel die jarenlang overal op de wereld voor een internationale organisatie gewerkt hebben.  

Thailand komt bijna buitenaards over op mij. Het is een land waar eens in de paar jaar een staatsgreep plaatsvindt, en waar ze dan net doen of ze democratisch zijn, maar waar eigenlijk toch steeds de militairen de echte lakens uitdelen. Het is een koninkrijk waar de koning zelf een soort van heiligenstatus heeft, en ik zal daar verder niet veel over zeggen want kritiek op de koning is een misdrijf wat je jaren de bak in kan doen draaien.  

Voor de Tweede Wereldoorlog heette het land nog Siam. Het is een van de weinige niet-westerse landen op de wereld die nooit gekoloniseerd zijn geweest. Toch is de invloed van het Westen de laatste eeuwen erg groot. Eerst dankzij veel bloeiende handel en een slim tegen elkaar uitspelen van wereldmachten; na de Tweede Wereldoorlog vooral vanwege toerisme. De massaal aangehangen religie is Boedhisme, wat betekent dat Thai uiterst tolerant staan tegenover allerlei buitenlandse strapatsen die met die toeristen meekomen. 

Phuket is een hypertoeristisch gebied waar B. en F. wonen. Wat vooral opvalt is de chaotische mix tussen westerse invloeden en toerisme enerzijds, en traditionele Boedhistische en Chinese invloeden anderzijds. Het straatbeeld is ook erg chaotisch, ook al omdat er nauwelijks rechte straten lijken te bestaan. In landen als Mexico heb je toch vaak een rechthoekig netwerk van haaks op elkaar staande rechte straten; hier is dat totaal niet het geval want elke straat of weg is heel bochtig, waardoor je binnen de kortste keren je orientatievermogen flink kwijt bent. Of dat typisch is voor het eiland Phuket of voor heel Thailand weet ik niet. 

Het is hier behoorlijk warm met een zeer krachtige zon, maar te warm is het nou ook weer niet. Zo rond de 30 graden meestal. Wel hoge luchtvochtigheid. Het afgelopen weekend heel veel zware regen, daarna zonnig. De plantengroei is uitbundig en tropisch, hoewel er hier op het eiland Phuket op zeeniveau nauwelijks een uithoek te vinden is die nog in natuurlijke staat verkeerd - op wat mangroves in het oosten van het eiland na. Toch hebben ze het wel goed georganiseerd, want boven de 62 meter boven zeeniveau is bouwen verboden, waardoor de vele heuvels wel bebost blijven. Verder is het hier vooral veel stranden, terwijl de zee tussen eiland Phuket en het vaste land zich kenmerkt door bizar gevormde kalksteenrotsen en pilaren die recht oprijzen uit een knallend blauwe zee. Dat gebied gaan we later nog naar toe - het is wereldberoemd maar ook heel erg toeristisch. 

We zijn hier zo'n twee weken; daarna gaan we door naar eindbestemming Australie. 

zaterdag 19 oktober 2024

Oerwoud, apen en rose passen in Malaysia



 Eerst maar even een infodump: We zitten nu in Malaysia (Maleisie), Port Dickson. We zouden Jitse en vriendin Ene bezoeken die een jaar in Australie zitten, maar door onvoorziene omstandigheden kwam Jitse eerder terug naar Nederland, terwijl wij alles al geboekt hadden. We hebben hem vijf dagen kunnen zien thuis, voordat we vertrokken naar de leemte die hij had achtergelaten in Australie. 

Omdat de eerste overstappen in Malaysia was  had Ingeborg gedacht om daar een aantal dagen bij te komen van de jetlag. Echter, met een warrig hoofd gaat niet alles van een leien dakje, dus ging er een en ander mis op de reis. We bleken een paspoort nodig te hebben dat minstens een half jaar geldig was voor Malaysia, en Ibrich had dat niet; dus mochten we het vliegtuig niet in op Schiphol. We hebben toen in allerijl een noodpaspoort aangeschaft voor Ibrich: een knalrose papiertje dat een jaar geldig is. 

In Malaysia zelf waren ze daar iets minder gecharmeerd van, want "eigenlijk mag dit niet, een noodpaspoort is bedoel om snel mee naar huis te gaan, niet om een land binnen te komen dat niet je thuis is en dat niet een doorreisland op weg naar huis is", zo liet de grenscontrole in Kuala Lumpur ons weten. Maar na wat gedoe en lief glimlachen trokken ze toch de stempel en mochten we toch naar binnen. Toen had ik, Rinke, nog gedoe, omdat er op het vliegticket Rinke X stond, en op het paspoort Rinke C. X. dus dat was iemand anders. Opnieuw lief glimlachen en gedoe, en gelukkig werd opnieuw met de hand over het hart gestreken, en kreeg ik ook een pracht stempel in het paspoort en mocht ik er in. 

En nu zitten we dus twee dagen in dit land, in een hotel aan de kust in Port Dickson. Malaysia is een land dat heel groen oogt, maar op de 80 km tussen Kuala Lumpur en Port Dickson is al dat groen eigenlijk één enorm palmolieplantage, waar al dat mooie groen keurig in rijtjes staat. 

Maar er is ook echt groen: vanochtend hadden we vier uur over voor we weer voor vertrek wegmoesten, dus gingen we naar Cape Rachado: een punt die de straat van Malakka insteekt, en waar een vuurtoren staat temidden van een oerwoud met wandelpaden er doorheen. 

Erg steile paden af en toe, echt oerwoud, apen die heel belangstellend toesnelden zodra ik een banaantje pelde, en een klein strandje waar Ibrich en ik belanden na een zeer steile afdaling. Malaysia is continu dertig graden bij een hoge luchtvochtigheid, dus het warme zeewater was desondanks bijna verkoelend. 

Ondertussen had Ingeborg haar eigen rondje gelopen en werd door diverse passerende groepjes wandelaars op de hoogte gehouden dat ze haar familie daar en daar hadden gezien. We vielen ook wel op want in onze twee dagen daar geen enkele andere europeaan gezien. 

Ingeborg had daar ook een  benauwd moment. Toen toen ze haar telefoon uit haar tasje wilde pakken sprong een van de apen (zo groot als een flinke kat op dubbel zo lange poten en met een twee keer zo lange staart) op een intimiderende manier vlak voor haar op het tafeltje om de tas af te pakken. Alleen met veel gesis kon ze ze weer verjagen. 

Malaysia ligt aan de straat van Malakka, een nauwe zeedoorgang tussen Sumatra (Indonesie) en Malaysia. Mensen zijn erg vriendelijk, en de jongere helft spreekt wel enigszins engels. Het Maleis is verwant aan de taal die in Indonesie gesproken wordt, dus ondanks dat het heel vreemd en ver verwijderd is van onze eigen taal, herkennen we af en toe nog een woord of term vanuit ons koloniale verleden hier. 

Nu zijn we weer op weg naar de volgende bestemming: Phuket, Thailand. Daarover later meer.