donderdag 4 november 2010

Achterstallige foto's

Foto's verwerken en bewerken kost tijd. Dus ik ben altijd wat achter met de foto's. Daarom af en toe een "update" van achterstallige foto's die ik jullie toch niet onthouden wil.

Het begint met drie foto's van de red billed gull, zeg maar de locale kokmeeuw. Ze hebben net zo'n lawaai, en het stikt er net zo van als de kokmeeuw in Nederland. Het verschil is de kopkleur en het opvallende witte oog.

Daarna wat plaatjes van een Kea, de bijzondere papegaaiesoort die ze hier hebben. Let vooral op het prachtige detail en de scherpte van de veertjes in de bovenste foto (als altijd: dubbelklik de foto voor vergroting). Gemaakt met de tamron 100 mm macro-lens - een prachtlens met veel detail.

Tot slot nog twee vreemde vogels.












maandag 1 november 2010

Eindelijk Online

We hebben eindelijk internet thuis, na veel gedoe. We zijn dus vanaf nu skype-baar. We hebben ook een vast telefoonnummer hier. Als je ons een mailtje stuurt mailen we het vaste telefoonnummer terug.

vrijdag 29 oktober 2010

Bin & Finn; proud to be in the naki

Op de eerste schooldag werd Jitse heel hartelijk ontvangen door de directrice, zijn juf en zijn nieuwe klas. Een van de jongens, Finn was aangesteld als zijn mentor. Finn bleek zelf twee jaar geleden uit Nederland naar NZ gekomen, met zijn vader, moeder(van origine nieuw zeelandse), broertje en zusje, dus hij kon Jitse goed aanvoelen, al bleek zijn nederlands wel érg roestig geworden in die twee jaar... En ook was er Ben, een hartelijke nieuw zeelandse jongen die zich meteen over Jitse ontfermde, en hem bij hem thuis uitnodigde. Toen ik dus die eerste middag Jitse ophaalde (een paar uurtjes eerder, in de grote pauze) trof ik hem schaterend aan in het klimrek. Ben en Finn als trouwe adjudanten aan zijn zijde.

En ook had hij al kennis gemaakt met Emma uit een parallelklas. Zij en haar jongere zusje Carlijn wonen hier sinds 4 maanden en spreken thuis Nederlands, al is het gezin al een jaar of 10 daar niet meer woonachtig. Jitse en Ibi konden het meteen goed met vooral Emma vinden, en sinds vorige week zit Ibi samen met Emma op paardrijles.

Inmiddels zijn we weer een dikke week verder,lijkt school al bijna gewoon te worden. En wat betreft de taal ontwikkelen de kinderen al een nieuw zeelandse uitspraak om jaloers op te zijn. En dat ben ik dan ook. In de tuin hoor ik Ibi brullen dat iets gewoon awful is, of very good. Nederlandse zinnen doorspekt met hier en daar een engels woordje. Wat betreft de taal heb ik zelf ook nog wel mijn moeilijkheden. Aan het uitspreken van de e met een klank die het midden houdt tussen een i en een ie, begin ik al aardig te wennen (Ben wordt Bien, Emma wordt Iema, Ten wordt tien, en Bear wordt bier) maar bij Ibi op het kinderdagverblijf kan ik die kinderen met volle snotneuzen maar nauwelijks verstaan.

Ook grappig hier is de afkorting van Taranaki, de provincie waar we hier wonen. Dat wordt dus the naki genoemd.

maandag 25 oktober 2010

De spectaculaire natuur van Nieuw Zeeland

Volgens vele reisfolders is Nieuw Zeeland zeer rijkelijk toebedeeld met spectaculair natuurschoon. Om dat te illustreren heb ik aan dit artikel wat zelfgemaakte vogelfoto's toegevoegd van spectaculaire soorten die men hier kan waarnemen: merel, vink, en heggemus. Hé, hadden we die niet ook al in de tuin in Nederland?

Landschappelijk gezien mag dat spectaculaire misschien kloppen, qua soortenrijkdom van hogere dieren lijkt dat vooralsnog opgeblazen verkooppraat. Voor de groepen die ik het best kan overzien (vogels, zoogdieren) is het een zeer armoedig land.

Neem het aantal zoogdieren dat hier van nature voorkomt. Dat is er precies welgeteld één (1). De verklaring daarachter is simpel: Nieuw Zeeland splitste zich 80 miljoen jaar geleden af van Australië/Antarctica, en dreef steeds verder weg. En die 80 miljoen jaar geleden is in het Krijt, toen er overal nog vrolijk dino's op de aarde rondhuppelden, en zoogdieren nog niet uitgevonden waren. Toen zoogdieren eenmaal hun kansen kregen en konden dansen op de botten van de dino-kerkhoven, was Nieuw Zeeland inmiddels te ver afgedreven om nog gekoloniseerd te kunnen worden. Het enige zoogdier dat het wel gelukt is hier aan te komen is een vleermuissoort, waarmee meteen duidelijk is hoe dat kan dat er toch nog een soort zoogdier voorkomt.

Natuurlijk zijn er wel vele zeezoogdieren, zoals walvissen, zeehonden, zeeleeuwen en zeeolifanten. En dat het boekje over zoogdieren van Nieuw Zeeland ondanks al het vorige toch aardig gevuld is, is enkel te danken aan die ene soort zoogdier die hier een paar honderd jaar geleden kwam aanwaaien: de mens.
Want het land waar ze aankwamen was zo leeg zonder de vertrouwde egeltjes, haasjes en andere bekende diertjes. Inderdaad: al het bekende spul wat we vanuit Europa kennen komt hier voor: egels, wezels, hermelijnen, konijnen, hazen, wilde zwijnen, gemzen, edelherten, en natuurlijk de nodige ratten en muizen. Plus nog verscheidene introducees uit Australie (Wallabi´s, een soort mini-kangoeroe, en oposssum), Azie en Noord Amerika (verscheidene hertensoorten). De enige echte grote ontbrekende uit Europa is de ree – en wolven, beren en otters heeft men natuurlijk ook niet geintroduceerd, want soorten die je haat ga je natuurlijk niet uitzetten.

Vrijwel al deze soorten worden tegenwoordig aangeduid als “pest”, een plaag dus. Ratten, katten en honden hebben de populatie van sommige inheemse soorten vogels letterlijk gedecimeerd, en ook de lieve egeltjes doen daar natuurlijk dapper aan mee. Al met al kun je zeggen dat de mens een enorm stempel op de natuur hier heeft gedrukt.

Het is trouwens erg verleidelijk om in de val te trappen dat enkel de stoute westerlingen hier de boel verknald hebben, en dat de lieve, in harmonie met de natuur levende maori's geen kwaad deden. De maori's kwamen maar een jaar of 500 eerder dan de blanken, en ook zij hebben voor de nodige introducties van uitheemse dieren, en uitroeiing van inheemse dieren gezorgd.

Bij vogels is dat niet heel anders, al is dat een stuk minder drastisch. Vogels komen hier van nature uiteraard wel voor, om de simpele reden dat ze naar het geisoleerde land konden vliegen. Echter, de diversiteit aan oorspronkelijke vogels is uiterst mager – natuurlijk omdat het nogal een afstand is om te vliegen, en omdat Nieuw Zeeland op geen enkele trekroute ligt. Je gaat als vogel natuurlijk niet in het wilde weg de oceaan opvliegen om vervolgens per ongeluk 1000 km verderop wat eilanden tegen te komen waar je je op kunt vestigen.

Het vogelboek met alle vogelsoorten van Nieuw Zeeland is dan ook akelig dun in vergelijking met de boeken van Europa of Noord Amerika (om nog maar te zwijgen over het vogelboek van Mexico of Brazilie). De groep vogels die verreweg het grootste aantal pagina's beslaat zijn de stormvogels: van die vervelende beesten die hopeloos op elkaar lijken, en die je nooit ziet omdat ze altijd op zee zitten. Beesten die hier dus eigenlijk niet eens voorkomen, maar die er toch in staan omdat er af en toe eens een kneus is die zich per ongeluk op het strand laat aanspoelen na een storm.

Zangvogels ontbreken vrijwel geheel (net mijn favoriete groep), en meer dan de helft van wat hier voorkomt aan zangvogels is ook nog eens geintroduceerd vanuit Europa, wederom door de mens, omdat ze de merel, de zanglijster, de huismus en de spreeuw kennelijk zo misten van thuis.
Dus 's ochtends klinkt het hier verdacht veel als thuis in Nederland: veel zanglijster- en merelgekweel (erg mooi, daar niet van), met daarnaast geelgors, vink, heggemus, groenling, en heel veel putters. Precies alles wat we thuis in Nederland ook hoorden. Af en toe hoor je eens eens een onbekend vogelgeluid, maar het mereldeel 's ochtends is toch echt Europees. Het bizarre is dan dat een beest als de veldleeuwerik, die in Nederland de laatste vijftien jaar letterlijk gedecimeerd is en die je tegenwoordig moet opsporen met een lantaarntje, hier in Nieuw Zeeland veelvuldig te horen is.

Waarschijnlijk is die overheersing van Europese zanggeluiden omdat de paar soorten die hier van ature voorkomen niet echte zangtalenten zijn. Vinkachtigen, lijsterachtigen, leeuweriken, mezen, loof- en rietzangers, grasmussen, maar ook suboscines, vireo's, wielewaalachtigen, het komt hier allemaal niet voor van nature – en dat zijn juist de groepen die sterk ontwikkelde zang hebben.

Maar ook onder andere vogelgroepen zijn er veel introducees, bij voorbeeld kwartels, fazanten, wilde eenden en stadsduiven. Het valt op dat het alleen de bekende standvogels van Europa zijn die hier met succes geintroduceerd zijn. Alle trekvogels van Europa ontbreken, om begrijpelijke redenen: die zijn weggetrokken na introductie, hun aandrang om met het wisselen der seizoenen weg te wezen gewoon volgend – om daarna waarschijnlijk jammerlijk in zee omgekomen te zijn.
De enige standvogels van Europa die hier echt missen zijn de mezen (waarschijnlijk geen geschikte broedplekken??), winterkoning en de meeste kraaien (alleen roek komt hier voor plus nog een oorspronkelijke ekstersoort).

Het doet je weer beseffen hoe sterk de mens z'n stempel op de natuur gezet heeft, vooral op zo'n stel eilanden als hier.

Hoe dat zit met de plantenwereld kan ik nog niet goed beoordelen. Hier voor het huis staat een beuk die op het punt staat uit te barsten in overdadig pril blad, en vandaag nog een zomereik, veel eucalyptus en ook veel populieren gezien. Maar over de oorspronkelijkheid van de plantenwereld later wellicht nog een stukje.

dinsdag 19 oktober 2010

De eerste oogst van simpelmoenen

Ons huisje heeft een tuin achter en onder zich, welke in zeer wilde staat verkeerd. Het lijkt meer op een oerwoud dan op een gecultiveerde tuin, hetgeen wij natuurlijk allang best vinden. Al is het wel wat erg wild want de paadjes en trapjes (het loopt steil naar beneden tot aan een soort van sloot) zijn allemaal zwaar overwoekerd.

Hadden we in het nieuwe huis thuis al een eerste oogst aan druivensap, hier kunnen we meteen verder gaan met oogsten. In de tuin achter het huis staat een boom vol met gele vruchten. Er naast staat nog een papaya, maar die waren nog lang niet rijp (en bovendien zijn wij allen niet zo'n liefhebber van de weeige smaak van papaya's).

Dus op de eerste dag van ons verblijf hier toog ik met de kinderen op expeditie de wildernis van de tuin in. Gewapend met een stuk touw, een grote boodschappentas en een bamboestok baanden we ons door de beplanting op weg naar de boom. Jitse wilde weten wat voor vruchten het waren, en omdat ik niet wist of het nou een sinaasappelboom was of dat het hier ging om pompelmoenen, maakte ik er ter plekke maar simpelmoenen van.
(Pompelmoenen zijn in Nederland meer bekend onder de naam grapefruit, maar dat vind ik zo'n gruwelijke lelijk woord dat ik het niet wens te gebruiken. In de eerste plaats omdat er een mooi Nederlands woord voor is en alles toch al te veel verengelst, en in de tweede plaats omdat “druivenfruit” kant noch wal raakt qua betekenis).

Vanwege de uitgebreide training die ze in Nederland gehad hebben, met een klimwand en een plafondrek op hun slaapkamer, zaten de twee kindjes binnen mum van tijd hoog in de boom op uiterste takken om de vruchten naar beneden in de boodschappentas te gooien. Ik gebruikte vanaf de grond nog het touw om hoge takken naar beneden te buigen, en Jitse deed af en toe nog goed z'n best met de bamboestokken.



De eerste oogst was een tas vol met een kleine dertig vruchten, afkomstig van anderhalve tak. Aan de boom zelf hangt nog minstens vijf keer zo veel.
Terug van expeditie eerst maar eens geproefd. Ik had eigenlijk verwacht dat het volstrekt oneetbare, taaie, uitgedroogde dingen zou betreffen, zonder smaak en met harde vellen die zeer irritant tussen je tanden blijven hangen, maar niets van dat alles: het bleken overheerlijke pompelmoenen, druipend van het sap, totaal niet taai, en uiterst eetbaar. Dat wordt dus de komende maanden sappig ontbijten. En de hele boom hangt nog vol.

maandag 18 oktober 2010

Updates

We wonen vanaf gister in ons nieuwe huisje in Oakura. Omdat we wat moeilijk toegang hadden tot internet, vanaf vandaag elke dag een inhaalslag met gepredateerde stukjes.
Om te beginnen met twee stukjes, een van Ingeborg en een van mij. (De eerste is van 5 oktober, dus even naar beneden scrollen.)

We kunnen elk moment ook internet thuis krijgen. Telefoon krijgen we dan ook thuis. Mobiele nummers hebben we sinds gister. Voor adres en telefoongegevens stuur een mailtje.

zaterdag 16 oktober 2010

20 minutes of Powershopping

Vrijdag de 15-e om 23 uur 's nachts waren we teruggekeerd uit Rotorua. We hadden er nog even over gedacht om in de auto te slapen maar inmiddels zijn we al aardig gewend aan het rijden en de baas van het motel in New Plymouth zei dat hij de deur van onze unit voor ons open zou laten.
Dus toch maar doorgereden. Op zaterdag de 16-e konden we ons nieuwe huis betrekken, en de volgende ochtend zou ik op meubeljacht gaan.

Nu hadden we al in wat tweedehands winkels rondgeneusd en waren erg geschrokken van de prijzen. 600 dollar voor een aftandse tafel met 4 stoelen, 400 dollar voor een afgeleefde matras met matrasbodem, 325 voor een tweedehandswasmachine, en net zo iets voor een koelkast.
We hadden al visioenen van hoe we ons leven zouden inrichten gebruik makend van sinaasappelkistjes, kartonnen dozen, en kasten van sloophout tussen bakstenen. Ook had ik er aan gedacht om bij een bouwmarkt een paar schragen te gaan kopen, en dan misschien op de vuilstort een oude deur op te snorren. Maar een stuk schuimrubber om de nacht op door te brengen was toch wel een hartewens. Het hele jaar op een lekkend 1 cm dik kampeermatje was voor mij toch wel een doemscenario.

Ik besloot dus aan de eigenaresse van ons motel te vragen waar je ergens schuimrubber kon kopen dat als een matras kon dienen. Zij had wel een idee, maar wees ons ook op de hospice shop. Een tweedehands winkel, op het terrein van het ziekenhuis waar tweedehands goederen worden ingezameld en verkocht ten bate van het Hospice.
Het was 12 uur toen ik dit hoorde, 12.20 toen ik eindelijk in de winkel stonden de winkel zou om 13.00 uur sluiten. (Ik had eerst nog 20 minuten gezocht naar een geldmachine, en toen ik die vond kwam er ook nog eens geen geld uit...)
Maar de vrijwilligers waren alleraardigst, en de vrouw aan wie ik onze situatie voorlegde bood aan na sluitingstijd nog even op mij te wachten terwijl ik het geld ging halen. Vervolgens ben ik in rap tempo door de winkel gerend. Een slaapbank,een bureau, een ladenkast, een tafel met 4 stoelen, twee dikke fauteuils met voetsteunen die met een hendel eruitschieten, 2 matrasjes voor de kinderen, dekbedjes, dekbedovertrekken en slopen voor iedereen, koekenpan, 2 pannen, kopjes, borden en bestek uitgezocht. Naar een andere geldmachine geraced. Om 13.05 was ik weer in de winkel aan het betalen en om 14.00 uur was alles bezorgd in ons huisje in Oakura.

Totale kosten 460 dollar, dus ca 275 euro. Lang leve de hospice shop!

vrijdag 15 oktober 2010

Van Hahei naar Waihi

Omdat we een week over hadden en de kinderen nog niet begonnen waren aan school, dachten we dat het slim was om van de gelegenheid gebruik te maken en een korte vakantie tussendoor te doen. Vanaf a.s. dinsdag gaan de kinderen naar school, en is het maar te bezien wanneer een dergelijke gelegenheid zich weer voordoet.

We wilden niet te ver en ook niet te dichtbij, dus besloten we een punt van het noordeiland te bezoeken die niet extreem puntig was: de Coromandel. Dat is een schiereiland aan de Bay of Plenty, ergens tussen de uiterste Noordpunt en de uiterste Oostpunt. De weg voerde langs bizarre plaatsnamen als Waihihi, Hahei en PioPio.


Hier hebben we een dag doorgebracht aan het Hotwater Beach, vlakbij de plaats Hahei. Dit is een strandje waar heet water uit een thermische bron omhoog borrelt,vanaf 150 meter diepte. Omdat deze bronnen precies in de getijdenzone liggen, is de locatie alleen een aantal uur rond laagwater bereikbaar. De plek staat op de lijst met 100 “must-do's for kiwi's”, dus als het water zakt staat iedereen klaar met een schepje in de hand om als volleerde Duitsers z'n eigen heetwaterkuil te gaan creëren. Dat luistert vrij nauw: pal boven de bron brand je je aan het water (het is net boven de zestig graden), dus de truuk is een stukje eronder te gaan liggen (of opzij) zodat het hete water zich mengt met het koude water wat normaal tussen het zand zit.

Veel mensen plukken dan vervolgens mossels van de rotsen even verderop, en leggen deze een paar uur te sudderen in de echt hete poelen (63 graden).



Eenmaal in de stemming togen we naar Rotorua, een befaamd oord wat al mijlenver te ruiken is vanwege de doordringende meur van H2S, ook wel bekend van de rotte eieren. Het is niet heel overheersend, maar toch alom tegenwoordig. In het park tegenover de jeugdherberg waar we zitten komen spontaan overal dampwolken uit de grond walmen. Heel de regio is vergeven van de walmende bronnen, stoomwolken en borrelende modderpoelen.
De grote touristische oorden zijn dan erg duur en druk, en daar wordt je in een parkachtige sfeer rondgeleid door een soort van vulkanisch wonderland, maar je mag vooral niet van de paadjes afkomen want dat is natuurlijk levensgevaarlijk. Erg bijzonder allemaal, maar ik kreeg toch erg het gevoel dat het allemaal wat over-geënsceneerd was, en de kinderen hadden ook af en toe nogal moeite met het feit dat je geen stap buiten het pad mocht zetten omdat dat mogelijk zou leiden tot een wisse dood door wegzinking in een verscholen lavapoel.


Gelukkig wist een van de mensen van het informatiecentrum bij navraag ook wel wat plekjes die niet omgeven waren door hekken en kaartjesverkooploketten. De eerste daarvan lag zowaar 300 meter buiten het park waar we waren (Wai-o-tapu): vlakbij een brug in de toegangsweg stroomden twee riviertjes samen: de ene beek met heet water (een graad of 45) en de andere beek met koud water (een graad of 16). Op het punt waar ze samenstromen kon je lekker badderen, hetgeen heel merkwaardige gewaarwordingen opleverde met vlagen koud en warm water die elkaar afwisselen op verschillende plekken en dieptes.


Nog een stukje verderop, op de “Old Taupo Road”, een grindweg door de bush, bevond zich de “Kerosene Creek”, bij een slagboom waar je de weg niet verder kon volgen. Hier was een beek met waterval met warm water. Was het vorige warme beekje waarschijnlijk simpelweg de afwatering van warm water uit het nabijgelegen park, hier kwam de warmte direct ter plekke uit de grond. Als je je handen op de bodem in het zand groef, werd het steeds warmer hoe dieper je kwam. Met name dit riviertje leverde de grootste lol van de dag op, vooral voor Jitse en Ibrich. Jitse vond het prachtig om van de waterval af te springen, en Ibrich moest dat natuurlijk ook.

vrijdag 8 oktober 2010

Huis

We hebben een huis!! Het is een bijzonder fraai gelegen huisje met tweeeneenhalve verdieping, waarbij dat laatste woord erg letterlijk genomen moet worden. Je gaat namelijk vanaf de voordeur naar beneden om bij de andere verdiepingen te komen. Er omheen ligt een stuk rimboe met poel. Het is gelegen in het dorp Oakura, 15 km ten Westen van New Plymouth, aan de kust.
Op dit moment zijn we druk met dingen regelen voor het huis: electriciteit en internet aansluiten, huurcontract, telefoon, etc etc.

We zitten sinds aankomst in New Plymouth, nu twee dagen geleden, in het Flamingo Motel, een prima motel dat door het ziekenhuis betaald wordt. Alles gaat dus in behoorlijk turbo-tempo: in anderhalve dag hadden we een auto, en nu we nog nauwelijks twee dagen in New Plymouth zijn hebben we al een huis geregeld. Nu nog het interieur.

We trekken in ons huisje op 16 oktober, en tot die tijd gaan we op een vakantietripje nu het nog kan en de kinderen nog niet naar school gaan.


Hieronder een korte fotoreportage over het huisje. Foto's van het interieur volgen later, want nu is het nog compleet leeg.









donderdag 7 oktober 2010

Een gevaar op de weg


In Alkland hebben we afgelopen maandag een auto gekocht. Er was een soort bunkerachtige hal met een stuk of dertig auto's, die daar speciaal voor “backpackers” verkocht werden. Nieuw Zeelanders profileren zich graag richting backpackers, kennelijk werkt dat uitstekend als marketing-strategie. Op menige gevel staat dat de betreffende winkel speciaal voor backpackers is. Tot aan backpacker-banken aan toe.
Dit was dus een speciale auto-markt voor backpackers, gelegen in een wat louche buurt met veel tatouage-winkels en tenten met full nude ladies en strippende mannen (nee, blote dames speciaal voor backpackers hebben we nog niet ontdekt). Het idee is dat je als backpacker voor het halve jaar dat je hier bent een auto koopt, en die weer verkoopt aan de volgende backpacker, allemaal via deze markt.
Ibrich klom meteen in een rode stationwagen, en probeerde uiteraard alle knopjes uit, en Jitse zat luid te gillen vanuit een flinke Toyota dat dit toch echt de auto was die we moesten hebben, want het dak kon open en de radio die er in zat was zo mooi. Wij waren meer geinteresseerd in een groene auto – en deze bleek inderdaad perfect te rijden, een goede prijs te hebben, etc etc... maar... helaas net wat klein. Twee plaatsen achterin en echt geen ruimte voor een eventuele vijfde persoon.
Dus uiteindelijk hebben we, tot grote vreugde van de trotse Jitse, maar gekozen voor de auto waar Jitse zijn oog op had laten vallen. Ik zal niet alle geweldige details, toeters en bellen aan deze auto opsommen – ook al heeft dat mij als echte man natuurlijk in staat van opwinding gebracht.

Vervolgens moesten we nog kinderzitjes kopen, tanken en meer van zulk soort gedoe, zodat het tegen het eind van de middag liep aleer we konden vertrekken naar onze uiteindelijke plaats van bestemming: New Plymouth, Taranaki, 366 km zuidwaarts.


Onze eerste ervaringen met rijden in Nieuw Zeeland waren bepaald niet fijn.
Ten eerste is daar het probleem dat alle auto's hier automatische versnelling hebben. Dat klinkt makkelijk, want je hoeft dus meestal niet te schakelen, maar het lastige is dat je dan steeds de neiging hebt om een koppelingspedaal te gebruiken dat er dus niet is, waardoor je in plaats daarvan op de rem zit te trappen. En aangezien de remmen erg goed waren, zaten we bij elke serieuze snelheidsverandering ongeveer tegen de voorruit aan.
Een tweede probleem is het feit dat “ontwikkelde landen” links rijden in plaats van rechts (de terminologie hier is niet van mij maar van een website van de Nieuw Zeelandse regering). Als je eenmaal rijdt gaat het wel, maar na het tanken stonden we ineens frontaal tegenover een rij luid toeterende auto's voor een stoplicht, omdat we heel onderontwikkeld in de rechter baan stonden.
Went bovenstaande toch redelijk snel, het allerlastigste vind ik nog wel, dat dankzij het links rijden ook in de auto zelf alles precies andersom zit. Dus steevast gaan de ruitenwissers aan als we de bocht om moeten.


Omdat we het niet zagen zitten om met al deze complicerende factoren ook nog eens bij donker te moeten gaan rijden, besloten we om niet helemaal door te rijden naar New Plymouth maar ergens onderweg een obscure zijweg in te gaan en daar in de auto te overnachten. Vlak voor Pirongia gingen we een smalle weg in die uiteindelijk dood liep op een parkeerplek aan de rand van het enorme Pirongia Forest Park.
Helaas was de weg niet het enige dat dood liep. Onze eerste ontmoeting met een echte heuse kiwi (de vogel, niet de vrucht) liep slecht af voor het arme dier. Het ene moment was hij in een flits te zien in het licht van de koplampen, het volgende moment was het dier plat. We hadden er een erg rot gevoel over.



Dat wij niet de enigen waren die hier dood en verderf zaaien bleek toen we de volgende ochtend wakker werden. Nieuw Zeelanders profileren zich altijd als erg milieuvriendelijk, maar kennelijk is het volstrekt normaal om met de meest gruwelijke vergiffen rond te strooien ter bestrijding van Opossums. Maar ja, in Nederland kunnen we er ook wat van met de volstrekt onzinnige bestrijding van muskusratten – al gaat dat niet met gif maar met vallen – waarbij ook vele andere dieren het leven laten als onschuldige bijvangst. Maar da's een ander verhaal.
Het Pirongia Forest Park bleek een echt oerwoud met enorme boomvarens te zijn. Helaas hadden we deze dag niet al te veel tijd om er in lang in rond te kijken. We komen er zeker nog terug.

Nu zitten we in New Plymouth in het Flamingo Motel, een motel wat voor twee weken door het ziekenhuis (Ingeborgs toekomstige werkgever) betaald wordt. Er staat ook een huurauto tot onze beschikking voor twee weken; ook betaald door het ziekenhuis. Hierdoor verkeren we nu in de bizarre situatie dat we ineens twee auto's tot onze beschikking hebben.



De komende dagen gaan we op zoek naar een huis.

dinsdag 5 oktober 2010

Kersebloesems en tulpen


Op weg van Auckland naar New Plymouth werden we onthaald met lentegroen en bloesems. Langs de weg uitbundig bloeiende meidoorns, kersenbloesems en zelfs zagen we hier en daar wat tulpen.
De grote weg naar New Plymouth (374 km van Auckland) bleek een wat je in Nederland een 80-km-weg zou noemen. Een tweebaansweg die zich in stilte tussen de groene weilanden en het sprookjesachtige heuvellandschap door slingert. Af en toe opgeschrikt door een auto of een opossum, maar meestal lekker lui genietend van de stilte.

Naarmate we New Plymouth naderden kwamen we in steeds bergachtiger landschap en konden we de toegestane 100 km per uur niet meer halen. Bochten met adviessenlheden van 55 tot een enkele keer 25 km per uur zorgden in het donker, tezamen met het nog onwennige links rijden voor zweethanden en een zeer buikje van Ibi.

Reden dus om er de brui aan te geven en onze auto op een rustig doodlopend bergweggetje te parkeren en alle stoelen plat te leggen. Wat waren wij blij met onze ruime 7-seater, en onze zachte tassen met kleren die tussen de banken voor een zacht nestje voor Ibi zorgden.

De volgende morgen werden we wakker met het geluid van de Tui, die we helaas niet te zien kregen. Daarna de weg weer hervat, genietend van het mooie landschap. Een ander groot voordeel van het overdag rijden.

zaterdag 2 oktober 2010

Aangekomen

Een kort berichtje. We zijn aangekomen in Nieuw Zeeland, en zitten op dit moment in de jeugdherberg in Auckland. Er is 11 uur tijdsverschil op dit moment.

De kindjes maken het goed, hoewel ze af en toe erg druk zijn. Ibrich heeft heel weinig geslapen tijdens de vliegreis van meer dan 24 uur. Wij zijn ook behoorlijk moe, maar ik heb het idee dat dat meer komt van de duur van de reis zelf, dan dat dat met "jetlag" te maken heeft. In zo'n vliegtuig slaap je toch weinig, ook al is het oersaai. Ik weet nu in elk geval ook weer (na X-man: Wolverine) waarom we thuis geen televisie hebben en waarom hollywood sucks - wat een armzalig stompzinnig gedoe.

Wat eerste indrukken: een vrij hoge hippie-sfeer, veel aziatische types, en een stad die nogal rommelig is, en weinig karakter heeft - althans wat ik er nu van gezien heb. Het is vrij gebruikelijk zinnen te eindigen met "mate": "Thanks, mate.", "Cool, mate..", etc etc.

De eerste vogels die ik gesignaleerd heb waren (hou je vast): veel huismussen, veel merels en een zanglijster die fanatiek de snavel van een opgeschoten jong zat vol te proppen. Inderdaad, precies dezelfde soorten als bij ons thuis, en inderdaad ook allemaal import vanuit Europa. Ze schijnen hier welig te tieren.
Erg uitbundig lente is het niet, ondanks die jonge zanglijster. Misschien komt dat omdat we in de stad zitten. Nergens uitbarstingen van lentebloemen of bloesems. Er staan wel een aantal bomen in pril blad, maar de meeste bomen zijn duidelijk het hele jaar groen. Er staan ook veel palmen, ondanks het feit dat het best koud schijn te kunnen zijn 's winters. Koud is het niet vandaag, maar warm ook niet: krap 16 graden.

Jitse wilde al naar school bellen, maar moest tot zijn teleurstelling aanhoren dat het zaterdag was. Ibi vond het eigenlijk al weer mooi en wilde wel weer van huis. Jitse protesteerde daar tegen: Dan zou hij volgende week aan zijn vriendjes op school moeten vertellen dat we vier hele dagen in het vliegtuig hadden gezeten en niks gezien hadden, alleen omdat Ibi zo nodig weer naar huis wilde. Dus omdat zowel wijzelf als Jitse wilden blijven, hebben we nog niet het vliegtuig naar huis genomen.

Tijd om naar bed te gaan en nog even wat bij te slapen..

vrijdag 24 september 2010

Afscheid

Afscheid nemen doet pijn, zegt men vaak, en dat klopt. Hoewel ik het natuurlijk ontzettend spannend en leuk vindt om eens een kijkje te nemen aan de andere kant van de wereld voel ik me de laatste weken toch weemoedig en onbestemd. Familie, vrienden, kennissen, alles wat vertrouwd is zullen we binnenkort voor een hele poos moeten missen. En wie weet, misschien zelfs nooit meer zien.
Zo namen wij afscheid van opa Job en zijn dochter Griet. Het was vanouds gezellig, maar ook wel droevig, want als je al 92 bent moet je maar zien wat de tijd nog voor je in petto heeft. Maar Job is sterk en levenslustig en zijn moeke zei altijd "kop d'r veur", dus; tot ziens Job!

Ook onze ouders worden al weer een dagje ouder. Die van mij zijn alweer 76 en 80, en Rinkes ouders zitten daar zo'n 10 jaar onder. Het had een paar maanden geleden maar een haartje gescheeld of mijn vader was er niet meer geweest. Na een ongelukkige val van de trap was hij 5 weken kwijt met intensive care, ziekenhuis en verpleeghuis. Gelukkig is hij nu weer aardig opgeknapt. Zijn conditie is nog niet als voorheen, maar koekjes bakken lukt weer prima.

Wat betreft de kinderen vraag ik me af hoeveel ze ervan beseffen. Ibi roept om de haverklap; gaan we NU naar Nieuw Zeeland? Jitse denkt meer aan de feestjes die nu komen en straks komen gaan. Afscheidsfeestje van hier. Verjaardagsfeestje, afscheidsfeestje NZ, terugkeerfeestje nederland, en dan weer een verjaardagsfeestje. Zou hij nou denken dat hij op al die feestjes kadootjes krijgt?




Aanstaande zondag is Jitses afscheidfeestje. Met een paar schoolvriendjes gaan we naar het zwembad. Aanstaande woensdag de laatste schooldag, en vannacht logeert buurmeisje Rani bij ons in de met matrassen geplaveide lege kinderkamer.

zondag 19 september 2010

Afscheid van de bedjes


Laatst hebben Jitse en Ibrich voor het laatst in hun mooie bedjes geslapen... Onlangs is de bijl er in gegaan... nou ja, de schroevendraaier. Het ligt nu in mooie pakketjes samengebonden hout in de opslag, om pas na Nieuw Zeeland in ons nieuwe huis weer opgebouwd te worden.

Omdat we weinig ruimte hadden, zijn de kinderbedden destijds om een stel kasten heen gebouwd. De kinderen sliepen als het ware bovenop de kast. Zo'n hoog bed is natuurlijk altijd een feest als er andere kindjes komen spelen...

Als apen klommen ze in en uit het bed. Het lukte ze beiden al om in het bed te komen zonder gebruik te maken van de treden langs een van de palen. Ook van de aanwezige ringen en touwladder werd gretig gebruik gemaakt, vooral door Ibrich, die hier op de foto ondersteboven in haar ringen aan haar bed hangt.

Maar nu is dat voorlopig dus verleden tijd. De kinderen slapen nu tijdelijk op matrassen op de grond. En het huis hier wordt steeds leger....

maandag 13 september 2010

Het gaat echt door!!

Zojuist telefonisch bevestigd gekregen: onze visumaanvraag is goedgekeurd, en de paspoorten met visa zijn onderweg per post!!

We hadden op de gok al een vliegticket gekocht, dus het was toch wel een klein beetje spannend of de visa er nog op tijd zouden zijn - in je hoofd speelt zich dan toch af en toe zo'n doemscenario af dat er daags voor de afreis nog steeds geen visum ligt. Je kunt dan helemaal niet vertrekken, want ook de paspoorten moesten voor de aanvraag opgestuurd worden.

Maar alles is dus goed gegaan. Bij Brazilie deden ze er destijds een maand of vier, vijf over, maar hier is het in drie weken gepiept. Het heeft toch ook z'n voordelen om eens niet naar een "onderontwikkeld" land af te reizen. ;-)

zondag 22 augustus 2010

Dozen en Papieren


Er zijn veel drastische veranderingen in ons leven. Normale mensen spreiden zulk soort gebeurtenissen; wij doen ze allemaal tegelijk.

Afgelopen maandag hebben we de sleutels van ons nieuwe huis gekregen. Daar moet nu een hoop van onze rommel heen. Het idee is dat we het oude huis proberen te verkopen, al onze spullen op de zolder van het nieuwe huis zetten, en dat nieuwe huis tijdelijk verhuren (minus de zolder). De komende weken zal nog veel gezeul met dozen worden. Bovendien moeten we een en ander goed uitkienen, want je wilt niet te lang wachten met spullen op zolder opslaan, maar je wilt het ook niet te snel doen omdat je anders zo zit te kamperen in een leeg huis, de laatste dagen dat je in Nederland bent.




Wat Nieuw Zeeland betreft: Ingeborg heeft gedurende de vakantie het bericht gekregen dat haar registratie als arts in Nieuw Zeeland goedgekeurd is. We zijn daarom vandaag bezig de laatste hand te leggen aan de visumpapieren. Voor elk van ons is dat een enorm pak papier van een pagina of 40. Alles moeten ze van je weten, tot en met het binnenste van je longen aan toe - een Röntgen-foto van de borstkas is verplicht.
Van de week zijn we allemaal medisch binnenste-buiten gekeerd door een keuringsarts, en ja hoor: we zijn allemaal in opperste gezondheid, zodat we nu zeker weten dat het noodlot het wel uit z'n hoofd zal laten om ons een beroep te laten doen op de Nieuw Zeelandse gezondheidszorg.
Morgen nog het trouwbewijsje er bij, heet van de pers, en dan kan de hele stapel in een enorm pakket naar de ambassade, en dan maar afwachten...




Inderdaad: we gaan morgen trouwen, maar dat is meer een papieren gebeurtenis, dan dat het voor ons nou zo veel betekenis heeft. Hoewel: Ingeborg voelt veel weerstand. We "moeten" namelijk trouwen van het pensioenfonds, en bovendien is het voor de visumpapieren wat handiger. Ingeborg baalt er van dat ze bij een pensioenfonds kennelijk dermate achterlopen dat ze zoveel onderscheid maken tussen getrouwd en samenwonend.
Wat mij betreft: ik kan me er niet druk om maken, trouwen hoeft voor mij ook niet, maar het is wel heel romantisch dat we nu dan verloofd zijn.

woensdag 16 juni 2010

Dozen

Afgelopen weekend zaten we in de verhuisdozen. We hebben namelijk, behalve dat we naar Nieuw Zeeland gaan, ook nog eens een nieuw huis gekocht in Nederland. De overdracht is in augustus, zes weken voor vertrek.

Alle overbodige spullen die we de komende 4 maanden niet nodig hebben, hebben we in overleg met de huidige bewoners alvast in het nieuwe huis gestald. Voordeel is dat ons huidige huis dan wat leger is, zodat we het ook makkelijker verkopen kunnen.

woensdag 9 juni 2010

Papierwinkel

Hier een korte update van hoe het gaat met de voorbereidingen.

Twee weken geleden zijn we bij de ouders van een meisje uit Jitses klas geweest. Het blijkt dat zij 6 jaar in New Plymouth gewoond hebben, en pas een dik jaar terug zijn in Nederland. Wel heel toevallig dat ze precies in dezelfde stad zaten waar wij naar toe gaan. En heel handig, want ze hebben natuurlijk heel praktische informatie over wat fijne scholen zijn, welke wijken geschikt zijn om te wonen, etc etc etc.

Verder zitten we midden in het vreselijke papierwerk om de baan voor Ingeborg rond te krijgen, inclusief bijbehorende visa. Daar komt nog allerlei extra papierwerk bij omdat we ons hier moeten uitschrijven; we gaan dus echt emigreren. Dit moet omdat we anders allemaal gedoe krijgen met de leerplicht.

Verder zitten we op dit moment midden in de dozen. We zijn al vast begonnen met verkopen van overtollige spullen via marktplaats - wie nog een mooie kinderkar als aanhanger achter de fiets wil, kijk daar vooral. Allerlei andere spullen die we de komende 4 maanden niet echt meer nodig hebben pakken we alvast in en doen we in opslag. De belangrijkste reden hiervoor is dat ons huis dan wat leger is, zodat het beter verkocht kan worden.
Inderdaad: na 25 jaar ga ik dit huis verlaten. We gaan het verkopen, en we hebben ook een nieuw huis gekocht hier in onze woonplaats. We hebben dus de bizarre situatie dat we een nieuw huis hebben waar we het eerste jaar zeker NIET in gaan wonen, omdat we dan in Nieuw Zeeland zitten. Dit nieuwe huis gaan we in tussentijd verhuren.

dinsdag 1 juni 2010

Taranaki

Ingeborg heeft de baan. We hebben gister de finale bevestiging gekregen. Vandaag verzuipen we zowat in de hele papierwinkel, maar de ellendige details daarvan zullen we jullie besparen.

Een vliegticket hebben we al (op de gok) sinds vorige week. We vertrekken op 30 september, en de bestemming is New Plymouth, in het district Taranaki.

Taranaki is genoemd naar het meest opvallende landschapselement wat er daar te vinden is: Mount Taranaki, de op een na hoogste berg van het Noordeiland. Het is een vulkaan die eens in de zoveel honderd jaar wat rommelt.

Hier wat voorlopige plaatjes die ik bij elkaar gegoogled heb.



zondag 7 maart 2010

zelfkennis

Ibrich wil de laatste tijd niet meer spelen bij haar vriendinnetje Hedwig. Als ik vraag naar het waarom hiervan, trekt ze een bedenkelijk gezicht, en zegt:

"Nou, weet je, er is daar een klein baby'tje thuis."
"Oh, dat is toch leuk? Waarom wil je er dan niet meer spelen?" vraag ik verbaasd.

Ibrich:
"Nou, weet je, ik vond mezelf ook niet leuk toen ik nog een baby'tje was. "

maandag 26 oktober 2009

Nieuw Zeeland

Voor het geval hier nog wel eens iemand kijkt: we leven nog steeds. En wonen nog steeds in Nederland.
Maar over ongeveer een jaar gaan we weer elders op de wereld wonen. Dit keer in Nieuw Zeeland. Ook daar zullen we over gaan berichten. Voor we vertrekken zullen we beginnen aan een nieuwe blog. Zodra die online is zal dat hier aangekondigd worden.

woensdag 4 juni 2008

Een schitterende dag!

Deze blog is allang gestopt, maar we maken voor één keertje een uitzondering.

Afgelopen zondag vierden we het Gouden Huwelijk van mijn ouders. Het was een dag met een gouden randje en veel kleur. Echt een superdag! Veel enthousiaste, lachende gezichten, prachtige bloemen, en lieve kleine attenties. De locaties en het weer waren schitterend. Pap en mam hebben er van genoten! Het was echt hun dag, en ze zijn er nog niet over uitgepraat, hoe geweldig het wel niet was. Gisteren weer even alle foto's bekeken en alle cadeaubonnen. Mijn ouders zijn van plan om binnenkort nog een bonnenfeest te organiseren, omdat ze ze in hun eentje nooit opkunnen maken!



Van heinde en verre waren de mensen gekomen. Vrienden, familie. Sommigen hadden we al meer dan 10 jaar niet meer gezien, zo gaat dat soms. Maar als je elkaar dan weer ziet is het als vanouds. Sommigen hadden al jaren over elkaar gehoord, maar elkaar nog nooit ontmoet. Ze wisten grappige anecdotes over elkaar te vertellen.
tante Corrie, de oudste vriendin van mijn moeder vertelde een leuk verhaal over toen zij nog klein waren, en tante Lineke had een grappig lied gemaakt over mijn vader (daar is Menno met de waterpomptang). Het speelt nog door mijn hoofd.

Ook de huwelijksquiz waarbij mijn zus en ik ons hadden uitgedost in oude kleding uit mijn moeders klerenkast kreeg de mensen aan het lachen. Met sommige vragen (noem de volledige namen van alle kleinkinderen en de beide schoonzoons)had het publiek zelf ook moeite.


Na de receptie gingen we door voor het Chinese Buffet van Wu in het Stadsparkpaviljoen. Daar bleek dat de door ons gereserveerde serre te klein voor het aantal gasten. Zoveel mensen waren uiteindelijk spontaan toch nog mee gaan eten!

vrijdag 14 maart 2008

Bibberen in Bed (2)

We zijn weer terug!
We werden door Pa en Tette opgehaald van het vliegtuig, wat natuurlijk voor Jitse en Ibi één groot feest was. De gehele twee uur durende autorit bleven ze klaarwakker en kletsten aan één stuk door. De volgende dag gingen wij, met een groot stuk oude kaas en zonder de kinderen, door naar ons huis, om het te gaan herinrichten. Onze huurders waren er toen nog maar net één dag uit.. En werkelijk waar, ze hebben het keurig achtergelaten.
Bij binnenkomst bleek ons huis mooi versierd, met een slinger, een bloemenkrans, mooie tekeningen en verse bloemen! Dit door onze buurvrouw Sjitske, en haar "kleinzoon" Jason. Zij had de sleutels bekokstoofd bij mijn ouders, die daarvoor speciaal eerder naar de makelaar waren gegaan om ze op te halen en daar te brengen. Ook vonden wij in de koelkast een groot stuk superlekkere kaas, ditmaal afkomstig van míjn ouders....
Maar voordat we konden beginnen met ons werk, gingen we natuurlijk eerst nog even de nieuwe baby van Aukje en Basant bewonderen. Het kleine broertje van Rani dat zo lang op zich had laten wachten, (42 weken en drie minuten). Het was een zware bevalling geweest, maar nu waren ze gelukkig weer thuis waar je niet afhankelijk bent van de welwillendheid van verpleegsters, en niet vast hoeft te zitten aan allerlei slangen en toeters en bellen.
Ook was het eten thuis veel beter, want lekker indiaas! Dit aanbod konden wij natuurlijk niet afslaan zodat het behalve gezellig ook wat te laat werd om nog veel meubels te verslepen.

Inmiddels zit onze tweede volle dag in Nederland erop. Tussen de niesbuien van Rinke door (als je al je meubels een jaar lang in een klein kamertje stouwt worden ze toch wel wat stoffig )is het tijd voor onze eerste indrukken van Nederland.

Het is hier koud en guur en vochtig, en de bomen zijn nog kaal. En het ruikt hier anders dan in Brazilië. Hoe je het precies moet omschrijven weet ik niet. Misschien als de koele, kruidige geur van vochtig bos. Ook de geluiden zijn anders. Met name de overdaad aan zingende vogels (lente!) valt op. De koolmees hebben wij lang niet gehoord. De mensen zijn groot en wit, overwegend fors gebouwd en pafferig. Ze zijn dik ingepakt in warme jassen, handschoenen en mutsen. Desondanks vertonen ze een verbazingwekkende bijna acrobatische behendigheid als ze op de fiets tussen het verkeer doormanoevreren, met aan het stuur 2 boodschappentassen, en een kind achterop. In het straatbeeld zie je minder jeugdigen dan in Brazilie, en veel meer senioren. En het is natuurlijk vreemd om iedereen om je heen nederlands te horen praten.

Veel mensen kleden zich in donkere tinten. Zwart en donkerblauw zijn favoriet.
In de huizen en in het straatbeeld vallen op de overvloedigheid en de rijkdom. (Ik praat nu over onze reis vanaf Schiphol, en over de plaats waar wij wonen). De meeste auto's die je ziet zijn glanzend en nieuw. De wegen zijn uitstekend onderhouden. De tuintjes keurig. De huizen boordevolm geplemt met spullen (wij zijn daarin geen uitzondering). De winkeletalages zijn bijzonder rijk gevuld. De keuze aan producten in de supermarkt is bijzonder groot, en de kwaliteit ervan is schitterend.

Er wordt hier noest gebouwd en verbouwd. Ik ging vanmorgen eerst naar de apotheek, waar de dappere medewerkers tussen het geluid van zagende en borende bouwvakkers (compleet met bouwvakkersdecoletés) hun werk probeerden te doen. Als je het me in Brazilië had verteld had ik het niet geloofd! Vervolgens naar de natuurvoedingswinkel, waar ze tot mijn verbazing ook bezig bleken met een verbouwing. De winkel wordt twee keer zo groot! En op de terugweg kwam ik langs de huisarts, alwaar ook de hele boel op de schop lag, en werd verlicht door felle bouwlampen. Verder was er nog een hele nieuwe snelwegoprit, en voor ik het vergeet, onze vrienden Anneke en Martin hebben een nieuw schuurtje in hun tuin gezet. Schuurtje? Onze woning in Brazilië zou er 1,5 keer inpassen. Een kelder van 2.20 diep, en daar nog twee verdiepingen bovenop! Martin had eigenhandig aan de hele bouw meegewerkt, en heel veel zelf gedaan.Het is echt een heel mooi geworden.

En nog zoveel meer. Het is best wel een schok om hier weer te zijn. Het is spannend en leuk, maar tegelijkertijd ook heel onwerkelijk. Het is bijna niet te beseffen dat je eerst dáár was, en nu ineens hier..Op een heel andere plek in een heel ander leven. Alles zie je heel intens. Intenser zelfs dan als je het voor de eerste keer ziet, want bij alles dat je ziet moet het geverifieerd met het beeld dat in je geheugen ligt opgeslagen. Is dit nog het zelfde? Of is het veranderd? En iedere keer denk je weer mensen te herkennen. Want ze lijken allemaal een beetje op elkaar!

Nou. Mijn notebook zegt dat het 21.30 is, en dan is het dus half twee nederlands tijd. Hoogtijd om in bed te duiken. Ik hoopte nog dat Rinke het opzou warmen, maar die is van pure ellende in zijn donzen poolslaapzak tussen de narcissen op het balkon gaan slapen. Hij hoopt dat zijn slijmvliezen daardoor een beetje tot rust komen !

Nou, mij niet gezien. Gisternacht heb ik bijna niet geslapen. Behalve dat de jetlag niet meehielp, had ik het gewoon te koud. Zelfs ondanks trui sjaal en mijn nieuwe door Froukje gebreide sokken (!). Wat was het koud. Het leek wel Porto Alegre!

tshau!
Ingeborg

maandag 10 maart 2008

Gepakt

Alles ingepakt, klaar om naar het vliegveld te gaan. Een hoop spullen weggegeven, maar nog steeds ook een heleboel gewicht om te sjouwen.

En wat natuurlijk niet zo leuk is is afscheid nemen van mensen die je misschien wel nooit meer zult zien. Voor Porto Alegre hadden we dat al gedaan van Nida en Hilson, en hier moet dat nu van Margarida en Marcos, van Mattheus, Tiago en Christina, van Patricia, Martin, Penelope en Lotus, en natuurlijk van Thomas en Ana met wie we de laatste dagen heel leuk opgetrokken zijn, en die ons naar het vliegveld zullen brengen.

En ook van Ibi nemen we afscheid, want uiteindelijk heb je na een jaar zoveel spullen om weer mee te nemen, dat er voor Ibi geen plaats meer was. We hebben een mooi plekje voor haar gevonden in een rustig park, waar toch genoeg mensen langs zullen komen om zich over haar te ontfermen. Het riempje waarmee ze aan de boom vast zit is om te voorkomen dat ze rond gaat struinen en onder een auto loopt; de etens- en drinkbakjes waar ze mee zit te rommelen zijn voor het geval dat de eerstvolgende passant toch wat langer op zich laat wachten. Maar ik denk dat het wel goed komt, en dat ze daar niet al te lang zal hoeven te zitten. Voordeel is dat ze erg blond is, en dat vinden mensen hier mooi, dus ze zullen haar graag opnemen. En ze spreekt net zo goed Portugees als Nederlands, dus dat mag ook al geen beletsel zijn.

Hoewel ze het natuurlijk niet zullen en kunnen lezen, wens ik de mensen die zich over haar zullen ontfermen veel sterkte.

zondag 9 maart 2008

Afstandsbediening

In de serie "markante opmerkingen van Jitse" tekenden we het volgende gesprek op: nr 23: "de Afstandsbediening".

Jitse wil weten hoe je dood kan gaan. Ik vind het maar een rare vraag, en vraag hem wat hij nou precies bedoelt.

Jitse: "Nou, op wat voor verschillende manieren kan je dood gaan?"

Rinke: "Dat hangt er maar van af hoe je dood gaat. Als je van een heel hoog gebouw springt knal je heel hard op de grond, en dan ga je daardoor dood. Als je hoofd er af gehakt wordt, dan ga je dood omdat je geen hoofd meer hebt."

J (lachend): "He?? Kun je dan niet meer met lopen als je geen hoofd meer hebt?"

R: "Nee, dan kan je helemaal niks meer. Niet meer lopen, niet meer kijken, niet meer met je armen zwaaien, niks meer."

J: "Waarom niet dan?"

R: "Nou, omdat vanuit je hoofd alles bestuurd wordt. Als je armen bewegen, doen ze dat omdat jouw hoofd zegt: En nu gaan jullie bewegen, armen. Zonder dat kunnen je armen niet bewegen."

J: "Huh, en je benen ook niet?"

R: "Helemaal niks, je armen je benen, alles wordt bestuurd vanuit je hoofd."

Ineens gaat hem een licht op.

J: "Oooooh, als een bestuurbaarde auto. En dan is je hoofd de afstandsbediening. "

zaterdag 8 maart 2008

Patette Tatamindoe - een mysterie opgelost

Toen we een paar weken geleden de berg op terug liepen na een bezoek aan praia Jeribucaçu, hief Ibi, die op mijn rug in haar rugzak zat, een nieuwe mantra aan die we nog niet eerder van haar gehoord hadden. Met zacht doch helder stemmetje sprak ze steeds duidelijk verstaanbaar de woordjes voor zich uit, keer op keer herhaald:

Patette Tatamindoe
Patette Tatamindoe
Patette Tatamindoe
Patette Tatamindoe
Patette Tatamindoe

Sindsdien is dit hier te huize gevoegd bij het standaard repertoire van Ibi-frases waarmee we regelmatig een enthousiaste conversatie met haar aangaan. Dat gaat dan zo:

Rinke: Ibi: BEKKO BEKKO BEKKO
Ibi: BEKKO BEKKO BEKKO
R: Pietjeba, Pietjeba, Pietjeba
Ibi: NEEE! BEKKO BEKKO BEKKO

Om dat na een tijdje toch maar te laten volgen door Pietjeba pietjeba pietjeba.

Sinds die dag is dus ook Tatamindoe aan dit repertoire toegevoegd, altijd voorafgegaan door een aanduiding van een persoon. We weten niet wat het betekent. Ibi weet dat zelf waarschijnlijk ook niet (meer?), hoewel ze altijd wel heel stellig antwoord geeft.

Rinke: Ibi Tatamindoe?
Ibi: NEEE! Jisse tatamindoe?
Jitse: Ibi, mamma tatamindoe?
Ibi: Ja, mamma tatamindoe

Het mysterie is sinds kort echter opgehelderd. Jitse zat een DVD te bekijken die we al een tijdje niet meer gezien hadden, van de save-ums, z'n favoriete serie op televisie in Porto Alegre.

Een bezorgd eenogig, lichtgevend wormpje smeekte de save-ums via de videofoon om toch snel langs te komen, want ze hadden echt hulp nodig. Het blauwe visje met het gele gezicht van de save-ums stelde het wormpje gerust: Nao te preocupe, os save-ums ja ta vindu. (Maak je niet ongerust, de save-ums komen er al aan).

... ja ta vindu - snel uitgesproken, wordt... tatamindoe.

Grappig hoe zo'n zinnetje blijkbaar is blijven hangen bij Ibi, dan op een volstrekt gekke plaats en tijd ineens weer opduikt, en vervolgens een heel eigen leven gaat leiden.

We zijn nog steeds erg benieuwd wat Pietjeba nou eigenlijk betekent. Het was haar eerste echt duidelijk uitgesproken (en oneindig herhaalde) woordje

Stoer

Jitse heeft gisteravond gevochten in de kroeg, de Bar dos Banditos. Er loopt een aardige jaap over zijn neus naar rechtsonder richting zijn mondhoek, maar hij schijnt wel gewonnen te hebben. Hij beweert althans dat hij ze allemaal dood heeft gemaakt.

(zoals altijd: op foto klikken voor vergroting)

Zijn vader is trots op hem. Een waardig opvolger.

vrijdag 7 maart 2008

Nog 3 dagen

Onze laatste dagen hier in Brazilië. Tijd voor een korte balans.

Een paar dingen die we zullen missen:

  • het klimaat
  • de prachtige lokatie hier
  • de hartelijke open mensen
  • het adoreren van onze kindjes door iedereen, tot aan wildvreemden toe.


Wat dingen die we NIET zullen missen:

  • Internet dat 3 keer zo duur is als in Nederland, 4 keer zo traag als in Nederland, en 5 keer zo instabiel. Al met al is de prijs voor internet hier minstens een factor 15 duurder dan in Nederland.
  • apparaten, kabels, auto's, etc die om de haverklap stuk gaan wegens een combinatie van overal zeezout en zeewind en een volstrekt instabiel electriciteitsnet.
  • Wachten. Ingeborg heeft daar al genoeg over geschreven. Hoewel vriendelijk, zijn mensen volstrekt onverschillig en ronduit bot als je op een of andere manier van ze afhankelijk bent. Uren voor niks wachten is heel normaal, ook als dit heel makkelijk vermeden kan worden. Bij artsen hebben ze bij voorbeeld nog nooit gehoord van een afsprakensysteem - het is gewoon wie het eerst komt wie het eerst maalt, en dat is goed voor uren en uren wachten als je een dokter nodig hebt. Dit geldt voor tandartsen, docters, instanties, overheden, etc.
  • Eten. Het fruit is lekker, maar voor de rest is het vrij weinig keus en veel van het zelfde. Wij zijn er nogal op uitgekeken. En vegetarier hebben ze nog nooit van gehoord: als je iets zonder vlees vraagt komen ze aanzetten met ham of kip. Ik verkeerde altijd in de veronderstelling dat ham een specifiek soort vlees van een varken is, en kip vlees van een specifiek soort vogel, maar hier schijnt dat om mij duistere redenen anders te werken.
  • Muggen. Het is hier vergeven van die ***beesten.


Dingen waar we NIET naar uitzien in Nederland:

  • chagrijnige koppen op straat, in OV, in openbare gebouwen.
  • kou en rotweer.
  • overgereguleerdheid. Iets in mij verzet zich altijd uit alle macht tegen de wetenschap dat je in Nederland je eigen huis niet blauw mag verven als je dat goeddunkt.
  • Moeilijk doen. In Nederland moet je niet proberen om op een terras vanaf één en hetzelfde tafeltje een hapje van de ene tent te bestellen, en een drankje van de andere uitbater. Hier doen ze daar totaal niet moelijk over.
  • Materialisme. Het is onvoorstelbaar hoe weinig commercieel ze hier in de cabana bij voorbeeld zijn. Vergeleken met hier is de maatschappij in Nederland vergeven van de dikke materialistische geldwolven. Die totaal oncommerciële houding heeft natuurlijk z'n nadelen, maar veel charme heeft het ook.
  • En, wat mij betreft het akeligste aspect van Nederland tegenwoordig: de intolerantie en haatsfeer die er op dit moment heerst in het publieke debat in Nederland ten aanzien van buitenlanders. Dat valt vooral op als je zelf buitenlander bent in een ander land; ik ben blij dat ze in Brazilië wat dat aangaat lang niet zo ver afgegleden zijn als in Nederland.


Dingen waar we WEL naar uitzien in Nederland:

  • weerzien van familie en vrienden.
  • kaas.
  • De uitbundigheid van het voorjaar. Hier in Bahia zijn er geen seizoenen, dus ook geen losbarstend leven in het voorjaar.

donderdag 6 maart 2008

Het kabelspook

Mensen die mij een beetje kennen weten dat ik helemaal niets moet hebben van alles wat neigt naar paranormale verschijnselen, alternatieve geneeswijzen en andere kwesties waarbij er verondersteld wordt dat er "meer" is.

In Brazilië ligt dat natuurlijk anders. In dit land gelooft vrijwel iedereen wel in iets bizars als geesten, genezen op afstand, de kracht van gekleurde onderbroeken of andere onverklaarbaarheden. Nou doen ze daar eigenlijk niet werkelijk in onder voor de Nederlanders, want daar is meer dan de helft ietsist en gelooft in astrologie of homeopathie, of gelooft dat zij nou net wel die postcodeloterijhoofdprijs kunnen winnen.

Hier in Brazilië neemt dat echter andere vormen aan. Hier wordt je bij voorbeeld altijd gewaarschuwd als je alleen een paadje in de rimboe wilt verkennen - laatst ook toen ik met Martin op pad ging om die waterval da usina op te zoeken: niet doen, gevaarlijk.
Waarom dan?
Overvallen, zeggen ze dan, maar ik verdenk ze er van dat ze stiekem meer bang zijn voor de geesten die op zo'n paadje rondhangen, dan dat ze werkelijk geloven dat er rovers zijn die zo stom zijn om een wekenlang te gaan wachten langs een pad waar bijna nooit iemand komt. Het pad wat we laatst opliepen had een gastenboek, en daaruit bleek dat de vorige bezoekers drie maanden geleden waren geweest, en dat was dan nog met gids die de geesten kon verdrijven! Hoewel dat wel zou verklaren waarom ze geloven dat er geesten rondhangen bij zo'n paadje - dat zijn natuurlijk verhongerde rovers die tevergeefs wachtten op de volgende argeloze passant om te beroven.

Maar dat was toen. Want een land als Brazilië verandert je. Nu ben ik ook bijgelovig geworden. De oordoppenentiteit deed me al twijfelen, maar het kabelspook heeft me overtuigd: er is toch "meer", en één specifiek exemplaar van dat "meer" huist hier in en rond ons huis om ons plaagstootjes te geven.

De oordoppenentiteit sloeg een paar weken terug toe, ten tijde van mevrouw Dreun. Ik had mijn oordoppen in halfslaap onder het kussen gelegd, maar bij het ontwaken lag er nog maar één. De andere was spoorloos. Hele bed over de kop, alle beddegoed er uit (moest toch gewassen), maar... spoorloos.

Uiteindelijk tien keer de kamer afgezocht, tien keer alle beddegoed omgekeerd, niets te vinden. Ik werd er echt heel gefrustreerd van, vloekte en tierde.

Maar wat lag er pontificaal op de drempel van de slaapkamer, alsof het er neergelegd was, toen ik terug kwam van het doen van de was?? Juist.


Kun je dit nog afdoen als "niet goed gekeken misschien" (ik had wél goed gekeken), het kabelspook heeft me echt overtuigd. Het kabelspook sloeg gister en eergister toe. Er is één inkomende kabel voor internet. Dit wordt via een zogenaamde switch in tweeën verdeeld, zodat onze twee laptops aangesloten kunnen worden en ik kan werken en Ingeborg tegelijk met haar hobby (=internetten) bezig kan. Daarvoor hebben we twee kabels, een blauwe voor de ene, een grijze voor de andere computer.

De blauwe kabel was al een tijdje kapot. Dus die laten repareren. Ingeborg kwam er mee terug: Die man zei dat hij niet goed verbonden was, heeft twee draadjes omgedraaid, en nu moet hij het doen. Ik proberen: werkelijk helemaal niets doet het meer. De blauwe kabel doet het nog steeds niet, de grijze kabel doet het ook niet meer - terwijl hij het de hele dag gedaan had. Het enige wat nog werkt is de moederkabel die de switch in gaat, maar dat is lastig, want die steekt nog geen meter uit de muur, dus moet je vlak tegen de muur gaan zitten - en bovendien kun je niet meer tegelijk internetten, en ook niet meer bestanden van de ene naar de andere computer kopieren.

De volgende dag ging Ingeborg terug naar die winkel om alle kabels nog eens te laten controleren. Ondertussen vond het kabelspook dat we nog meer gepest moesten worden: ook de moederkabel die uit de muur komt deed het nu niet meer. Die komt bij de buren (Marcos en Margarida) het huis in. Marcos heeft drie maal achter elkaar gepoogd om alles daar opnieuw te connecteren, en elke keer werkte het welliefst een halve minuut, om daarna weer helemaal er mee op te houden. Hopeloos.

Ik zat me al te bedenken wat we nu verder moesten doen. De kabels allemaal op een hoop leggen, en dan drie maal linksom er om heen dansen, en vijf maal rechtsom? En dat dansen moet dan natuurlijk naakt, ingesmeerd met houtskool en rode aarde? Een vuurtje er bij stoken, wierook branden, en gezamelijk prevelen: "Kabelspook, verlaat onze kabels... Kabelspook, verlaat onze kabels"?? De kabels overgieten met een kruidenbrouwsel gestookt van inheemse planten gemengd met krabbenpoep en leguanentranen?

Maar toen lukte het Marcos blijkbaar, want ineens deed de moederkabel het weer. En vervolgens kwam Ingeborg thuis met onze eigen kabels: "De man heeft alles getest: die grijze doet het gewoon, en die blauwe was misschien kapot vlak bij het eind. Hij heeft er een stukje afgeknipt, en de plug er opnieuw aangezet.". Inderdaad deed de blauwe het weer. En de grijze ook weer.

Dat van die blauwe is prima logisch te verklaren. Dat die grijze het uit solidariteit met de blauwe ook een hele dag niet deed - terwijl er niets aan dat ding veranderd was, en het daarna tegelijk met die blauwe weer wel deed - is op geen enkele manier logisch te verklaren. Behalve dan door het kabelspook.

woensdag 5 maart 2008

bus verkocht

We hadden al zó vaak afscheid genomen van de bus, zo vaak de kinderzitjes en alles eruit gesloopt, de bus gewassen en er voor het laatst ermee gereden dat we er eigenlijk niet meer in geloofden. Maar nu kijk ik vanuit mijn hangmatje dan toch uit over een leeg plein en staat onze bus bij de autodealer. De sleutels zijn ingeleverd, het geld is ontvangen en over dik vier dagen stappen we op het vliegtuig naar Nederland...

Kopje onder


Op een dag ging ik met Jitse surfen. We doen dat de laatste tijd wel vaker, en hij vindt dat heel spannend en stoer. We hebben een stevig piepschuimen surfboard, wat ongeveer 1 meter lang is en 50 cm breed. Hij past er dus prima op.

Nou zijn de golven hier aan de kust af en toe wel wat ruig - rechtstreeks vanuit de atlantische oceaan rollen ze hier de kust op. Wat we dan doen is een stukje de zee in lopen, waarbij ik hem aan de lijn die aan de surfplank zit voorttrek. Als het me te ruig wordt met de branding en er een mooie golf aankomt, geef ik hem een duwtje mee, en surft hij zo vijftig, zestig meter mee op een golf, liggend op z'n plankje, met een rotgang naar het strand.

Die dag hadden we al een paar keer een mooie golf gehad, maar ineens kwam er een joekel van een golf aan die bijna twee maal zo hoog was als de normale golven van die dag, en die mij compleet over de kop sloeg. De lijn van de surfplank werd uit m'n handen gerukt. Toen ik even later weer boven kwam temidden van schuimend water, zag ik in de verte het lege surfplankje op de kop van de golf verder richting strand spoeden. Van Jitse geen spoor. Behalve dan het zwembandje dat van zijn arm afgerukt was en wat verloren wat achter de golf aan dobberde.

Verwilderd keek ik om me heen naar een spoor van Jitse. Gelukkig kwam hij tien seconden later weer boven, een meter of tien verderop. Met nog één zwembandje om zijn arm.

Hij zei heel nuchter: "Ik vond het wel wat eng, maar ik heb gewoon met mijn voetjes getrappeld totdat ik weer boven kwam."

En de volgende dag wilde hij gewoon enthousiast weer surfen.

De pofmais-tafels

Een paar weken geleden had ik Martin verteld dat als hij echt serieus wilde leren lezen, hij het beste kon beginnen met gewoon zichzelf te oefenen. "Begin nu eens met het lezen van alle uithangborden en opschriften op winkels om je heen",zei ik.

En zowaar, toen we hem afgelopen zaterdag oppikten uit de stad was hij hier mee begonnen en kon er haast niet meer mee stoppen. Alles liep hij uit te spellen toen we naar de bus liepen. Ook Jitse begon hierdoor enthousiast te worden, en want die herkent ook al ruim 20 letters, alhoewel hij er verder nog niet veel van begrijpt.
Ik heb Martin een flink compliment gegeven, want hij was al een heel stuk sneller dan voorheen.

Vervolgens heb ik vanmorgen ook een aanzetje gegeven voor het rekenen. Van getallen bakt hij namelijk ook niets. Hij heeft weinig benul van hoeveelheden, of een getal groter is of kleiner dan een ander. Hoe je iets uitrekent...
Dus eerst maar eens verteld over de tafels. En dat de eerste stap is om die helemaal uit je hoofd te leren. Met behulp van pofmaiskorrels (iedere keer 7 erbij leggen en verder tellen) heeft hij zelf de tafel van 7 opgeschreven. Dat tien keer zeven uitkomt op zeventig, en honderd keer zeven, zevenhonderd was voor hem een openbaring.

Of hij hier nu mee verder gaat? Ik denk dat het nog even moet sudderen. Dat hij het voordeel van kunnen rekenen nog moet beseffen. En voor hoé hij iets uit zijn hoofd kan leren is het denk ik ook nuttig om hem wat op weg te helpen met een paar methodes daarvoor.

maandag 3 maart 2008

vandaag!

Over het gedonder met de verkoop van de combi had ik al een week geleden een stukje geschreven, maar het was nog niet geplaatst.

Vervolgens was 'alles' in kannen en kruiken op dinsdag, kom ik bij de "vistoria" (die controleren of de auto wel dezelfde auto is als op de papieren staat), beginnen ze vervelend te doen over onze mooie kistbank.

"Er staat hier dat het een combi voor 9 personen betreft".
"Ja, op deze kist kunnen er drie zitten. Kijk maar, 2 kinderzitjes met gordels, en nog een derde gordel. Dan nog drie op de bank en drie voorin."
"Ja, maar deze kist is niet de originele bank. Je moet de originele bank erin zetten,anders is het illegaal."
"Ja maar op die bank wipten de kinderzitjes zo heen en weer dat het gevaarlijk was. De hoofdjes schudden zó heen en weer."
"Maakt niet uit, dan moet je maar even ergens een bank lenen, die erin zetten en dan hier weer terugkomen. Daarna kun je de kist weer terugzetten..."

Nadat dit alles was opgelost, toog ik de volgende ochtend vol verwachting naar de autodealer. De bus gewassen. De kinderzitjes er weer uit...

Maar ik kon weer gaan, want er bleek nog een papier te moeten komen. Op maandag..


Vandaag is het maandag. Vandaag zal dan dus eindelijk alles worden opgelost ...

Margarida vertelt mij dat zij al meer dan een jaar wachten op de aanleg van de waterleiding, dat haar tandarts na betaling voor haar nieuwe gebit bedacht dat hij meer kon verdienen met herbalife, zijn praktijk neerlegde, en dat zij naar haar geld (en behandeling) kon fluiten, en dat ze al meer dan 20 jaar wachten op de afronding van de zaak van de gemeentebus die tegen de vrachtwagen van haar ex-man was aangereden met de dood van zijn neef ten gevolge...

Ik begin hem wel een beetje te knijpen, of straks Rinke en de kindertjes alleen moeten terugvliegen, en ik mijn vlucht moet verzetten.

En nu begint Rinke ook nog over 11 maart, verhoogde aanslaggevoeligheid en Geert Wilders...

Zucht.

zaterdag 1 maart 2008

Paleontoloog in de dop

Jitse: Mensen worden geboren door hun pappa en mamma, en die pappa en mamma worden weer geboren door hun pappa en mamma. Maar hoe zijn die mensen geboren die helemaal daar voor waren, aan het begin? Hadden die geen pappa en mamma?

Ik vertel Jitse dat dat een hele slimme vraag is, en dat veel mensen zich dat net als hij al afgevraagd hebben. Ik vertel hem dat veel mensen geloven dat die eerste mensen door een grote meneer gemaakt zijn die ze "God" noemen, maar dat andere mensen bedacht hebben dat er eerst aapjes waren, en dat hun kindjes en de kindjes daarvan steeds meer op mensen gingen lijken. En dat er voor die mensen dus aapjes waren.

Jitse weer: Maar wat was er daarvoor dan? Waardoor werden die eerste aapjes dan geboren?

Ik leg hem uit dat er voor die aapjes ook weer dieren waren, en daarvoor ook weer, en daarvoor ook weer. Hij wil ook nog weten hoe het allereerste dier dan is "geboren", maar dat vind ik toch wel wat erg moeilijk worden om uit te leggen. Ik vertel hem dat mensen dat allemaal nog niet precies weten, maar dat hij als hij straks naar school gaat daar vast ook wel meer over te horen zal krijgen.

Vervolgens wil hij nog weten hoe de school dat allemaal weet, en ik vertel hem dus nog maar wat over mensen die dit helemaal uitgezocht hebben, en over fossielen.

Iedere ouder vindt z'n kind natuurlijk de geweldigste van de wereld, maar ik vind dit toch wel heel slimme vragen en heel diep doordenken voor een kind van nog geen vijf jaar oud. Ingeborg merkt nog op dat zij de vraag "hoe kan er iets ontstaan zijn uit niets" pas bedacht toen ze zestien was.