Eigenlijk had de titel van dit stukje "om zes uur met je zonnebril" moeten wezen, of anders "buikspieroefeningen in de branding", want ik ben tegenwoordig ook een van die mafketels die Rinke in een eerder stukje beschreef. Maar helaas. Het regent het hier alweer dik twee weken. In Nederland ga ik dat rennen niet volhouden, dat weet ik nu al. Maar hier is het zo eenvoudig dat het gewoon zonde is om het niet te doen. Gewoon in je zwempak de deur uitlopen en rennen maar. Omdat ik op het strand ren hoef ik geen schoenen aan, en ik hoef niets mee te nemen. Geen sleutels, geen flesje water. Niets. Als ik het te warm krijg duik ik gewoon even in zee. En elke dag is het anders. De ene keer is het vloed, en ren ik door mul zand. De andere keer eb, en blijven er diepe poelen achter. Als het niet regent zie ik de wolken weerspiegeld in het dunne laagje water op het zand. De opspattende druppels maken honderden kleine kringetjes rondom mijn voeten. Kleine en grotere krabben schieten heen en weer tussen de branding en hun holletje. Vissers zijn druk bezig hun netten binnen te halen. En ik ren. Ik hoef nergens op tijd te zijn, want ik heb alle tijd van de wereld. Het is voor mij een interessante ervaring. Zoals iedereen weet ben ik nooit sportief geweest, en ben ik liever lui dan moe. Maar ja, je moet wat, en "afvallen" en "een betere conditie" krijgen stonden op mijn lijstje van doelen voor dit jaar. Nu ben ik al een aantal kilo afgevallen in Porto Alegre, voornamelijk door minder kaas denk ik, maar het kan nog wel wat meer.
Inmiddels ben ik dan 5 weken aan het rennen. Na de eerste week waarin ik na een stukje van 300 meter al met pijn in mijn zij en buiten adem weer terugwandelde kon ik al snel het stukje opvoeren naar 2 km. Nu ren ik 2 km heen, dan 50 situps en wat andere oefeningen en dan weer 2 km terug. Het doel is te rennen naar de "rotsen in zee", dat is 3,5 km. Als ik dat haal en dan weer terug zou ik mee kunnen doen aan de 4 mijl tussen Haren en Groningen in Oktober 2008...
vrijdag 30 november 2007
donderdag 29 november 2007
muggen (3)
Met Froukje en Siep ( Pa en Tette) kwam ook de regen. Het regent nu al twee weken, en af en toe de hele dag. Soms echte tropische buien. Het zwembad stroomt bijna over. Siep noemt het "nederlands weer met een tropische temperatuurtje" (bij jullie schijnt het ook zwaar bewolkt en regenachtig te zijn, en hij calculeert dat er zo'n acht centimeter water gevallen is.
Gelukkig hebben ze een mooie grote ruimte, met een tegelvloer, zodat de kinderen er lekker rond kunnen rennen en spelen. Ze kunnen er voetballen, Ibrich kan er op haar driewieler rondschuiven, en s'avonds is verstoppertje spelen met de zaklamp vaste prik (evenals de favoriete verstopplaatsen van de kinders).
Iets anders wat vrijwel tegelijk met de regen ook kwam is een muggenexplosie! Gelukkig namen Siep en Froukje drie electrische muggenrackets mee die mijn vader met veel moeite nog had weten te vinden (de zomer was in nl al weer voorbij).
Die dingen kennen ze hier niet, maar ze zijn ideaal. Terwijl ik dit schrijf zit ik met 1 hand te typen en af en toe met dat ding rond te zwiepen. Ook muggen die je niet ziet, krijg je zo toch te pakken. Voor het eten halen we hem ook even onder de tafel door, en zelfs bij het toiletbezoek nemen we zo'n racket mee...
Gelukkig hebben ze een mooie grote ruimte, met een tegelvloer, zodat de kinderen er lekker rond kunnen rennen en spelen. Ze kunnen er voetballen, Ibrich kan er op haar driewieler rondschuiven, en s'avonds is verstoppertje spelen met de zaklamp vaste prik (evenals de favoriete verstopplaatsen van de kinders).
Iets anders wat vrijwel tegelijk met de regen ook kwam is een muggenexplosie! Gelukkig namen Siep en Froukje drie electrische muggenrackets mee die mijn vader met veel moeite nog had weten te vinden (de zomer was in nl al weer voorbij).
Die dingen kennen ze hier niet, maar ze zijn ideaal. Terwijl ik dit schrijf zit ik met 1 hand te typen en af en toe met dat ding rond te zwiepen. Ook muggen die je niet ziet, krijg je zo toch te pakken. Voor het eten halen we hem ook even onder de tafel door, en zelfs bij het toiletbezoek nemen we zo'n racket mee...
maandag 26 november 2007
deel 7

590 pagina's in het Portugees telt "Harry Potter e as reliquias da morte". Een spannende titel, en een al even spannend en toch weer verrassend boek. Het is het laatste deel van de Harry Potter serie die in juni 1997 begon met "Harry Potter and the philosophers stone", en de wereld in een stormachtig tempo veroverde. Helaas heb ik het alweer uit, maar het zal vast niet de laatste keer geweest zijn dat ik het lees.
Ik moet bekennen dat ik het eerste boek niet zo spectaculair vond, maar mijn moeder kwam met deel 1 en 2 aanzetten toen ze ons op kwamen zoeken in Curacao en toen we vervolgens op vakantie in Venezuela deel 3 goedkoop konden krijgen hebben we het boek gebruikt om ons Spaans mee te oefenen. Lagen we elke avond in ons tentje elkaar voor te lezen bij het schijnsel van de zaklamp.
Sindsdien heb ik de HP boeken gebruikt om talen mee te leren. Omdat deel 1 en deel 2 kinderboeken zijn, en van oorsprong in het engels (een taal die ik goed beheers) geschreven, lenen ze zich daar heel goed voor. Vanaf deel 3 is het eigenlijk geen kinderboek meer, maar nadat je deel 1 en 2 gelezen hebt, begrijp je de taal goed genoeg om ook de rest te kunnen volgen.
Het leuke van deze methode vindt ik dat na een poosje de betekenis van allerlei woorden ahw in je hoofd op hun plaats springen. Je leest een woord in een zin, en later nog eens in een andere zin en opeens voel je wat het woord moet betekenen, zónder het eigenlijk bewust te betalen. Je voelt als het ware de betekenis van het woord, maar dan volledig in de context van de taal waarin het woord thuis hoort.
Naarmate ik de HP boeken vaker gelezen heb heb ik er veel waardering voor gekregen. Het leuke aan de HP boeken vindt ik dat de boeken meegroeien met het personage en de lezers.
Ze worden steeds spannender en krijgen steeds meer diepgang. Vanaf deel drie zijn het echt geen |"kinderboeken" meer. Te spannend, maar ook teveel psychologische uitleg waarom karakters bepaalde dingen doen zoals ze ze doen.
Ik heb grote bewondering voor Joanne Rowling. Ik vindt haar een fenomeen te vergelijken met Tolkien. Hoe zij 7 boeken zo heeft kunnen plannen dat allerlei details die in eerdere boeken terloops aan de orde komen, in latere boeken verder uitgewerkt worden en soms behoorlijke diepgang hebben. De karakters zijn goed uitgewerkt en kennen veel facetten. Ook goede karakters kennen hun zwakheden, en slecht is niet 100% slecht. De enige échte slechterik Lord Voldemort (hier uitgesproken als Voldemortsje...) is eigenlijk ook zielig.
Vaak zie je bij schrijvers dat het eerst boek heel goed is, maar het tweede al minder, en dat bij het derde boek alle kruit verschoten is. Dit is met de HP serie absoluut niet het geval.

zondag 25 november 2007
Kiesjes!
Onze Ibrich wordt al een hele meid, en spettert in het diepe van het zwembad dat het een lieve lust is. Maar met de tandjes loopt ze nogal achter. Dat is lastig bij het eten, want behalve de acht voortandjes (die pas begonnen door te komen toen ze ongeveer een jaar was, kwam er tot nog toe niets meer bij. Dat is laat, want (vertelt de Merck Manual) de middelste ondertandjes verschijnen gemiddeld tussen de 5 en 9 maanden, en de middelste bovensnijtandjes tussen de 8 en de 12 maanden.
Ibrich is nu bijna 23 maanden, maar nu zien we dan toch eindelijk boven en onder de 1-e kiesjes doorkomen. (Gemiddelde leeftijd volgens Merck is tussen de 10 en 16 maanden)
Ibrich is nu bijna 23 maanden, maar nu zien we dan toch eindelijk boven en onder de 1-e kiesjes doorkomen. (Gemiddelde leeftijd volgens Merck is tussen de 10 en 16 maanden)
woensdag 21 november 2007
Graviola, Umbu & Acerola
Hier in Brazilië is een overdaad aan tropisch fruit dat in Nederland zo goed als niet bekend is. Daarom hier een overzichtje.
Zie ook voor een mooi overzicht met plaatjes: http://www.guiasdeilheus.com.br/AAAGruesse/ASite1PflanzFrueDef/AAPfanzFruech1.html
Verder zijn er hier natuurlijk nog zat vruchten die iedereen wel kent, zoals Ananas, Mango, Papaya, Meloenen en watermeloenen, verschillende soorten banaan, en vooral heel veel kokosnoten (zelf wonen we ook onder de kokospalmen).
Graviola = zuurzak. Deze kenden we al van Curaçao. Een erg lekkere groene vrucht met harde zwarte pitten, met daaromheen kwabben wittig vruchtvlees
Umbu is een boom die inheems is in Bahia. Het fruit is erg lekker maar nogal zuur. Zie hier voor meer informatie.
Acerola of West-Indische kers staat bekend omdat het de vrucht met het hoogste vitamine-C gehalte zou zijn. Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Acerola
Pitanga of Surinaamse kers, zie hier voor meer.
Mangaba is een inheemse Braziliaanse tropische fruitsoort. Zie ook hier.
In Nederland naar mijn weten niet bekend.
Cacao is iedereen wel bekend. Maar wat de meeste mensen in Europa niet weten is dat behalve de boon ook het vruchtvlees er omheen eetbaar is. Hier is dat wel anders: Cacao-sap wordt zeer veel gedronken, en de vrucht kom je veel in b.v. ijs tegen. Het lijkt wel wat op zuurzak, ook hier zit het vruchtvlees in kwabben rondom de pitten (bonen).
Açai is een zeer veel geconsumeerde vrucht hier - vooral in drankjes en ijs. Het is een donkerblauwe bes die groeit aan een palm. De açai (spreek uit als 'assa-ie') is zéér rijk aan anti-oxidanten, gezonde omegavetten, vitaminen en mineralen. De smaak wordt soms notig genoemd, anderen hebben het over een vleugje chocola, maar zelf heb ik dat er nooit in geproefd.
Caju ofte wel Cashew. Net als bij chocolade kent iedereen in Europa de noot (het eigenlijke zaad) wel, maar de vrucht er omheen totaal niet. Dat komt omdat de vrucht na pluk nauwelijks goed te houden is, en daarom niet geëxporteerd wordt. De vrucht is eigenlijk geen vrucht maar een schijnvrucht (net zoals een aardbei: niet iets dat OM het zaad heen zit, maar de uitgegroeide bloembodem die onder het zaad zit). Bij Caju levert dat nogal een bizar beeld op van een soort van appel met daarop een noot. Wij hebben twee maal van de vrucht geproefd, maar de bek trok je er goed van bij elkaar zo wrang dat het was, maar misschien waren de exemplaren die wij hadden nog niet goed rijp, want de vrucht wordt wel geroemd wegens de lekkere zacht zoet-zure smaak. De noot is trouwens giftig als ze onrijp en onbehandeld is. Onwetend hiervan, beet Ingeborg er laatst op een die van een boom langs de kant van het pad gevallen was, maar dat was bepaald geen genoegen, want ze had uren later nog een brandend gevoel in de mond. Zie ook http://nl.wikipedia.org/wiki/Cashew.
Cajá is wat anders dan Cajú, het gaat hier om een boom die in het nederlands Gele Mombinpruim genoemd wordt. Met pruimen heeft dit niet veel te maken, want daar is het verder totaal niet aan verwant. Zie ook wikipedia.
Goiaba is in Nederland bekend onder de naam Guave. Een van onze favorieten, met name als het om sap gaat.
Maracuja of passievrucht wordt hier zeer veel gebruikt als sap of in ijs. De vrucht heeft geen vruchtvlees: binnenin de dikke schil zit een gelige gelei waarin de zaadjes zitten. Rauw eten kan dus eigenlijk niet; dat wordt meer rauw slobberen. De smaak is heel apart, het is een van onze favorieten. De plant heet passiebloem omdat de Portugese en Spaanse veroveraars van Latijns Amerika er op een of andere bizarre manier de verbeelding van Christus aan het kruis in zagen; zie hier.
Zie ook voor een mooi overzicht met plaatjes: http://www.guiasdeilheus.com.br/AAAGruesse/ASite1PflanzFrueDef/AAPfanzFruech1.html
Verder zijn er hier natuurlijk nog zat vruchten die iedereen wel kent, zoals Ananas, Mango, Papaya, Meloenen en watermeloenen, verschillende soorten banaan, en vooral heel veel kokosnoten (zelf wonen we ook onder de kokospalmen).
dinsdag 20 november 2007
Ze zijn er! (2)
Om drie uur 's-ochtends uit Harlingen vertrokken, arriveerden hier om half elf 's-avonds in de regen "Pa en Tette", de ouders van Rinke. Een reis van precies 24 uur, want de klok staat bij ons 4 uur vroeger dan bij jullie. De volgende ochtend stond Jitse al te trappelen om naar Pa en Tette toe te gaan. Vanaf ongeveer half zes was hij niet meer te houden en bracht ongeveer anderhalf uur door op het stoepje van hun appartement totdat ze eindelijk hun neus buiten de deur staken. Een uurtje later gingen we met het hele spul (minus Rinke, want voor hem was het een gewone werkdag) naar het strand. Jitse en Ibrich vertoonden dolle kunsten in de golven, en het was erg leuk om te zien dat Ibi meteen heel vertrouwd was met beiden. Net als Jitse riep ze om het hardst om Pa en Tette, al haalde ze een beetje door elkaar wie nu Pa en wie nu Tette was...
zaterdag 10 november 2007
Brood
Ha, voor het eerst in 8 maanden weer fatsoenlijk brood gehad, en dat was een zeer groot genoegen. Latino's, en speciaal die van Latijns-Amerika, zijn geen broodeters, hetgeen betekent dat het brood hier werkelijk niet om te vreten is om het maar eens recht voor z'n raap te zeggen. Bruin brood kennen ze wel, maar eigenlijk alleen van horen zeggen, en daar waar ze dat bij wijze van vergissing wel verkopen is het van dien aard dat het in Nederland nog niet eens voor "moutbrood" (semi-bruin, zeg maar) door zou gaan; dus grotendeels wit en hier en daar een verdwaalde zemel. En daarnaast, en dat is een probleem waar ik ook al in Mexico tegenaan liep, hebben ze hier de gewoonte om door alles wat uit een oven komt en wat erin ging als deeg te voorzien van een flinke portie suiker - en als er iets is wat in mijn beleving smerig is dan is dat wel wit brood met suiker. Een Mexicaanse dame was ooit heel verbaasd hoe ik vertelde dat bij ons geen suiker in het brood zit, maar Mexicanen flikkeren dan ook werkelijk overal suiker in - misschien om de pepers te compenseren? Als je niet van zoet houdt (zoals ik, dat moge ondertussen duidelijk zijn), dan is die veelgeroemde Mexicaanse keuken toch niet zo geweldig.
Wellicht vinden ook Brazilianen zelf het brood hier maar niks, ze eten het zelf tenminste nauwelijks, want zowel 's middags als 's avonds wordt hier elke dag gewoon warm gegeten. Dus wat doe je dan, in zo'n land - juist, je gaat zelf brood maken.
Waarmee je meteen tegen het eerste probleem oploopt: ook volkorenmeel is hier nauwelijks te krijgen. Wat mij betreft verdient witbrood, wit meel en witte rijst een ereplaats in het rariteitenkabinet van meest bizarre en stupide uitvindingen van de mensheid, samen met brommers, badkleding, het geboortebewijs en de neutronenbom. Heb je een geweldig product als graan, maal je dat tot meel maar haal je eerst het meest voedzame en gezonde deel er uit!!! Welke dwaas zoiets bedacht heeft... En het bizarre is dus dat het overgrote deel van de wereldbevolking daar van leeft - terwijl men in veel van die gebieden toch al weinig kans heeft om aan een overdosis aan voedingsvezels, vitaminen en mineralen te bezwijken. Voor deze bizarre toestand heb ik nog nooit een bevredigende verklaring mogen horen. Het standaardverhaaltje dat de elite witte rijst en wit brood zo lekker vond, en dat vervolgens iedere arme op de wereld dat ging kopieren omdat ze zo graag rijk wilden lijken komt op mij nogal ongeloofwaardig over. Ik vermoed dat het eerder komt omdat de grote agro-industrieën meer winst kunnen maken als je meel en zemelen scheidt en apart van elkaar verkoopt, in plaats van als volkoren-variant.
Maar goed, we hebben dus een winkeltje in Ilhéus gevonden vol met muslirepen waar de gezondheid van afdruipt, ter plekke a la minute gepotentieerde homeopathische smeerseltjes en fytotherapeutische pilletjes uit grootmoeders keuken, waar ze ook nog 2 pakken volkorenmeel ergens links achterin hadden liggen. En de plaatselijke supermarkt verkoopt dan weliswaar niet zoiets bizars als gewoon bruin meel, maar ze verkopen wel zakken met (voorgebakken) zemelen, en zakken met witmeel, en als je die weer bij elkaar gooit... (ja, mensen blijven bizarre wezens...)
Als rechtgeaard alternatief-radicaal gebruik ik natuurlijk geen gist, maar desem - en het voordeel van hier is dan wel weer dat je desem in anderhalve dag letterlijk bruist van het leven. Voor wie niet weet wat desem is: desembrood (de bijbel en de Thora hebben het er zelfs over) is de oudste manier van brood maken, en stamt nog uit de tijd dat bakkers niet wisten dat er zoiets als gist bestond. Het recept is eenvoudig: je maakt een papje van water en meel, en laat dat een tijdje staan. In Nederland moet dat minstens drie dagen om een beetje een bruisend geheel te krijgen, hier gaat het dus veel sneller voor er een hele serie bacterien inzitten die lekker belletjes zitten te blazen. Vervolgens voeg je hier meel aan toe en kneedt je dat tot deeg, en klaar is kees. Gist toevoegen is overbodig; de rol van de gist wordt overgenomen door de bacterien die spontaan in je meelpapje zijn gaan zitten.
Het verschil met gistbrood is dat het wat langer moet rijzen (eerste rijs zo'n 4 uur, tweede rijs een uur of meer), dat het brood wat zurig smaakt, en dat je het langer kunt bewaren. En het heet gezonder (beter verteerbaar) te zijn dan gist, maar dat kan ook een hersenspinsel van de natuurvoedingsbranche zijn.

En hier is het dan: mijn eerste Braziliaanse desembrood. Uitstekend gelukt, mooi gerezen, heerlijk van smaak en lekker bruin. Voor het eerst sinds 8 maanden weer lekker brood. Smullen met de zelfgemaakte hoemoes van Ingeborg. Dit gaan we voortaan minstens vier keer per week bakken.
Wellicht vinden ook Brazilianen zelf het brood hier maar niks, ze eten het zelf tenminste nauwelijks, want zowel 's middags als 's avonds wordt hier elke dag gewoon warm gegeten. Dus wat doe je dan, in zo'n land - juist, je gaat zelf brood maken.
Waarmee je meteen tegen het eerste probleem oploopt: ook volkorenmeel is hier nauwelijks te krijgen. Wat mij betreft verdient witbrood, wit meel en witte rijst een ereplaats in het rariteitenkabinet van meest bizarre en stupide uitvindingen van de mensheid, samen met brommers, badkleding, het geboortebewijs en de neutronenbom. Heb je een geweldig product als graan, maal je dat tot meel maar haal je eerst het meest voedzame en gezonde deel er uit!!! Welke dwaas zoiets bedacht heeft... En het bizarre is dus dat het overgrote deel van de wereldbevolking daar van leeft - terwijl men in veel van die gebieden toch al weinig kans heeft om aan een overdosis aan voedingsvezels, vitaminen en mineralen te bezwijken. Voor deze bizarre toestand heb ik nog nooit een bevredigende verklaring mogen horen. Het standaardverhaaltje dat de elite witte rijst en wit brood zo lekker vond, en dat vervolgens iedere arme op de wereld dat ging kopieren omdat ze zo graag rijk wilden lijken komt op mij nogal ongeloofwaardig over. Ik vermoed dat het eerder komt omdat de grote agro-industrieën meer winst kunnen maken als je meel en zemelen scheidt en apart van elkaar verkoopt, in plaats van als volkoren-variant.
Maar goed, we hebben dus een winkeltje in Ilhéus gevonden vol met muslirepen waar de gezondheid van afdruipt, ter plekke a la minute gepotentieerde homeopathische smeerseltjes en fytotherapeutische pilletjes uit grootmoeders keuken, waar ze ook nog 2 pakken volkorenmeel ergens links achterin hadden liggen. En de plaatselijke supermarkt verkoopt dan weliswaar niet zoiets bizars als gewoon bruin meel, maar ze verkopen wel zakken met (voorgebakken) zemelen, en zakken met witmeel, en als je die weer bij elkaar gooit... (ja, mensen blijven bizarre wezens...)
Als rechtgeaard alternatief-radicaal gebruik ik natuurlijk geen gist, maar desem - en het voordeel van hier is dan wel weer dat je desem in anderhalve dag letterlijk bruist van het leven. Voor wie niet weet wat desem is: desembrood (de bijbel en de Thora hebben het er zelfs over) is de oudste manier van brood maken, en stamt nog uit de tijd dat bakkers niet wisten dat er zoiets als gist bestond. Het recept is eenvoudig: je maakt een papje van water en meel, en laat dat een tijdje staan. In Nederland moet dat minstens drie dagen om een beetje een bruisend geheel te krijgen, hier gaat het dus veel sneller voor er een hele serie bacterien inzitten die lekker belletjes zitten te blazen. Vervolgens voeg je hier meel aan toe en kneedt je dat tot deeg, en klaar is kees. Gist toevoegen is overbodig; de rol van de gist wordt overgenomen door de bacterien die spontaan in je meelpapje zijn gaan zitten.
Het verschil met gistbrood is dat het wat langer moet rijzen (eerste rijs zo'n 4 uur, tweede rijs een uur of meer), dat het brood wat zurig smaakt, en dat je het langer kunt bewaren. En het heet gezonder (beter verteerbaar) te zijn dan gist, maar dat kan ook een hersenspinsel van de natuurvoedingsbranche zijn.
En hier is het dan: mijn eerste Braziliaanse desembrood. Uitstekend gelukt, mooi gerezen, heerlijk van smaak en lekker bruin. Voor het eerst sinds 8 maanden weer lekker brood. Smullen met de zelfgemaakte hoemoes van Ingeborg. Dit gaan we voortaan minstens vier keer per week bakken.
vrijdag 9 november 2007
Toetoaatje
Jitse en ook Ibrich zijn de laatste tijd helemaal in de ban van "Toetoaatjes" (uitspraak van Ibi): plakplaatjes die je met water op je huid kunt plakken, als een soort van tijdelijke tatoeage. Groot voordeel is dat het er na een dag ravotten en zwemmen alweer afgesleten is, zodat je dan fijn weer nieuwe kunt plakken. Jitse heeft een mapje vol met die plaatjes, en elke dag plakt hij er minstens vier op armen, benen of buiken - van zichzelf of van Ibrich.
Een plaatje van een of andere uiterst sullige leeuw met een hoog "Loekie-aspect" wordt dan begroet met de uitroep "OOOOOOH, die is stoer!!".
Een plaatje van een of andere uiterst sullige leeuw met een hoog "Loekie-aspect" wordt dan begroet met de uitroep "OOOOOOH, die is stoer!!".
![]() | ![]() |
donderdag 8 november 2007
Tropenrooster
Omdat het hier vrij warm is (meestal rond of net onder de dertig graden) maar vooral omdat de zon 's middags erg fel is, hebben we tegenwoordig een tropenrooster. De aanleiding hiervoor was eigenlijk een opperste verwarring over de tijd in Bahia. Precies toen wij hier in Ilhéus aankwamen, ging hier in Brazilië de zomertijd in - dus wij waren al blij dat we daar min of meer van op de hoogte waren, al was de precieze datum van ingang ons nog niet geheel duidelijk. Maar uiteindelijk (nadat we een uur te vroeg waren op een afspraak) bleek dat inderdaad de zomertijd in heel Brazilië ingegaan was, BEHALVE in Bahia, want daar doen ze niet aan zomertijd.
Waarom is me onduidelijk, want de zon komt hier al om half vijf op, en gaat al om half zeven 's avonds weer onder. Dus besloten we maar onze eigen persoonlijke zomertijd in te stellen.
Als je iets doet moet je het ook goed doen, dus dan ook maar helemaal doorgevoerd als tropenrooster, compleet met overgangsschema. Dat overgangsschema houdt in: elke dag 10 minuten vroeger naar bed en 10 minuten vroeger er uit. Ondertussen staan we voor vijf uur op (dat is dus 9 uur Nederlandse tijd, we kunnen dus weer 's ochtends vanuit nederland gebeld worden), en gaan we half elf naar bed 's avonds. En nog steeds wordt dat elke dag een paar minuutjes eerder, maar 10 minuten vroeger per dag is het niet meer.
Dit schema zou wat weinig slaap per nacht betekenen, maar we slapen dus ook 's middags als de zon op z'n felst is, dat is ergens tussen 13 en 15 uur meestal (Nederlandse tijd: tussen 5 en 7 's avonds, gelieve dan dus niet te bellen!!).
Hoewel ik zelf altijd nogal wat moeite met opstaan heb, en we hiermee dus dat probleem elke dag verdubbelen (immers, nu twee keer per dag wakker worden en opstaan), bevalt het verder goed. De zonsopgang is hier mooi, en het is heerlijk qua temperatuur zo 's ochtends vroeg. Bovendien kun je dan buiten verkeren zonder dat je jezelf onmiddelijk met dikke lagen factor 50 hoeft te bedekken, want verbranden gaat heel erg hard in zo'n tropenzon aan het water.
Wat trouwens wel opvalt is, dat hoe vroeg we ook opstaan, het strand 's ochtends altijd al behoorlijk vol is met wandelende, rennende of Capueira-oefeningen doende mensen - ik moet het eerste Nederlandse strand nog zien waar het zomers voor vijf uur 's ochtends al zo druk is. We zijn dus blijkbaar niet de enigen bedacht hebben dat vroeg opstaan hier loont.
Waarom is me onduidelijk, want de zon komt hier al om half vijf op, en gaat al om half zeven 's avonds weer onder. Dus besloten we maar onze eigen persoonlijke zomertijd in te stellen.
Als je iets doet moet je het ook goed doen, dus dan ook maar helemaal doorgevoerd als tropenrooster, compleet met overgangsschema. Dat overgangsschema houdt in: elke dag 10 minuten vroeger naar bed en 10 minuten vroeger er uit. Ondertussen staan we voor vijf uur op (dat is dus 9 uur Nederlandse tijd, we kunnen dus weer 's ochtends vanuit nederland gebeld worden), en gaan we half elf naar bed 's avonds. En nog steeds wordt dat elke dag een paar minuutjes eerder, maar 10 minuten vroeger per dag is het niet meer.
Dit schema zou wat weinig slaap per nacht betekenen, maar we slapen dus ook 's middags als de zon op z'n felst is, dat is ergens tussen 13 en 15 uur meestal (Nederlandse tijd: tussen 5 en 7 's avonds, gelieve dan dus niet te bellen!!).
Hoewel ik zelf altijd nogal wat moeite met opstaan heb, en we hiermee dus dat probleem elke dag verdubbelen (immers, nu twee keer per dag wakker worden en opstaan), bevalt het verder goed. De zonsopgang is hier mooi, en het is heerlijk qua temperatuur zo 's ochtends vroeg. Bovendien kun je dan buiten verkeren zonder dat je jezelf onmiddelijk met dikke lagen factor 50 hoeft te bedekken, want verbranden gaat heel erg hard in zo'n tropenzon aan het water.
Wat trouwens wel opvalt is, dat hoe vroeg we ook opstaan, het strand 's ochtends altijd al behoorlijk vol is met wandelende, rennende of Capueira-oefeningen doende mensen - ik moet het eerste Nederlandse strand nog zien waar het zomers voor vijf uur 's ochtends al zo druk is. We zijn dus blijkbaar niet de enigen bedacht hebben dat vroeg opstaan hier loont.
dinsdag 6 november 2007
Een zwembad voor de deur...
's-Morgens zó uit je bedje een duik in het koele zwembad en daarna door voor een flinke strandwandeling. De kinderen die urenlang zoet zijn met dobberen en drijven, en spelenderwijs leren zwemmen. Kan het idyllischer?

Wij dachten van niet, totdat er een feestje was met 50 gasten en hun kinderen... Na een heel weekend van Bahiaans gebonk en gedreun, (er schijnen hier maar weinig auto's verkocht te worden die geen complete geluidsinstallatie met grote boxen onder hun achterklep hebben), de geur van geroosterd en verkoold vlees -de welhaast standaard zondagse churasco (=barbeque)- en veel gespetter in het water was de kleur van het water plotseling héél anders geworden. Het frisse transparante licht turqooise water was veranderd in een ondoorzichtig groen waar schuimige vlokken op dreven....
Blauw en geel maakt groen... Hebben al die mensen in dat zwembad lopen zeiken, vroeg ik mij af... Rinke (handig een bioloog in huis) zei dat het algen waren, die (misschien doordat het chloor uit het water zich had verbonden met het ureum uit zweet), de kans hadden gekregen om te groeien. Nu zit ureum ook in andere lichaamsstoffen, en met al die kindertjes in bad...
Had Margarida (beheerster) er dan eerder chloor bij moeten doen? Nee, ook niet, want de verbinding van chloor met ureum (chlooramines, onder andere chloroform, verantwoordelijk voor de typische zwembadgeur) blijkt kankerverwekkend te zijn. Blootstelling aan felle zon in combinatie met deze stoffen blijkt nog schadelijker te zijn dan alleen zonnen, of zonnen in combinatie met zeewater, of (niet vervuild) zoetwater.

Het bad moest dus 'schoon' gemaakt worden. Dit zou 4 dagen kosten, en daarvoor moest er 30 kg..., 5 kg chloor en nog vele kilo's aluminiumsulfaat gehaald worden. Dit kostte 250 reaal, (ca 100 euro) te betalen over 30 dagen (duurder dan als je contant betaalt), want de kas van de herberg is momenteel erg leeg. Bovendien moest het bad nog 3 keer gestofzuigd worden door 2 personen met een speciale stofzuiger. Het vieze water zagen wij later uit een buisje lopen dat ongeveer 2 meter voor ons hek naar het strand in het zand uitkwam. Nodeloos te zeggen dat daar ook mensen rustig op zaten te picknicken toen het weer opgedroogd was. Lekker onder de schaduwbrengende palmen die Margarida daar geplant heeft.
Enfin. 4 dagen later was het zwembad nog steeds niet helemaal klaar. En moest er voor nog eens 100 reaal aan chemicalien bij.
Vanmiddag weer heerlijk gezwommen... maar ik moet zeggen dat de charme er een beetje af is. En voel ik mijn ogen nu prikken of is dat inbeelding?
Gelukkig is de zee vlakbij. Jitse en Ibi voelen zich inmiddels helemaal thuis in de golven. En Jitses zwemles kan ook gewoon in zee.

Wij dachten van niet, totdat er een feestje was met 50 gasten en hun kinderen... Na een heel weekend van Bahiaans gebonk en gedreun, (er schijnen hier maar weinig auto's verkocht te worden die geen complete geluidsinstallatie met grote boxen onder hun achterklep hebben), de geur van geroosterd en verkoold vlees -de welhaast standaard zondagse churasco (=barbeque)- en veel gespetter in het water was de kleur van het water plotseling héél anders geworden. Het frisse transparante licht turqooise water was veranderd in een ondoorzichtig groen waar schuimige vlokken op dreven....
Blauw en geel maakt groen... Hebben al die mensen in dat zwembad lopen zeiken, vroeg ik mij af... Rinke (handig een bioloog in huis) zei dat het algen waren, die (misschien doordat het chloor uit het water zich had verbonden met het ureum uit zweet), de kans hadden gekregen om te groeien. Nu zit ureum ook in andere lichaamsstoffen, en met al die kindertjes in bad...
Had Margarida (beheerster) er dan eerder chloor bij moeten doen? Nee, ook niet, want de verbinding van chloor met ureum (chlooramines, onder andere chloroform, verantwoordelijk voor de typische zwembadgeur) blijkt kankerverwekkend te zijn. Blootstelling aan felle zon in combinatie met deze stoffen blijkt nog schadelijker te zijn dan alleen zonnen, of zonnen in combinatie met zeewater, of (niet vervuild) zoetwater.

Het bad moest dus 'schoon' gemaakt worden. Dit zou 4 dagen kosten, en daarvoor moest er 30 kg..., 5 kg chloor en nog vele kilo's aluminiumsulfaat gehaald worden. Dit kostte 250 reaal, (ca 100 euro) te betalen over 30 dagen (duurder dan als je contant betaalt), want de kas van de herberg is momenteel erg leeg. Bovendien moest het bad nog 3 keer gestofzuigd worden door 2 personen met een speciale stofzuiger. Het vieze water zagen wij later uit een buisje lopen dat ongeveer 2 meter voor ons hek naar het strand in het zand uitkwam. Nodeloos te zeggen dat daar ook mensen rustig op zaten te picknicken toen het weer opgedroogd was. Lekker onder de schaduwbrengende palmen die Margarida daar geplant heeft.
Enfin. 4 dagen later was het zwembad nog steeds niet helemaal klaar. En moest er voor nog eens 100 reaal aan chemicalien bij.
Vanmiddag weer heerlijk gezwommen... maar ik moet zeggen dat de charme er een beetje af is. En voel ik mijn ogen nu prikken of is dat inbeelding?
Gelukkig is de zee vlakbij. Jitse en Ibi voelen zich inmiddels helemaal thuis in de golven. En Jitses zwemles kan ook gewoon in zee.
vrijdag 2 november 2007
mannetjes en vrouwjes vogels..

Jitse is druk in de weer met het kleuren van zijn 1-e grotendeels zelf gevouwen origami vogel.
-Mam, waarom hebben mannetjes vogels meer kleuren dan vrouwtjes vogels?
Omdat de vrouwtjes dat mooi vinden Jitse-
Maar waarom hebben de vrouwtjes dan niet zulke mooie kleuren?Omdat de vrouwtjes op de eitjes moeten broeden, en dan niet mogen opvallen anders worden ze misschien opgegeten door een wild beest.-
Maar de pappa vogel jaagt die dan toch wel weg?
Ja, maar soms zijn die beesten te groot.
-maar soms zijn het toch ook andere vogels.Ja, dan jaagt de pappa ze wel weg...
-Waarom is die vogel van jou groter dan die van mij?
-Waarom is die vogel van jou groter dan die van mij?
dat is de mama vogel.
En met een gezicht alsof hij het nou helemaal begrijpt.
-O Ja. En die van mij is de pappa vogel. Het is een politievogel, en die jaagt alle boeven weg!
zaterdag 27 oktober 2007
Ad Hoc wireless network
Hoera, na een dag ploeteren en configuraties uitproberen is het gelukt: we hebben een locaal "ad hoc wireless network" met "shared internet connection". We hebben nu twee laptops (ik heb eergister een nieuwe gekocht omdat degene die we onderweg meehadden te traag en te oud is voor de programma's die ik voor het werk nodig heb. We hebben één internetkabel naar hier lopen waarmee we op het netwerk van onze buren zitten. Maar omdat beide laptops wel kabelloze internet hebben, heb ik een subnetwerk zonder kabel gemaakt, zodat beide laptops nu elkaars bestanden kunnen lezen, en de enige internetkabel die we hebben kunnen delen. Het gedoe zat 'm in het feit dat het onderdeel van windows dat het delen van een internetkabel regelt, vereist dat het IP-adres statisch vastgesteld wordt op 192.168.0.1 en vervolgens zelf IP-adressen aan de andere computers in je draadloze netwerk uitdeelt. En dat was dus net iets wat in 9 van de 10 handleidingen op internet er niet bij stond. Sommige handleidingen adviseerden zelfs juist een ander adres te kiezen.
Nou ja, een hoop technisch gedoe, maar het is weer gelukt, en Ingeborg en ik zitten elkaar nu dus niet meer in de weg als we allebei het internet op willen. Dat kan gewoon tegelijk nu.
Nou ja, een hoop technisch gedoe, maar het is weer gelukt, en Ingeborg en ik zitten elkaar nu dus niet meer in de weg als we allebei het internet op willen. Dat kan gewoon tegelijk nu.
Nieuwe telefoonnummers
We hebben onze telefoonnummers omgezet naar Bahia. Onze telefoons hadden nog een nummer uit het zuiden (Rio Grande do Sul), en daardoor hadden we in praktijk bijna nooit verbinding.
Nu dus nieuwe nummers, en betere telefonische bereikbaarheid. Zie rechter kolom.
Nu dus nieuwe nummers, en betere telefonische bereikbaarheid. Zie rechter kolom.
vrijdag 26 oktober 2007
Muggen
Een tropisch paradijs is (helaas) niet compleet zonder... Muggen!
In Curacao ging Rinke elke ochtend gewapend met een kamerplantenspuit met zeep op jacht, en zijn gemiddelde score was 150... Hier in Ilheus lijkt het aardig dezelfde kant op te gaan. Nu is Rinke heel inventief in het spannen van klamboes rond de bedden, maar de afgelopen drie nachten werden we iedere keer weer diverse malen wakker omdat er muggen inzaten (en dan heb ik het niet over eentje...). Onze klamboe begint een luguber uiterlijk te krijgen van al die bloedspatten.
Nadat alle kleine gaatjes hersteld zijn, en de klamboes met behulp van elastieke spinnen, papierklemmetjes, half verbrande oude kokosnoten, stokjes, fluwelen lapjes en natuurlijk meters touw zijn opgehangen hopen we nu vannacht de eerste mugvrije nacht door te brengen. En dan moet de argeloze slaper natuurlijk wel zorgen dat hij niet snachts met een arm of en been tegen het doek ligt.
Ibi slaapt in het oude babytentje, wat weer in de grotere kindertent geplaatst is, en Jitse heeft zijn eigen twee persoons bed waar hij dus mooi in het midden kan liggen.
In Curacao ging Rinke elke ochtend gewapend met een kamerplantenspuit met zeep op jacht, en zijn gemiddelde score was 150... Hier in Ilheus lijkt het aardig dezelfde kant op te gaan. Nu is Rinke heel inventief in het spannen van klamboes rond de bedden, maar de afgelopen drie nachten werden we iedere keer weer diverse malen wakker omdat er muggen inzaten (en dan heb ik het niet over eentje...). Onze klamboe begint een luguber uiterlijk te krijgen van al die bloedspatten.
Nadat alle kleine gaatjes hersteld zijn, en de klamboes met behulp van elastieke spinnen, papierklemmetjes, half verbrande oude kokosnoten, stokjes, fluwelen lapjes en natuurlijk meters touw zijn opgehangen hopen we nu vannacht de eerste mugvrije nacht door te brengen. En dan moet de argeloze slaper natuurlijk wel zorgen dat hij niet snachts met een arm of en been tegen het doek ligt.
Ibi slaapt in het oude babytentje, wat weer in de grotere kindertent geplaatst is, en Jitse heeft zijn eigen twee persoons bed waar hij dus mooi in het midden kan liggen.
donderdag 25 oktober 2007
Update Marilaine
Verscheidene mensen hebben mij gevraagd hoe het nu verder gegaan is met Marilaine. Welnu. Met het voorschot van 100 real wat ik haar had gegeven voor het artikel over manden vlechten van oude kranten kocht ze spullen om zeep en bonbons te maken, en een broek voor haar zoontje Victor van 8 real die ze echt niet kon laten liggen.Toen ik haar een tijdje later weer zag was ze erg enthousiast. Ze had goed verkocht, al voor 130 real, en nog allerlei materiaal over. Ze liet met een grote mand zien met zeepjes (uiteraard zelf gevlochten) en ook diverse kleine hartvormige mandjes met een assortiment zeepjes erin. Ook de bonbons waren goed gegaan. Verder had ik haar foto's gegeven van een hele mooie uil gemaakt van rolletjes oude kranten die we op een kunstmarkt hadden gekocht. Daarvan had ze er al twee gemaakt, en ook al verkocht. Eentje stond er nog, en dat had ze werkelijk heel knap en artistiek gedaan, het beest balanceerde op een soort boomstronk gemaakt van een stuk boombast.
Ze zei dat ze nu wat meer mogelijkheden had. Als het een tijdje niet ging met de zeep, schakelde ze over op de chocola, en tussendoor maakte ze de dingen van krantenrolletjes. Ze was verheugd over de ontdekking dat ze, als de verkoop van iets iets niet meer ging, gewoon een cursus kon doen, en overschakelen op een ander product.

Wat nog niet gelukt was was het geld van de investering weer terug te stoppen in het potje, er waren (natuurlijk) allerlei andere dingen geweest waar het geld noodzakelijk voor was...
Toen we weggingen uit Porto Alegre is ze ons komen helpen om de flat van top tot teen schoon te boenen. Geld wou ze daarvoor niet hebben. Maar wel was ze erg blij met de voor haar onverwachte extra 62,50 real die ze nog voor het artikel kreeg. Om eens iets te proberen (de mensen zijn hier erg bijgelovig) had ik het in een speciale enveloppe gedaan met een mooie kaart erbij. Op de enveloppe had ik geschreven "investimento" en op de andere kant "prosperidade". En erbij verteld dat het geld steeds meer zou worden als ze het alléén zou gebruiken voor investering en het steeds binnen acht dagen weer aan zou vullen...
Het was een gezellige middag en ook heel leerzaam hoe zij in een sneltreinvaart allerlei dingen glimmend en schoon kreeg waar ik gewoon zelf niet verder mee kwam. Wel gebruikte ze in tien minuten meer zeep dan in twee maanden...., en ook een middel met chloor erin wat ik bij de winkel moest halen werd ruimhartig gebruikt.
Toen Jitse en Ibi terugkwamen uit het schooltje klikte het bijzonder goed met Marilaine, en met Victor die de hele dag zoet met hun speelgoed had gespeeld, en de film van Harry Potter had bekeken. Jitse wou zelfs met hen mee terug naar huis.
woensdag 24 oktober 2007
Ons nieuwe huis
De pousada aan het strand bij Ilhéus beviel zo goed, dat we dus maar besloten hebben om hier te blijven. We zitten een kilometer of drie buiten de stad.
Hier wat foto's om een indruk te geven. We zitten direct aan het strand, zie de foto met uitzicht vanaf het balkon.
Wat ook bizar is is dat ons huis een speciale zwembadingang heeft. Op de foto van de buitenkant is die ingang te zien links op de foto. Ook is daar te zien dat je vanuit het bed zo het zwembad in kunt springen.
Beide verdiepingen van het huisje zijn voor ons, en we zitten hier voor iets meer dan de helft van de huur die we in Porto Alegre betaalden.
Het is er op dit moment heel rustig; we zijn de enigen naast beheerder Margarida en haar gezin. In de zomer schijnt het een stuk drukker te zijn. Er was eerst sprake van dat we er drie weken uit moesten (naar een minder mooi stel kamers elders in dezelfde Pousada) in het hoogseizoen omdat een en ander voor die drie weken al besproken was, maar na wat telefoontjes van Margarida hoefde dat om mysterieuze redenen ineens ook
niet meer.
Cabana Paraiso Tropical
Rua C no 117 Jd Paraiso Tropical
Rodovia Ilhéus / Olivença
Ilhéus - Bahia
Hier wat foto's om een indruk te geven. We zitten direct aan het strand, zie de foto met uitzicht vanaf het balkon.
Wat ook bizar is is dat ons huis een speciale zwembadingang heeft. Op de foto van de buitenkant is die ingang te zien links op de foto. Ook is daar te zien dat je vanuit het bed zo het zwembad in kunt springen.
Beide verdiepingen van het huisje zijn voor ons, en we zitten hier voor iets meer dan de helft van de huur die we in Porto Alegre betaalden.
Het is er op dit moment heel rustig; we zijn de enigen naast beheerder Margarida en haar gezin. In de zomer schijnt het een stuk drukker te zijn. Er was eerst sprake van dat we er drie weken uit moesten (naar een minder mooi stel kamers elders in dezelfde Pousada) in het hoogseizoen omdat een en ander voor die drie weken al besproken was, maar na wat telefoontjes van Margarida hoefde dat om mysterieuze redenen ineens ook
niet meer.
Cabana Paraiso Tropical
Rua C no 117 Jd Paraiso Tropical
Rodovia Ilhéus / Olivença
Ilhéus - Bahia
dinsdag 23 oktober 2007
Thomas de Zwitser
Het idee was als volgt: doorrijden tot Salvador, en op zijn hoogst op enkele plaatsen langs de kust stoppen, omdat de doorgaande "kust"weg (BR 101) zo'n 80 kilometer uit de kust ligt. "Even" een kustplaatsje bekijken kost je dus 160 kilometer rijden. Dichter langs de kust gelegen wegen stranden namelijk altijd op een of andere manier op een riviermonding of lagune, zodat je uiteindelijk toch weer naar die BR 101 terug moet om door te kunnen.
Echter, omdat het havenstadje Ilhéus slechts 30 km van de BR 101 verwijderd was, besloten we ook dit aan te doen. Daarna wilden we door tot Cumumbu, en vervolgens de BR 101 verlaten om wel dichter langs de kust te rijden, de laatste 100 km tot Salvador. Via die route kom je uit aan de zuidkant van de mond van Baia Todos os Santos, de grootste baai van Brazilië. En aan de Noordkant van die mond ligt Salvador, (min of meer) onze eindbestemming.
De Todos os Santos baai heet zo omdat één van de eerste ontdekkingsreiziger deze baai voor het eerst invoer op Allerheiligen. Niet veel later werd de stad Salvador gesticht aan de monding, en deze stad zou ruim een eeuw de hoofdstad van Brazilië zijn. Om deze baai heen rijden zou minstens anderhalve dag kosten, maar gelukkig is er een veerdienst over de monding.
Vanaf Ilhéus zouden we ook voorzichtig alvast gaan kijken naar woonruimte, want het plan was om de laatste vijf maanden van ons verblijf in Brazilië ergens in de buurt van Salvador te gaan wonen - voor ons was dat dus ergens tussen Ilhéus (300 km ten Zuiden van Salvador) en Praia do Forte (zo'n 100 km ten Noorden).
Halverwege op de weg van Itabuna naar Ilhéus (de namen van de plaatsen hier zijn een vreemde mengeling van de oorspronkelijke indiaanse namen en afrikaanse en portugese namen) passeerden we alweer een heuse universiteit. Tientallen studenten en studentes stonden langs de weg ervoor en om een lift naar hetzij Ilhéus, hetzij Itabunda te bedelen. We passeerden drie meisjes, die giechelend hun hand uitstaken naar onze bus, maar toen ik me realiseerde dat ze aan het liften waren, was ik er alweer voorbij, en terugkeren was nogal lastig. Dus reden we maar door, want het leek ons niet moeilijk om daar een lift te krijgen. We kwamen langs redelijk tot goed onderhouden fazenda's en sobere huisjes. Aan onze rechterhand een mooie brede rivier waarin mensen aan het vissen en soms aan het zwemmen waren. Het maakte een vriendelijke indruk, en op een vreemde manier had ik het gevoel dat ik thuiskwam. In Ilhéus vonden we snel een goedkoop en redelijk vervallen, maar goed hotel (Sao Jorge), en togen vervolgens op weg naar de kathedraal op zoek naar een eetgelegenheid. Op een pleintje vlak bij de kathedraal was een lange, erg zwarte man bezig een trampoline op te zetten. Hij droeg een felrood T shirt met een wit kruis erop (zoals een zwitsers zakmes) en had een petje op met een tekst in het duits. Interessanter nog (voor Jitse) was dat er kinderen rondreden op twee electrische motorfietsjes, die deze man bleek te verhuren
Een aantal straatschoffies hielp hem met het bijhouden van de tijd, en het begeleiden van de kinderen op de fietsjes en op de trampoline, en het viel op hoe vriendelijk en rustig hij met de springers en deze kinderen omging.
Jitse en Ibrich mochten eerst samen met een hele troep kleinere kindjes op de trampoline. Een van deze kindjes, net zo groot als Ibrich sprong werkelijk de sterren van de hemel. Onvermoeibaar hipte hij op zijn korte beentjes over de trampoline, terwijl Jitse veel bijkijks trok terwijl hij als een dolle rondjes probeerde te rennen, en diverse keren bijna, of helemaal met zijn kop
tegen een pilaar ramde. Ibrich zat het aan de kant allemaal met een brede schaterlach aan te kijken, en probeerde af en toe met op handen en voeten met de kont in de lucht te gaan staan om vervolgens weer door Jitse omver gelopen te worden. Nadat de kinderen 5 minuten 'gesprongen' hadden, mocht Jitse op een motorfiets, wat hij geweldig vond. Ibrich wilde natuurlijk de trampoline niet verlaten, maar toen ze door deze grote zwarte man eraf getild werd, leek ze dit toch te accepteren, en zich zeer thuis te voelen in zijn armen, en toen ik in het portugees zei dat ze de man een kusje moest geven deed ze dat ook, tot vertedering van de omstanders. Vervolgens mocht ze bij haar grote broer achterop, maar het leek ons toch veiliger voorop, met het gevolg dat Ibi het stuur overnam en het hele plein onveilig maakte, terwijl Jitse achterop zat en er niets meer over te zeggen had! Iets van haar overgrootoma aan wie door de hulpmiddelencommissie ooit een scootmobiel geweigerd werd omdat ze een groot gevaar voor haar medeweggebruikers zou zijn heeft Ibi wel.
Daarna verwijderden we de kinderen wreed maar beslist van de motorfietsen en gingen een hapje eten bij een van de weinige eetgelegenheden die op de maandagavond open was; Vesuvius. Een restaurant met een arabische kaart, en live muziek van een gitarist. Aan een van de tafeltjes zat een stenen beeld van de beroemde braziliaanse schrijver Jorge Amado die afkomstig was uit Ilhéus, en nog tijdens zijn leven ereburger van het plaatsje geworden was. Hij is in 2002 overleden.
Na het eten, wat enigszins verstoord werd door de aanwezigheid van een tweetal agressief bedelende en onder invloed verkerende junks (waarvan een een jongen van een jaar of 14 (!)) raakten we in gesprek met Thomas, zoals de trampoline-man bleek te heten. Hij vertelde dat hij drie jaar in Zwitserland had gewoond, maar uiteindelijk toch weer was teruggekeerd naar zijn wortels in Ilhéus. Het bleek een zeer aardige en intelligente man en op de een of andere manier klikte het meteen. Hij bood spontaan aan ons de volgende dag met zijn auto langs twee appartementen van vrienden van hem te rijden. Mogelijk hadden zij iets geschikts voor ons als we zouden besluiten Ilhéus als woonplaats te verkiezen. We spraken af de volgende ochtend om 9 uur op het pleintje, en wisselden telefoonnummers uit.
De volgende ochtend bevonden we ons om 9 uur op het pleintje, maar we vroegen voor de zekerheid de tijd toch nog maar even na. Mijn telefoon had zich namelijk de dag ervoor automatisch omgezet naar zomertijd. V
olgens twee vriendelijke politieagenten was het inderdaad overal in Brazilie nu zomertijd, behalve in Bahia, waar ze er niet aan meededen! Het was dus nog acht uur. Aangezien het centrum van Ilhéus aan het strand ligt, besloten we dus nog een uurtje naar het strand te gaan. Daar vermaakten de kinderen zich opperbest in een diepe poel met warm water.
Rond 9 uur toog ik weer naar het pleintje, en zat daar een tijdje de mensen te observeren. Het viel me op dat een flink aantal mensen een of andere kwaal had. Een spastische jongen, een gezin met een meisje met een halfzijdige aangezichtsverlamming. Er bleek een medische kliniek op een halve straat afstand. Ook was er een jonge man met een lelijk ontstoken hand, die om geld voor medicatie bedelde, en daarmee ook succes had bij een goedhartige dame. Zelf had ik hem niets gegeven, omdat de enige manier om hem te helpen zou zijn om met hem naar de apotheek te gaan en hem daar ter plekke antibiotica te laten inslikken, en dit vijf dagen achtereen te herhalen. Bovendien was hij op een junkerige manier zeer persistent, wat mij deed afvragen of hij de wond niet zelf gemaakt had om daarmee gemakkelijker geld los te krijgen. (Later kreeg ik dit bevestigd door een van de helpertjes van Thomas; de jongen maakt deze wond zelf, en infecteert hem keer op keer om geld te verzamelen voor drugs).
Iets over negenen verscheen Thomas met bijna zwitserse precisie. Hij nam ons mee naar een klein appartementje in het centrum. De mensen die het runden, een zwitser en zijn braziliaanse vrouw, waren erg vriendelijk, de prijs was goed, en ook de overige bewoners van het complex leken aardig en betrouwbaar. Maar vervolgens nam hij ons mee naar een pousada (soort hotel) aan zee, enige km van het centrum. Dit hotel behoorde toe aan de moeder van Thomas ex vriendin uit Zwitserland.
Het plan was echter om nog verder te gaan kijken tot even voorbij Salvador. Dus te
gen het middaguur zaten we weer in onze bus verder op weg naar het Noorden, maar na een kilometer of 10 stopten we de bus, hebben we alles eens goed op een rijtje gezet, en maakten we rechtsomkeert.
De reis was over. We zijn thuis in Ilheus...
Adres volgt.
Echter, omdat het havenstadje Ilhéus slechts 30 km van de BR 101 verwijderd was, besloten we ook dit aan te doen. Daarna wilden we door tot Cumumbu, en vervolgens de BR 101 verlaten om wel dichter langs de kust te rijden, de laatste 100 km tot Salvador. Via die route kom je uit aan de zuidkant van de mond van Baia Todos os Santos, de grootste baai van Brazilië. En aan de Noordkant van die mond ligt Salvador, (min of meer) onze eindbestemming.
De Todos os Santos baai heet zo omdat één van de eerste ontdekkingsreiziger deze baai voor het eerst invoer op Allerheiligen. Niet veel later werd de stad Salvador gesticht aan de monding, en deze stad zou ruim een eeuw de hoofdstad van Brazilië zijn. Om deze baai heen rijden zou minstens anderhalve dag kosten, maar gelukkig is er een veerdienst over de monding.
Vanaf Ilhéus zouden we ook voorzichtig alvast gaan kijken naar woonruimte, want het plan was om de laatste vijf maanden van ons verblijf in Brazilië ergens in de buurt van Salvador te gaan wonen - voor ons was dat dus ergens tussen Ilhéus (300 km ten Zuiden van Salvador) en Praia do Forte (zo'n 100 km ten Noorden).
Halverwege op de weg van Itabuna naar Ilhéus (de namen van de plaatsen hier zijn een vreemde mengeling van de oorspronkelijke indiaanse namen en afrikaanse en portugese namen) passeerden we alweer een heuse universiteit. Tientallen studenten en studentes stonden langs de weg ervoor en om een lift naar hetzij Ilhéus, hetzij Itabunda te bedelen. We passeerden drie meisjes, die giechelend hun hand uitstaken naar onze bus, maar toen ik me realiseerde dat ze aan het liften waren, was ik er alweer voorbij, en terugkeren was nogal lastig. Dus reden we maar door, want het leek ons niet moeilijk om daar een lift te krijgen. We kwamen langs redelijk tot goed onderhouden fazenda's en sobere huisjes. Aan onze rechterhand een mooie brede rivier waarin mensen aan het vissen en soms aan het zwemmen waren. Het maakte een vriendelijke indruk, en op een vreemde manier had ik het gevoel dat ik thuiskwam. In Ilhéus vonden we snel een goedkoop en redelijk vervallen, maar goed hotel (Sao Jorge), en togen vervolgens op weg naar de kathedraal op zoek naar een eetgelegenheid. Op een pleintje vlak bij de kathedraal was een lange, erg zwarte man bezig een trampoline op te zetten. Hij droeg een felrood T shirt met een wit kruis erop (zoals een zwitsers zakmes) en had een petje op met een tekst in het duits. Interessanter nog (voor Jitse) was dat er kinderen rondreden op twee electrische motorfietsjes, die deze man bleek te verhuren
Een aantal straatschoffies hielp hem met het bijhouden van de tijd, en het begeleiden van de kinderen op de fietsjes en op de trampoline, en het viel op hoe vriendelijk en rustig hij met de springers en deze kinderen omging.
Jitse en Ibrich mochten eerst samen met een hele troep kleinere kindjes op de trampoline. Een van deze kindjes, net zo groot als Ibrich sprong werkelijk de sterren van de hemel. Onvermoeibaar hipte hij op zijn korte beentjes over de trampoline, terwijl Jitse veel bijkijks trok terwijl hij als een dolle rondjes probeerde te rennen, en diverse keren bijna, of helemaal met zijn kop
tegen een pilaar ramde. Ibrich zat het aan de kant allemaal met een brede schaterlach aan te kijken, en probeerde af en toe met op handen en voeten met de kont in de lucht te gaan staan om vervolgens weer door Jitse omver gelopen te worden. Nadat de kinderen 5 minuten 'gesprongen' hadden, mocht Jitse op een motorfiets, wat hij geweldig vond. Ibrich wilde natuurlijk de trampoline niet verlaten, maar toen ze door deze grote zwarte man eraf getild werd, leek ze dit toch te accepteren, en zich zeer thuis te voelen in zijn armen, en toen ik in het portugees zei dat ze de man een kusje moest geven deed ze dat ook, tot vertedering van de omstanders. Vervolgens mocht ze bij haar grote broer achterop, maar het leek ons toch veiliger voorop, met het gevolg dat Ibi het stuur overnam en het hele plein onveilig maakte, terwijl Jitse achterop zat en er niets meer over te zeggen had! Iets van haar overgrootoma aan wie door de hulpmiddelencommissie ooit een scootmobiel geweigerd werd omdat ze een groot gevaar voor haar medeweggebruikers zou zijn heeft Ibi wel.Daarna verwijderden we de kinderen wreed maar beslist van de motorfietsen en gingen een hapje eten bij een van de weinige eetgelegenheden die op de maandagavond open was; Vesuvius. Een restaurant met een arabische kaart, en live muziek van een gitarist. Aan een van de tafeltjes zat een stenen beeld van de beroemde braziliaanse schrijver Jorge Amado die afkomstig was uit Ilhéus, en nog tijdens zijn leven ereburger van het plaatsje geworden was. Hij is in 2002 overleden.
Na het eten, wat enigszins verstoord werd door de aanwezigheid van een tweetal agressief bedelende en onder invloed verkerende junks (waarvan een een jongen van een jaar of 14 (!)) raakten we in gesprek met Thomas, zoals de trampoline-man bleek te heten. Hij vertelde dat hij drie jaar in Zwitserland had gewoond, maar uiteindelijk toch weer was teruggekeerd naar zijn wortels in Ilhéus. Het bleek een zeer aardige en intelligente man en op de een of andere manier klikte het meteen. Hij bood spontaan aan ons de volgende dag met zijn auto langs twee appartementen van vrienden van hem te rijden. Mogelijk hadden zij iets geschikts voor ons als we zouden besluiten Ilhéus als woonplaats te verkiezen. We spraken af de volgende ochtend om 9 uur op het pleintje, en wisselden telefoonnummers uit.
De volgende ochtend bevonden we ons om 9 uur op het pleintje, maar we vroegen voor de zekerheid de tijd toch nog maar even na. Mijn telefoon had zich namelijk de dag ervoor automatisch omgezet naar zomertijd. V
Rond 9 uur toog ik weer naar het pleintje, en zat daar een tijdje de mensen te observeren. Het viel me op dat een flink aantal mensen een of andere kwaal had. Een spastische jongen, een gezin met een meisje met een halfzijdige aangezichtsverlamming. Er bleek een medische kliniek op een halve straat afstand. Ook was er een jonge man met een lelijk ontstoken hand, die om geld voor medicatie bedelde, en daarmee ook succes had bij een goedhartige dame. Zelf had ik hem niets gegeven, omdat de enige manier om hem te helpen zou zijn om met hem naar de apotheek te gaan en hem daar ter plekke antibiotica te laten inslikken, en dit vijf dagen achtereen te herhalen. Bovendien was hij op een junkerige manier zeer persistent, wat mij deed afvragen of hij de wond niet zelf gemaakt had om daarmee gemakkelijker geld los te krijgen. (Later kreeg ik dit bevestigd door een van de helpertjes van Thomas; de jongen maakt deze wond zelf, en infecteert hem keer op keer om geld te verzamelen voor drugs).
Iets over negenen verscheen Thomas met bijna zwitserse precisie. Hij nam ons mee naar een klein appartementje in het centrum. De mensen die het runden, een zwitser en zijn braziliaanse vrouw, waren erg vriendelijk, de prijs was goed, en ook de overige bewoners van het complex leken aardig en betrouwbaar. Maar vervolgens nam hij ons mee naar een pousada (soort hotel) aan zee, enige km van het centrum. Dit hotel behoorde toe aan de moeder van Thomas ex vriendin uit Zwitserland.
Het plan was echter om nog verder te gaan kijken tot even voorbij Salvador. Dus te
gen het middaguur zaten we weer in onze bus verder op weg naar het Noorden, maar na een kilometer of 10 stopten we de bus, hebben we alles eens goed op een rijtje gezet, en maakten we rechtsomkeert.
De reis was over. We zijn thuis in Ilheus...
Adres volgt.
maandag 22 oktober 2007
Tranquilo
We zijn in een klein maar uiterst toeristisch stadje aan de kust beland, genaamd Trancoso. Het ligt een kilometer of 30 onder Porto Seguro, en dat laatste is een oord waar drommen Nederlandse toeristen rechtstreeks hun vlucht naar boeken.
Dat het heel toeristisch is, merken we hier enerzijds niet veel van, omdat het nu laagseizoen is. Hoogseizoen is hier in de zomer, dus de maanden december en januari, waarin echt álles volgeboekt schijnt te zijn. Trancoso wordt dan overspoeld door zo'n 250 nederlanders per week...Anderzijds merk je natuurlijk wel dat het heel toeristisch is, als er meer Pousada's dan auto's in een plaats zijn, en als elk derde huis een winkeltje is met artesenaria, een restaurant, of een atelier.
Er werden hele mooie meubels, kleding en artistieke dingen verkocht, maar de prijzen waren er ook naar. 15 euro voor een uit gras geweven tasje...
Desalniettemin is Trancoso een erg grappig plaatsje, omdat het enerzijds heel rijk is (bedelaars zijn er niet, althans, niet bedelaars uit armoede - bedelaars uit drankzucht zijn er wel), en omdat anderzijds volgens typisch Braziliaanse gewoonte die rijkdom zich absoluut niet vertaalt in fatsoenlijk onderhoud van bij voorbeeld wegen - het merendeel van de wegen is er gewoon onverhard, en de kuilen in de verharde wegen zijn soms zo verradelijk diep dat je er maar beter goed tussendoor kunt slalommen, omdat anders je auto het waarschijnlijk niet overleeft.
Dit heeft er echter waarschijnlijk ook toe geleid dat het hoogtepunt van het dorp - de quadrado - geheel onverhard en autovrij is. De quadrado is een langgerekt veld aan het eind van het dorp, met daaromheen pousada's, hotels, winkels, restaurants en ateliers. Het is ook breed - in het midden is een voetbalveld ingericht - hetgeen het heel wijds maakt, en aan het eind is een eenvoudig wit kerkje met een schitterend uitzicht over het een stuk lager gelegen strand.
In Trancoso verbleven we in de Posada do Mineiro, een vriendelijke man uit Minais Gerais die 10 jaar geleden zijn drukke leven als mede-eigenaar van een familiebar heeft omgeruild voor het rustigere leven in Trancoso. Hoewel rustig. 4 maanden per jaar was het natuurlijk loeihard werken, en om de hele pousada en tuin zelf op te bouwen was natuurlijk ook wel flink aanzwoegen geweest. Maar nu zag het er dan ook heel mooi uit. Een fijne tuin, met schaduwbrengende planten, een aantal huisjes met elk een hangmat ervoor, en her en der leuke artistieke details. Het stopwoordje van Mineiro was tranquilo (net als van meerdere Bahianen, maar ook in de pizzeria die ons door hem werd aangeraden werkte de staf zich in het zweet. Ik heb nog nooit een ober zo hard heen en weer zien rennen met dampende pizza's, sapjes en flesjes bier!
Op het mooie zandstrand van Trancoso, waar je via een lange houten plankier over de rio Verde naartoe wandelt vermaakten de kinderen zich uitstekend. Het was bijzonder te zien hoe Ibrich totaal geen angst had voor de golven. Keer op keer spoedde zij zich (met haar zwemvlindertjes om) in de golven, om zich schaterend omver te laten werpen. Dat ze af en toe een flinke slok zout water binnenkreeg nam ze voor lief. Jitse vermaakte zich ondertussen met het graven van steeds hoger gelegen kuilen waar de zee al snel bezit van nam, en later kwam er nog een meisje met hen spelen, dat net zo groot was als Ibrich, maar toch al drie jaar bleek te zijn.
Langs het strand wandelden verscheide verkopers van ijsjes, cocoskoeken, en ook was er een wagen getrokken door een wit paard, gevuld met verse ananas. Onder de staart van het paard was een prullenmand gebonden, om eventuele ongerechtigheden die het liet vallen meteen op te vangen. Jitse kreeg de smaak van het dingen kopen helemaal te pakken, en rende op een gegeven moment wel 200 meter achter een snel doorstappende vrouw met kokoskoeken op haar hoofd aan, om er eentje te gaan kopen....
adres Posada do Mineiro
Rua da Cuba 649
Trancoso
+55 (73) 36681737
www.pousadadomineiro.com

Dat het heel toeristisch is, merken we hier enerzijds niet veel van, omdat het nu laagseizoen is. Hoogseizoen is hier in de zomer, dus de maanden december en januari, waarin echt álles volgeboekt schijnt te zijn. Trancoso wordt dan overspoeld door zo'n 250 nederlanders per week...Anderzijds merk je natuurlijk wel dat het heel toeristisch is, als er meer Pousada's dan auto's in een plaats zijn, en als elk derde huis een winkeltje is met artesenaria, een restaurant, of een atelier.
Er werden hele mooie meubels, kleding en artistieke dingen verkocht, maar de prijzen waren er ook naar. 15 euro voor een uit gras geweven tasje...
Desalniettemin is Trancoso een erg grappig plaatsje, omdat het enerzijds heel rijk is (bedelaars zijn er niet, althans, niet bedelaars uit armoede - bedelaars uit drankzucht zijn er wel), en omdat anderzijds volgens typisch Braziliaanse gewoonte die rijkdom zich absoluut niet vertaalt in fatsoenlijk onderhoud van bij voorbeeld wegen - het merendeel van de wegen is er gewoon onverhard, en de kuilen in de verharde wegen zijn soms zo verradelijk diep dat je er maar beter goed tussendoor kunt slalommen, omdat anders je auto het waarschijnlijk niet overleeft.
Dit heeft er echter waarschijnlijk ook toe geleid dat het hoogtepunt van het dorp - de quadrado - geheel onverhard en autovrij is. De quadrado is een langgerekt veld aan het eind van het dorp, met daaromheen pousada's, hotels, winkels, restaurants en ateliers. Het is ook breed - in het midden is een voetbalveld ingericht - hetgeen het heel wijds maakt, en aan het eind is een eenvoudig wit kerkje met een schitterend uitzicht over het een stuk lager gelegen strand.

In Trancoso verbleven we in de Posada do Mineiro, een vriendelijke man uit Minais Gerais die 10 jaar geleden zijn drukke leven als mede-eigenaar van een familiebar heeft omgeruild voor het rustigere leven in Trancoso. Hoewel rustig. 4 maanden per jaar was het natuurlijk loeihard werken, en om de hele pousada en tuin zelf op te bouwen was natuurlijk ook wel flink aanzwoegen geweest. Maar nu zag het er dan ook heel mooi uit. Een fijne tuin, met schaduwbrengende planten, een aantal huisjes met elk een hangmat ervoor, en her en der leuke artistieke details. Het stopwoordje van Mineiro was tranquilo (net als van meerdere Bahianen, maar ook in de pizzeria die ons door hem werd aangeraden werkte de staf zich in het zweet. Ik heb nog nooit een ober zo hard heen en weer zien rennen met dampende pizza's, sapjes en flesjes bier!
Op het mooie zandstrand van Trancoso, waar je via een lange houten plankier over de rio Verde naartoe wandelt vermaakten de kinderen zich uitstekend. Het was bijzonder te zien hoe Ibrich totaal geen angst had voor de golven. Keer op keer spoedde zij zich (met haar zwemvlindertjes om) in de golven, om zich schaterend omver te laten werpen. Dat ze af en toe een flinke slok zout water binnenkreeg nam ze voor lief. Jitse vermaakte zich ondertussen met het graven van steeds hoger gelegen kuilen waar de zee al snel bezit van nam, en later kwam er nog een meisje met hen spelen, dat net zo groot was als Ibrich, maar toch al drie jaar bleek te zijn.

Langs het strand wandelden verscheide verkopers van ijsjes, cocoskoeken, en ook was er een wagen getrokken door een wit paard, gevuld met verse ananas. Onder de staart van het paard was een prullenmand gebonden, om eventuele ongerechtigheden die het liet vallen meteen op te vangen. Jitse kreeg de smaak van het dingen kopen helemaal te pakken, en rende op een gegeven moment wel 200 meter achter een snel doorstappende vrouw met kokoskoeken op haar hoofd aan, om er eentje te gaan kopen....
adres Posada do MineiroRua da Cuba 649
Trancoso
+55 (73) 36681737
www.pousadadomineiro.com
De gloriedagen van de generaal herleven
Trancoso, 22 okt
Gisteren 25 goede daden verricht, vanochtend bij het opstaan al 14. De goede daden in kwestie zijn "muggen doodslaan". Het stikt er hier van, en dat zal voor ons het komende half jaar alleen maar erger worden. Het is nog niet zo erg als op Curaçao, waar ik als een ware verzetsheld soms ochtenden van 175 dodelijke slachtoffers aan vijandelijke kant haalde. Maar daar had ik dan ook de beschikking over geavanceerde wapens, zoals het electronische anti-muggen-tennisracket en de bloemenspuit met zeepsop (zeer effectief - de vleugeltjes plakken aan elkaar en ze storten neer; maar dan nog wel doodtrappen, anders vliegen ze na een half uur weer rond. Enige nadeel van deze methode was wel dat de vloer soms een glijbaan werd van al dat zeepsop.).
Dat is de ellende van tropische gebieden, alhoewel het een schrale troost is dat het allemaal nog veel erger kan, juist in niet-tropische gebieden. Het schijnt dat de belangrijkste doodsoorzaak voor rendieren "bloedverlies door muggen" is. Een hel moet dat zijn voor die dieren, en zo'n dood lijkt me een ware marteldood.
Gisteren 25 goede daden verricht, vanochtend bij het opstaan al 14. De goede daden in kwestie zijn "muggen doodslaan". Het stikt er hier van, en dat zal voor ons het komende half jaar alleen maar erger worden. Het is nog niet zo erg als op Curaçao, waar ik als een ware verzetsheld soms ochtenden van 175 dodelijke slachtoffers aan vijandelijke kant haalde. Maar daar had ik dan ook de beschikking over geavanceerde wapens, zoals het electronische anti-muggen-tennisracket en de bloemenspuit met zeepsop (zeer effectief - de vleugeltjes plakken aan elkaar en ze storten neer; maar dan nog wel doodtrappen, anders vliegen ze na een half uur weer rond. Enige nadeel van deze methode was wel dat de vloer soms een glijbaan werd van al dat zeepsop.).
Dat is de ellende van tropische gebieden, alhoewel het een schrale troost is dat het allemaal nog veel erger kan, juist in niet-tropische gebieden. Het schijnt dat de belangrijkste doodsoorzaak voor rendieren "bloedverlies door muggen" is. Een hel moet dat zijn voor die dieren, en zo'n dood lijkt me een ware marteldood.
zondag 21 oktober 2007
Bahia!
Al zijn we dan nog niet in Salvador, we hebben in iedergeval de deelstaat Bahia bereikt. Onze kilometerteller staat nu op 56900. Toen we de dag voor vertrek de olie van de bus lieten verversen in Porto Alegre, schreef de vriendelijke pompbediende een kaartje uit met de km stand (51888). We moesten niet vergeten na 5000 km de olie te verversen.
Bij het passeren van de grens van Minais Gerais met Bahia veranderde de mooie asfaltweg letterlijk op de afscheiding in een kuilige weg waar in het asfalt grote gaten zaten. Omdat het zand eronder felrood was, leken het wel grote schaafwonden.
Eventjes kregen we het benauwd, en dachten we dat het zo nog wel eens heel lang kon duren voor we de kust zouden bereiken, maar al snel werd de weg weer zo goed dat er hele stukken 80 of 90 km per uur kon worden gereden. Door ons althans, want de overige weggebruikers, inclusief vrachtwagens meenden op de bochtige weg toch minstens 130 km per uur te moeten kunnen halen. Alhoewel de weg een stuk opknapte, was het gedrag van andere automobilisten reden voor menige adrenalinestoot.
Het heuvelachtige landschap kreeg op een gegeven moment een bizar aanzicht doordat er plotseling enorme steile stenen bergen in oprezen. Zó steil dat er bijna niets op de hellingen groeit. Als ik ze zou moeten beschrijven zou ik ze vergelijken met grote stenen zwarte puddingen, zó uit de vorm.
De overige natuur was behoorlijk groen en weelderig. Veel bananen, palmen, bamboe en hoog gras. In verhouding met Minais Gerais zagen we weinig brandjes, en we passeerden veel rivieren.
Maar de bevolking is schrikbarend arm, behalve misschien op de grote Fazenda's die we ook passeerden. Ook passeerden we een aantal kampamenten van de MST (organisatie van landlozen, die af en toe een stuk land kraken van een grootgrondbezitter, en daar dan hun groente op gaan verbouwen. Tot de grootgrondbezitter met z'n privélegertje komt). De rode vlag fier wapperend aan een lange bamboestok. Maar hoe deze mensen, behalve aan voedsel aan water komen... Ook individueel hadden velen langs de weg hun hutje gebouwd van bamboe en leem; waarschijnlijk was de berm van de snelweg overal van de overheid. Bij heel veel van die hutjes stond een bordje : precisamos de alimentos. Ajudanos! (wij hebben voedsel nodig, help ons! En dan was er in de berm een afdakje gebouwd waar je iets achter kon laten. De auto's raasden er allemaal met grote snelheid voorbij. We zagen niemand stoppen en ook zelf stopten we niet, want op het benzinestation waar we dachten wel iets te kunnen krijgen om tenminste een van deze families mee te verblijden verkochten ze alleen ijsjes en blikjes coca cola.
Eventjes kregen we het benauwd, en dachten we dat het zo nog wel eens heel lang kon duren voor we de kust zouden bereiken, maar al snel werd de weg weer zo goed dat er hele stukken 80 of 90 km per uur kon worden gereden. Door ons althans, want de overige weggebruikers, inclusief vrachtwagens meenden op de bochtige weg toch minstens 130 km per uur te moeten kunnen halen. Alhoewel de weg een stuk opknapte, was het gedrag van andere automobilisten reden voor menige adrenalinestoot.
Het heuvelachtige landschap kreeg op een gegeven moment een bizar aanzicht doordat er plotseling enorme steile stenen bergen in oprezen. Zó steil dat er bijna niets op de hellingen groeit. Als ik ze zou moeten beschrijven zou ik ze vergelijken met grote stenen zwarte puddingen, zó uit de vorm.
De overige natuur was behoorlijk groen en weelderig. Veel bananen, palmen, bamboe en hoog gras. In verhouding met Minais Gerais zagen we weinig brandjes, en we passeerden veel rivieren.
Maar de bevolking is schrikbarend arm, behalve misschien op de grote Fazenda's die we ook passeerden. Ook passeerden we een aantal kampamenten van de MST (organisatie van landlozen, die af en toe een stuk land kraken van een grootgrondbezitter, en daar dan hun groente op gaan verbouwen. Tot de grootgrondbezitter met z'n privélegertje komt). De rode vlag fier wapperend aan een lange bamboestok. Maar hoe deze mensen, behalve aan voedsel aan water komen... Ook individueel hadden velen langs de weg hun hutje gebouwd van bamboe en leem; waarschijnlijk was de berm van de snelweg overal van de overheid. Bij heel veel van die hutjes stond een bordje : precisamos de alimentos. Ajudanos! (wij hebben voedsel nodig, help ons! En dan was er in de berm een afdakje gebouwd waar je iets achter kon laten. De auto's raasden er allemaal met grote snelheid voorbij. We zagen niemand stoppen en ook zelf stopten we niet, want op het benzinestation waar we dachten wel iets te kunnen krijgen om tenminste een van deze families mee te verblijden verkochten ze alleen ijsjes en blikjes coca cola.
Abonneren op:
Posts (Atom)

