zondag 29 mei 2011

Rapporten

De kindjes hebben van school een rapport meegekregen.

Sinds kort is er hier in Nieuw Zeeland een nationale standaard ingevoerd die precies beschrijft wat kinderen in welk schooljaar zouden moeten kunnen. Dit rapport laat zien hoe de kinderen het doen volgens deze normen.

Over het algemeen doen ze mee op het niveau van de kinderen hier. Zie de scans.



vrijdag 27 mei 2011

klautervakantie

De paasvakantiefoto's zijn verwerkt, en dat zal iedereen weten ook. Hier nog maar even een trits met klauterfoto's. Want het was weer veel lekker geklauter, vooral in Waitomo.













maandag 23 mei 2011

Van en naar Waitomo

In de paasvakantie zijn we, zoals al eerder gemeld, een aantal dagen naar Waitomo geweest. Hier nog wat nagekomen foto's van wat we onderweg daar naartoe en daar vandaan tegen kwamen.

Het geeft een goed beeld van het Nieuw Zeelandse landschap.


Tamme kastanjes zoeken onderweg. In Nederland deden we dat altijd eind oktober, en hier dus begin mei.












Een dikke veldkrekel. Kwamen we tegen bij een noodstop toen Ibrich weer eens niet tegen de bochten kon. Is die wagenziekte toch nog ergens goed voor.






Het staat hier vol met pampasgras. Ik meen dat het ook nog eens origineel hier thuis hoort, en niet (zoals de helft van de plantengroei) geimporteerd is.



Mooi tegenlicht op het pampasgras.

zaterdag 21 mei 2011

Pleefiguur

Ondanks het feit dat ik in deze kolommen Nederland met enige regelmaat wegzet als een verzuurd land met een te hoog gehalte aan semi-fascistoide zanikerds, is er een ding waarin Nederland internationaal gezien in uitblinkt: de WC.

Dat zit zo.

Ooit schreef Roberto (van Roelie) een betoog aan zijn familie in El Salvador over de wonderen van de Nederlandse WC. Wat hem vooral verbaasde is het feit dat de Nederlander er kennelijk een groot genoegen in schept om zijn hoopje achteraf nog eens goed te bewonderen alvorens het op vernietigende wijze het riool in te spoelen. Nederlandse WC's hebben namelijk een platformpje waarop de drol terecht komt, en dat is, zo heb ik zelf ervaren, uniek in de wereld. Franse, Spaanse, Oostenrijkse, Griekse, Braziliaanse, Amerikaanse, Mexicaanse, Poolse of Roemeense WC's, allen ontberen zij zo'n praktisch plateautje.

Misschien ligt het verschil in de volksaard van Nederlanders: gewoon met een botte kop zeggen waar het op staat, zonder de onsmakelijke waarheid ook maar iets mooier te maken dan die is. Zo van "stront is stront, nou en?". Met name in latino-landen - en ook op bij voorbeeld Curacao - heeft men nogal eens de neiging om de uiterlijke facade belangrijker te vinden dan de grauwe onapeteitelijke waarheid.

Maar Roberto geeft met z'n betoog aan dat hij destijds niet veel van de kwestie begreep - misschien is dat nu anders? Want deze Nederlander is een ruim voorstander van de Nederlandse WC's, maar niet omdat je dan zo mooi achteraf je drol kunt bestuderen.

Want het ontbreken van dat plateau heeft een zeer irritant gevolg. De drol komt dan namelijk met een grote plons in het water terecht na lancering. Het gevolg vind ik persoonlijk zeer onsmakelijk: het gore pleewater, vaak vermengd met pis, spat vervolgens omhoog met als gevolg een kletsnatte kont en met een beetje pech zelfs broek! Het is me in al die tijd in het buitenland zelden of nooit gelukt om spatvrij te schijten, en dat vind ik meer dan walgelijk!
Ik heb het geprobeerd hangend van grote hoogte. Maar de drol valt dan van hoger, zodat de plons ook veel groter is, zodat het nog meer in het rond spat. Ik heb geprobeerd een dempend platformpje van pleepapier neer te leggen. Hielp ook niks, en kost veel papier. Tegen de wanden aanschijten helpt ook nauwelijks, en je WC wordt wel heel vies.

Maar eureka, laatst heb ik het gevonden, de ultieme methodiek om drolspatwater te voorkomen. En dat is: op het moment vlak voordat de drol het water dreigt te gaan raken voorzichtig de spoelknop indrukken. Het vergt enige coordinatie, maar het levert beduidend minder spatwater op. Mits natuurlijk met beleid ingedrukt. Voordeel is dat de WC's hier in Nieuw Zeeland standaard uitgerust zijn met een spoelknop voor plasjes, en die voldoet daar prima voor.

Maar het blijft een gedoe. Kortom, ik snak zo langzamerhand weer eens naar een Nederlandse WC. Maar verder mis ik niet veel van Nederland.


En wat wil nou het bizarre toeval? In het nieuwe huis dat op ons staat te wachten in Nederland staat verdorie precies zo'n buitenlandse spatplee.

Dat ding is dus het eerste wat er uit gesloopt gaat worden als we ons huis bij terugkomst weer betrekken.

woensdag 18 mei 2011

De boomhut in plaatjes

Laatst vertelde ik al over de boomhut; omdat we allen geveld werden door een heftige verkoudheid (het is hier herfst) was ik er niet aan toegekomen de plaatjes toe te voegen. Bij deze.


Ibrich op de touwladder in de boom. Precies waar ze zit zal het platform van de boomhut komen. De dwarse balk in de linkerbovenhoek van de foto is de eerste (en enige) steunbalk die hier al op z'n plek zit.
We kregen de touwladder de boom in door een schoen aan een touwtje te binden, en die dan over die hoge tak te mikken. Vervolgens is het een kwestie van aanbinden, ophijsen en vastzetten.



De zelfgeknoopte touwladder. Absurd simpel om te maken, bleek tot m'n verrassing. Met behulp van de touwladder konden we de grote steunbalken de boom in hijsen.



Een rose princesje in een heel pril stadium van de boomhut. De vier steunbalken aan de zijkanten liggen er, en er ligt een raster van dwarsbalkjes waar later de vloer over komt te liggen.



Aan het werk in de boomhut. De eerste planken van de vloer worden vastgespijkerd.



Zicht vanuit het keukenraam. Rinke en Ibrich werken aan de vloer van de boomhut.



"Square lashing", ofte wel "kruissjorring". Deze sjorring is het meest gebruikt om de stammen drijfhout tegen de boomstam te bevestigen. Aan het hele frame van de hut is geen spijker te pas gekomen.



Diagonaalsjorring, toe te passen als de balken in een scheve hoek met elkaar staan.



Naast de sjorringen rusten de hoofdbalken ook een aantal keren op een vorkvertakking van de boom. Hier op deze hoek was dat niet mogelijk, omdat de zijtak zo'n veertig centimeter te hoog zit (is zo lastig als je de steunbalk daar toch op zou leggen, schuif je steeds van de scheeflopende vloer af). Daarom heb ik op een cruciaal hoekpunt ook nog een hangconstructie met een touw bedacht waar de balk in hangt.



We hebben veel aangespoelde slippers verzameld. Die drijfhoutbalkjes zijn natuurlijk niet prachtig gelijk als je daar planken dwars over wilt bevestigen. Her en der zitten er stukken slipperzool tussen om de steunpunten op gelijke hoogte te brengen. En dat zorgt ook nog eens voor mooie vering!



En de vloer is af! Hier aanzicht vanaf de voet van de boom.



Ons huisje vanuit de boomhut gezien.



Hier gaat het natuurlijk om. Jitse met vriendjes Emma en Jack in de boomhut.



En nu moet de boomhut misschien nog verder af. Komen we nog toe aan een dak, of wandjes? Wie suggesties heeft mag ze hier melden.

dinsdag 17 mei 2011

Op eenzame hoogte in de regen

Het is zover, sinds dit weekeinde. De vloer van de boomhut is klaar.

In een grote wijdvertakte boom in onze tuin, op vier tot vijf meter boven de grond, bevindt zich het plateau. De boomhut bestaat vooralsnog alleen uit een vloer; wanden zijn er nog niet, en komen er misschien ook wel helemaal niet. Een dak zou toch wel handig zijn, maar ook dat is nog duister hoe dat vorm moet krijgen.

Meteen toen we hier kwamen wonen is het project "boomhut" opgepikt. En de kindjes hebben er flink aan meegeholpen, dat moet gezegd.

Allereerst werd menig strand door ons afgeschuimd op drijfhout. Nou is dat hier overvloedig aanwezig op de stranden, maar zo makkelijk was dat toch niet. Het moest namelijk voldoen aan de volgende eisen:

  • stevige balken. Menig boomstam heb ik met veel vertoon van macht op andere boomstammen in puin geslagen. Gelukkig waren er op de meeste stranden geen anderen, maar anders zou men zich vast vertwijfeld afgevraagd hebben wat daar nou voor agressieve onverlaat z'n frustraties kwijt moest. Maar een paar zwaaiende klappen op een andere stam is een goede lakmoesproef voor de stevigheid van de gevonden balk. Verrassend veel balken die er erg stevig uitzagen doorstonden deze test niet.
  • lang genoeg. De vloer van de boomhut is zo'n twee en een halve meter in het vierkant, en dan moet er voor de steun en stevigheid natuurlijk wat overlengte zijn.
  • mooi recht. Omdat al het drijfhout hier enkel en alleen bestaat uit in zee gevallen bomen (waarschijnlijk voor een flink deel afkomstig uit gebieden als de Marlborough sounds) was dit misschien wel de moeilijkste eis.
  • zonder al te veel uitsteeksels of bobbels.
  • licht van gewicht. We vonden de prachtigste stammen van boomvarens. Mooi lang, keurig recht, geen uitsteeksels, maar helaas lood en loodzwaar.

Dus je gaat naar het strand en je neemt mee.... een flinke zaag, en twee kinderen om het hout te dragen...

Daarnaast hadden we flink wat touw nodig. We wilden de boom niet vernielen, dus er zit geen spijker in de boom; alle dragende balken zitten puur en alleen met touwen vast.

Maar het allereerste wat nodig was, was iets om zo hoog in die boom te kunnen komen, want het is niet een heel makkelijke klimboom. Dus kocht ik een stevig stuk touw, zaagde ik wat drijfhoutstammetjes in korte stukken, en sneupte heel wat padvinderswebpagina's af. En al snel hadden we een prachtige touwladder van meer dan vier meter lengte. Met wat kunst en vliegwerk werd er dan een dun touwtje met een schoen er aan over een hoge tak gemikt, en daarmee werd de touwladder dan omhoog gehesen.

Vervolgens moesten de vier grote steunbalken die het buitenste frame zouden vormen omhoog geheusen worden. Stuk touw aan de ene zijde van de balk vast, stuk touw aan de andere zijde van de balk vast. Dan deze touwen weer met behulp van een schoen over een hoge tak zien te mikken, zodat ze omhoog gehesen konden worden. Ingeborg hees aan het ene eind; Jitse aan het andere, en Rinke deed balancerend op touwladder de begeleiding van de balk naar de goede plek. Met mooie padvindersknopen werd de balk dan op z'n plek gebonden.

Nadat het frame klaar was werden er dwarsbalkjes over het frame gelegd. Ook deze werden enkel en alleen met touwen vastgebonden.
Tenslotte werd van gevonden oude planken uit onze tuin en de tuin van de buurman een bodem over deze dwarsbalken gespijkerd. De vloerplanken zitten dus wel met spijkers vast, maar alleen in het frame zelf en niet in de boom.

En de constructie werkt uitstekend. Het weer hier is zo'n drie weken geleden omgeslagen, en sindsdien is het vijf dagen in de week halve storm en hoosbuien. En enkele hele stormen heeft de boomhut ook makkelijk overleeft.
Een keer was ik er bezig vloerplanken vast te spijkeren samen met Ibrich. Zij geeft spijkers en schoenzolen aan, en ik hamer de boel vast. Het ging in korte tijd een flink stuk harder waaien. De grote stammen van de boom bewogen behoorlijk, ook ten opzichte van elkaar, maar omdat het touwen vast zit, was het geen enkel probleem voor de hut. Een constructie met spijkers in de boom vast was waarschijnlijk kapot gegaan door brekende spijkers of brekende balken.

We weten niet of we er aan toe komen om er nog een fatsoenlijk dak op te maken, maar nu is het al grote lol voor de kinderen. En het is een mooie oefening voor Nederland: straks terug, komt er een mooie boomhut in de drie grote kaarsrechte dennen die in een driehoek bij elkaar staan in de hoek van de nieuwe tuin. Ook met touwen.

maandag 16 mei 2011

Tot tranen geroerd door een foto

Jitse heeft zijn prijsfoto gemaakt - dachten wij. Een geweldige foto van een spinneweb, genomen door een... ja wat? Een ontplofte suikerspinnnenfabriek? De flarden van een uit elkaar geknalde ballon? De rafels van een gesmolten rioolbuis? Fukushima II? Een heel merkwaardige foto was het wel, die er op z'n camera stond.



Jitse zelf wist van niets. Hij had helemaal geen foto van een spinneweb genomen. Was het misschien een streek van een van de spokevriendjes van Ibi?
En het rare was dat deze bijzondere foto ook weigerde om van zijn schermpje te gaan. Oke, hij verdween als je de camera uitzette. Maar zodra de camera weer aangezet werd was hij er weer. Het menu wilde niet verschijnen, je kon niet meer zien wat je fotografeerde, en oude foto (behalve deze dan) werden ook niet meer getoond.

Langzaam begon de verschrikkelijke waarheid tot ons door te dringen. Arme Jitse was in tranen. Zijn prachtige camera, gekregen als kado toen we naar Nieuw Zeeland vertrokken. Lief en leed mee gedeeld, de mooiste beestjes zoals Weka's en wandelende takken mee op de foto gezet... En nu enkel maar dat spinneweb.




De camera wil nog steeds wel foto's maken. Alleen, omdat het schermpje dus niet meer werkt, kun je ook niet meer uit de macro-flitsmodus, want dat was de laatste stand waar hij op stond voor "de ontploffing".

Nou ja, 127 dollar in de stad; zelfde merk, zelfde type. En hij heeft spaargeld al is het dan maar net genoeg. Volgende keer toch maar wat minder aan het touwtje rondslingeren...

zondag 15 mei 2011

Blogger problemen

Blogger had tot gisteren zeer ernstige problemen. Voor meer dan 48 uur kon je niks toevoegen of wijzigen, en dat is lang in internetland. Het schijnt dat ze zelfs een backup terug moesten zetten, en dat daardoor alle blogs terug gezet zijn naar de toestand van afgelopen woensdag - en dat er dus een paar dagen aan reakties en toevoegingen verloren zijn gegaan.

Ik had geen dingen toegevoegd in die tijd, maar er stond wel een en ander klaar in de wachtrij wat dus niet er op verscheen. Die zijn dus even opnieuw geplaatst. En reakties van mensen vanaf woensdag t/m vrijdag zijn dus verloren gegaan.

zaterdag 14 mei 2011

Lichtplassen


Zoals al eerder gemeld hebben we de laatste paar weken in voornamelijk herfstige sferen doorgebracht. De luchten zijn vooral grauw, heel af en toe zien we een blinkend fel ding in de hemel waarvan we niet meer weten wat het nou eigenlijk is, en het waait af en toe stevig.
Zoniet op de dag van deze foto's. Een heel kalme zee, wel erg grauwe wolkenluchten, en zilveren plassen licht op de Tasman zee.
Het levert in elk geval erg mooie beelden op.

dinsdag 10 mei 2011

Afscheid van Lientje?


Laatst bracht ik Ibrich naar bed.

"Ga je vannacht weer met je spokevriendjes spelen?"
"NEE"
"Nee? Waarom niet?"
"Ze zijn ziek."
"Oei, ik wist niet dat spoken ook ziek konden worden. Wat hebben ze?"
"Spokengriep"
"Oei. Nou ja, dat zal volgende week wel weer over zijn toch? Dan kun je weer 's nachts met ze spelen."
"Nee hoor."
"Nee? Hoe lang duurt dat dan bij spoken, spokengriep?"
"Honderd jaar."
"Ai dat is jammer. Moet je dus honderd jaar wachten voor je weer met ze spelen kunt 's nachts."
"Ja."
"Nou, ja, kun je eindelijk eens een nachtje slapen, he lieverd."


En honderd jaar later, als de 105 gehaald heeft, en trillend op haar stoel voor het raam zit in Huize Avondroest, denkend aan vroeger... Ineens staan daar een paar spoken voor haar neus.
"Heee Ibi, we zijn weer beter..."
"Hee, oud dametje, we dachten dat Ibi hier zou zijn. Weet jij waar Ibi is? We willen weer met haar spelen. "

zondag 8 mei 2011

Knarsentandend de storm door

Voor het eerst dat we hier zijn is het dan echt substantieel warmer, daar bij jullie in Nederland.

Nou wij gunnen jullie dat best hoor. Slik. Grmpf.

En ondertussen lagen we hier gisteravond in bed, terwijl de wind om het huis beukte, takken en bladeren uit de bomen joeg, en ons een rusteloze nacht bezorgde vanwege al het lawaai waarmee dat gepaard ging. Of maakte die stortregen nou het meeste kabaal?

Niet dat het koud is (19 graden). Maar toch.

Dus maar even wat herfstfoto's.


vrijdag 6 mei 2011

8 herkansing

Ilse suggereerde het al, en wij hadden het zelf natuurlijk ook al bedacht: dan maar een latere keer. En zo geschiedde.
Op z'n echte feestje was het te slecht weer, maar twee weken later zou het dan toch doorgaan, met een nog beperkter gezelschap: de jacht op de piratenschat.

Deze keer kwamen er slechts drie vriendjes/klasgenootjes: Jack (de andere, die het eerste feestje gemist had), Emma (van het enige andere nederlandse gezin in het dorp) en Kate. En deze keer werd Ibrich niet geparkeerd bij het jongere zusje van Emma (Karlijn), zodat ook zij van de partij was.

Het recept was als volgt:
aan de hand van een instructie waarop een route uitgetekend stond, moesten de kinderen stukken van een oude piratenschatkaart verzamelen. De schatkaart was in vier stukken gescheurd - uiteraard door de werking van de tijd. Vervolgens waren al die vier stukken elk in een grote Paua-schelp verzeild geraakt (hoe weet niemand), en deze waren weer elk verstopt in onze tuin. Hoe dat kon gebeuren weet ook niemand, maar waarschijnlijk door de geest van een piratenkapitein; we zullen nog eens navraag doen bij kind-aan-huis Lientje de Roos, want die schijnt contacten in die wereld te hebben.

De instructie was een speurtocht met meerkeuzevragen. Zoals deze:
Which is correct?

  • Were is Jitse? -> go left
  • Wear is Jitse? -> go up
  • Where is Jitse? -> go down

Er waren vier verstopplekken, die steeds bizarder van aard werden. Zo bleek dat er een heuse boom rond een van de te vinden schelpen gegroeid was, in al die tijd dat die schelp daar lag. Gelukkig was de schelp net in een holletje tussen de wortels terecht gekomen, anders hadden de kinderen die schatkaart natuurlijk nooit kunnen vinden.


Jack bestudeert de instructies, terwijl Jitse een deel van de schatkaart in de boom zoekt.


Ook bleek een deel van de schatkaart op een zaadje van een boom gelegen te hebben. Die boom was in dik 300 jaar uitgegroeid tot een van de grootste bomen uit onze hele tuin, en die schelp met schatkaart hing dus ergens halverwege de top op grote hoogte. Maar het toeval wilde dat we net in die boom een boomhut aan het bouwen zijn, waardoor we er toch weer bij konden.

Een letterlijk hoogtepunt werd bereikt toen bleek dat een van de schelpen in een oude liaan verstrikt zat die hoog uit de bomen neer hing. Je kon deze liaan alleen bereiken door met de bekende slinger een zwieper te maken en dan naar de schelp te grijpen.



Dat wilden ze natuurlijk allemaal een keer proberen.


Jack op de slinger.


Vervolgens konden we alle vier stukjes van de schatkaart bij elkaar leggen. Hij bleek 300 jaar oud, nog van voor de tijd van de Europese kolonisten! En de schat bleek te liggen hier aan het strand van Oakura.


Ibrich met de bij elkaar geplakte schatkaart. 300 jaar oud!!


Natuurlijk stonden er geen wegen en huizen op de schatkaart, maar aan de hand van de ligging van rivieren en grote rotsblokken op het strand lukte het toch een plaatsbepaling te doen.


Rennen op het strand naar de juiste rotsblokken


Uiteindelijk bleek dat Jitse, zonder dat hij het door hand, precies bovenop de plek stond waar de schat begraven moest zijn. Dus allemaal aan de slag met schep en handen.


schatgraven


En ja hoor, na een tijdje kwam er een heel oud schatkistje te voorschijn. Afgeladen vol met echte goudstukken. Van chocolade. Van 300 jaar oud.


300 jaar oud chocoladegoud

woensdag 4 mei 2011

8

Een tijdje terug vierde onze Jitse het feest voor z'n achtste verjaardag. Elke keer wil hij de halve school uitnodigen, en elke keer weer remmen z'n stugge ouders hem in z'n ontplooiingen door de lijst met genodigden terug te brengen tot een stuk of tien.

Ingeborg was nog op een viva-forum terecht gekomen waar de boodschap ongeveer was: "niet naar de ballenbak met kinderfeestje = zelfmoord", maar dat leek ons toch wat al te dramatisch gesteld, dus eigenwijs als wij zijn hadden we een en ander gewoon hier thuis georganiseerd.
Klasgenootje Kate zat al een week vooraf elke dag te vragen wat er zou komen, zo spannend vond ze het.
Het zou ook spannend worden: met een heuse schatkaart, een speurtocht naar de schatkaart, en echt graven... Maar helaas: die zaterdag was het de enige dag van de week dat het plensde met af en toe even een droge periode. Dus de schat-speurtocht werd uitgesteld.

Ondanks dat was het een vrolijke boel. Een stuk of 8 vriendjes en 2 vriendinnetjes behoorden tot het selecte gezelschap van genodigden. Per ongeluk kwam de verkeerde Jack nog aanzetten; dat zijn van die naamsverwarringen die je dan krijgt als de helft van de jochies in de klas Jack heet en de andere helft George (er waren ook twee Georgen op het feestje). Maar dat mocht de pret niet drukken, want ook met deze Jack was het gezellig. Ibrich heeft trouwens drie Ruby's in de klas, ook al zo handig (op een klas van 15 of zo).


Het begon met snerpballonnen. Deze langgerekte ballonnen lopen luid snerpend en toeterend langzaam leeg als je ze loslaat, en volgen daarbij bizarre sporen dwars door de hele kamer. Grote hilariteit natuurlijk.




De taart. Alleen al de kaarsjes aanzetten en weer uitblazen was een succesnummer.




De kadootjes werden eerst verstopt door alle kinderen, en vervolgens moest de jarige ze zoeken. Toen ze allemaal gevonden waren mocht hij ze uitpakken.



Zo kijkt Jitse als hij heel blij en op z'n gemak is.




Een van de hoogtepunten was het appelhappen. Jitse hield het stug vol, en uiteindelijk lukte het 'm. De dagen daarna wilde hij nog herhaaldelijk oefenen.

zaterdag 30 april 2011

Het regende takken

We zijn weer thuis na een weekje Capoeira in grotten, onderaardse rivieren en andere afgelegen locaties waar je niets mee krijgt van de buitenwereld.

Ons tuin-oerwoud ligt vol met afgewaaide takken, en de boomvarens hebben een behoorlijke optater gehad. Dat komt omdat er hier een behoorlijke storm van twee dagen over het land gevaren is, iets waar wij in onze afgelegen plekken vrij weinig van meegekregen hebben.
In Rotota hadden we 15 uur achter elkaar fikse regen, hetgeen wel bizar was om dat in je blootje zittend in een hotpool mee te maken. En toen we vervolgens door reden naar grottengebied Waitomo waaide het inderdaad aardig, en lag er menig boom over de weg waar we om heen moesten slalommen. Maar we hadden niet door dat het zo heftig was geweest.
Thuis lag de tuinschommelstoel aan het andere eind van het balkon/terras, lag alles bedekt onder een enorme hoop bladeren die allemaal in een paar uur van onze bomen gerukt waren, en had het flink takken geregend. We zijn een paar uur bezig geweest om de tuin weer enigszins begaanbaar te maken - en nu ligt er in de onderhoek een bijna twee meter hoge muur aan oud hout en gebladerte tussen de tuin van de buurman en de onze. Er lag ook nog een half golfplaten dakje op onze oprit waarvan de herkomst ons volstrekt duister was.

Het bleek dat Okato, het buurdorp een stukje verderop, welliefst 24 uur zonder stroom had gezeten; hier in Oakura was de stroomstoring maar voor een paar uur. Er was een vrachtauto van de weg gewaaid hier vlak bij het dorp, en menig inwoner heeft z'n tuinameublement de lucht in zien waaien. Verder was er hier voor de kust een boorschip losgebroken, en tamelijk rakelings langs een gevulde olietanker gesjeesd terwijl het bakbeest in de storm op drift was, dus we zijn ook weer ontsnapt aan een nieuwe golf van mexico.

Maar ja, nu is het dan weer dik 20 graden en stralend weer. Het kan verkeren.

donderdag 28 april 2011

Schedelvoetbal in Waitomo Caves met Lientje de Woos

Ibrich slaapt niet 's nachts. Dat zit zo.

Elke nacht krijgt ze bezoek van haar vriendin Lientje de Roos. Die komt dan de hele nacht met haar spelen op haar kamer. Lientje is een spook uit spokenland, en ze is spookbang voor andere mensen.

Ik vraag haar hoe het dan kan dat ik haar altijd keurig zie slapen als ik 's nachts wel eens naar haar kom kijken.
Dat is dus omdat Lientje dan weet dat ik er aan kom, en dan waarschuwt ze Ibrich. Ibi gaat dan snel in haar bedje liggen en doet net of ze slaapt, en Lientje maakt zichzelf snel weer onzichtbaar. Lientje is te bang om met ons kennis te maken, ook nadat we Ibi bij herhaling verzocht hebben om haar eens aan ons voor te stellen.
Lientje is haar beste vriendin, zegt ze, en Ibi is de enige mens die Lientje vertrouwt. Ze is als spook geboren uit een spokenmoeder, maar navraag bij Ibi leert dat er ook spoken zijn die eerst mens geweest zijn en toen dood gingen.
“Lientje heeft ook familie die wel eens langs komt, die heten schilderij, bank, lamp, raam en stoel. Lamp is de mama van Lientje.”
“Dat is wel erg toevallig. Allemaal dingen die we hier toevallig in de kamer zien op dit moment. Weet je echt helemaal zeker dat je dit niet ter plekke verzint.”
Nee, verzekert ze me. Dat komt omdat die spoken die haar familie zijn zelf nog geen namen hadden. In spokenland hebben de spoken geen namen. Maar laatst hadden de spoken rondgekeken hier in deze kamer, en toen elkaar deze leuke namen gegeven. Dus niks toevallig.
Ik moet zeggen dat ik echt sta te kijken van deze slimme uitvlucht.
“Wat voor spelletjes doen jullie dan?” vraag ik, “Kegelen ze liefst met hun afgehakte hoofden, of vinden ze voetballen met de hoofden leuker?”
“Voetballen.”, is het overtuigende antwoord.

Maar nu zijn we dus een paar dagen weg vanwege de Paas. Een echte herfststorm is over het land getrokken, her en daar lagen omgevallen bomen over de weg waar we half om heen moesten slalommen, en we hebben een dag regen over ons heen gehad die ons af en toe aan de overstromingsramp in Gouddargues deed denken. Maar na 15 uur werd het weer droog, en bleek er maar een zesde te zijn gevallen van wat we toen over ons heen kregen.
En nu zitten we dus in Waitomo, niet zo heel ver van Taranaki verwijderd, waar het vergeven is van de grotten.
We lopen door de grot van Ruakuri, waar tal van glimworpjes de gewelven verlichten. Ibrich is onder de indruk. De gids vertelt over de oude ingang, die nu afgesloten is omdat het een oude begraafplaats is van Maori-krijgers. “Daarom is dit deel van de grot kouder,”, grapt hij, “vanwege de spoken.”.
Ibrich barst los, en vertelt honderduit. Eerst begint ze tegen de gids.
“Hey excuse me. I'm not afraid. My best friend is a ghost, I play with her every night. She lives in ghostland you know. She lives in a cave like this. I come there often.”
En dan verder tegen ons.
Dat Lientje de Roos hier ook wel komt, in deze grot. Dat ze in spokenland in een grot woont. Net zo'n grot als deze, met verlichte plafonds van de glimwormpjes. En dat Ibi daar regelmatig komt. Lientje druk dan op een knopje en dan schuift er een ding open. En dan zie je de diamond castle in die grot, en daar woont ze dan. En daar spelen alle spoken samen met Ibi. En je kunt in spokenland geen films of DVDs huren, maar dat hoeft ook niet, want in de Diamond Castle hebben ze gewoon alle films die je maar zien wil.

Dus als jullie dachten dat de vader er wat van kan met z'n kolderbolders en grijphout: de dochter lijkt er toch aardig op wat dit betreft.

dinsdag 26 april 2011

In den Capo-Here

Elke maandag gaat jitse trouw naar capoeira. Leraren Josh en Hannah brengen in een gymzaal van een school een groep van vijf of zes kinderen de beginselen van deze kunst bij, en ik moet zeggen, dat doen ze goed.
De eerste drie lessen, in november, heeft Jitse doorgebracht hangend aan het been van papa of mama, en hij greep zich extra stevig vast zodra Josh ook maar in z'n richting keek. Iets zei ons dat dit niet een officiele capoeira-beweging was.
Maar tegenwoordig is hij echt enthousiast, en worden we volop getrakteerd op Elefantsje of Makakoe, en doet hij uit zichzelf menige poging tot handstand. En z'n bewegingen zijn vloeiend geworden, en lijken niet meer op die van een vogelverschrikker die tot leven is gewekt.

Dit Paasweekend zou de ultieme beleving in Capoeira voor ons worden, met de internationale encounter georganiseerd door Capoeira Mandinga Aotearo, de capoeiragemeenschap van Nieuw Zeeland. Er zouden meer kinderen aanwezig zijn dan alleen Jitse, en Braziliaanse mestres gingen instructies geven aan een gezelschap uit allerlei landen. Jitse was enthousiast, wilde graag gaan, en dus togen wij gezamelijk naar Rotorua, waar het gebeuren plaats zou vinden in een Maori gemeenschapsgebouw en activiteitencentrum.

Er waren mensen uit allerlei landen: natuurlijk veel (ex-)Brazilianen, en daarnaast Italianen, Duitsers, Fransen, natuurlijk Nieuw Zeelanders, Australiers, zelfs een groepje Soedanese jongeren. En zoals te verwachten was de sfeer ook goed en gezellig: open en leuke lui, respectvol en hartelijk. En gedreven: want het ging hier om Heilige Capoeira met Hoofdletter. Meer dan de helft van de gesprekken ging er over wat Capoeira was, wat het met je deed, hoe je het diende te doen, dat het om respect en bewust leven ging, tot een met Capoeira als recept om de wereld te verbeteren en van de ondergang te redden in deze tijden waarin veel gebeurt waar we ons bewust van moeten zijn.
En hoewel ze goed bewegen kunnen, kunnen die Capoeira-jongens en -meisjes ook praaaaaaaaten... Lange sessies van uren achtereen met de hele groep tot diep in de nacht waren geen uitzondering.

Vanuit Brazilie waren twee goeroes ingevlogen, de echte Capoeira-meesters. Mestre Hoesjiiinjoe en Mestre Sjogoe de Dentroe. Deze lieden werden zeer respectvol behandeld als waren het een soort half-goden. En ze waren best streng in de leer: een aantal lieden waagden het zo vermetel te zijn zich te bezondigen aan te acrobatische Capoeira, en deze werden streng terechtgewezen door een toesnellende mestre: zeg hen daarmee op te houden. De acrobatische toeren zoals wij die namelijk eerder hadden gezien blijken namelijk frivole, goedkope nieuwlichterij te zijn welke de echte traditionele Capoeira niet mag vervuilen. Iemand moet de tradities rein houden, immers.

Het is opvallend hoe Capoeira voor de aanwezigen een zeer belangrijk onderdeel van hun leven in moet nemen. Niet alleen moet je veel oefenen (en natuurlijk de goede mindset hebben, want Capoeira is ook een filosofie), maar ook was menigeen naar Brazilie afgereisd om daar de kneepjes van het vak te leren, en een aanzienlijk gedeelte van de aanwezigen sprak beter Portugees dan wij. En dat is nogal wat voor engels sprekende landen. Daarnaast dien je ook nog de Birimbau te bespelen, het traditionele snaarinstrument dat dient ter begeleiding van de twee spelende tegenstanders. Dit is een gebogen stok met een snaar er aan, welke drie verschillende tonen voort kan brengen: een met steen tegen de snaar gedrukt, een zonder steen tegen de snaar, en een met de steen half resonerend tegen de snaar gedrukt. Best moeilijk om uit zo'n simpel instrument iets te krijgen wat ergens op lijkt, dus daar gaat veel tijd in zitten. Velen van de aanwezigen konden dit zeer verdienstelijk bespelen.

Cenrraal dagelijks element was de Roda: allen zitten in een grote kring, aan een kant van de kring staan de muzikanten (birimbau en een flink aantal slaginstrumenten), en de mestre zingt de verhaalstrofes, terwijl de hele groep in koor hier enkele woorden van herhaalt. Ondertussen gaan de twee personen die van beide zijden het dichtst naast de muzikanten zitten de kring in, om een ritueel gevecht tegen elkaar te beginnen. De bewegingen zijn vooral traag en uiterst gecoordineerd, want de mestres verstaan geen scherts, en te frivole acrobatiek hoort daar dus niet in thuis. Desalniettemin veel handstands, en traag draaiende schopbewegingen die de tegenstander even traag draaiend weer ontwijkt.
Dit gaat door tot de mestre een vast riedeltje op z'n birimbau speelt, ten teken dat de volgende twee aan de beurt zijn. En zo wordt de hele groep van zo'n zestig personen afgewerkt, waarmee zo'n roda dus zo in de drie uur tijd beloopt.

Al met al waanden wij ons met grote regelmaat op een EO-jongerendag, al was het thema dan iets anders. Maar is dit alles ook wat voor zo'n jochie als Jitse??

Nee dus. Het niveau van de oefensessies met de mestre was te hoog. De zaal was te klein voor de groep – als iemand na een mislukte handstand tegen je aanknalt omdat de ruimte beperkt is, dan komt dat hard aan als je zelf half zo klein bent. Bovendien zijn groepssessie niks voor Jitse: te eng, te massaal. Maar wat het vervelendste was: de kinderactiviteiten raakten vooral ondergesneeuwd omdat het programma vanwege het vuur van de aanwezigen en de mestres steevast uitliep, en er vervolgens geen tijd meer was.
Zelf zagen ze dit ook, en boden ze hiervoor excuses aan. Het was een leermoment, een bewustwordingsproces, zoals dat heet op z'n Capoeira's. En bemoeilijkende factor hierin was natuurlijk ook het feit dat de helft van het aantal verwachten mensen met kinderen niet kwam opdagen, waardoor Jitse en Ibrich slechts met twee andere kinderen daar waren. Dus we begrijpen heel goed dat het liep zoals het liep.

Na twee dagen Capoeira-vuur hielden we het voor gezien en taaiden we af naar (opnieuw) Rotota voor een korte tussenstop. En dan door naar Waitomo, en terug naar huis.

zondag 17 april 2011

Meester Yoda verslagen

We hebben sinds een week of wat een netbook thuis. Dat is een mini-computertje waar je vingers ongeveer van in de knoop raken als je er mee probeert te typen, maar wat een zegen is voor de kinderen en Ingeborg omdat ze dan niet in mijn duistere hol van de benedenverdieping hoeven af te dalen om nog enig contact met de wereld te onderhouden. Ielig, maar absurd goedkoop.

Echter, zoals gebruikelijk met zulk soort computertjes, schuif je tijdens het typen regelmatig met je duimen over de touchpad die de muisaanwijzer moet bedienen. Gevolg: terwijl je zit typen, verspringt de cursor ineens naar een andere plek, zodat de tweede helft van je zin ineens geheel ergens anders komt te staan. Het resultaat is met een beetje geluk meester-yoda-achtige praat die rechtstreeks uit Jitses Nintendo lijkt te komen ("Touchpad een irritante dat is"); met wat pech wordt het gewoon een onleesbare brij.

Ik besloot dus de strijd met de meester-yoda-muis aan te gaan. Het recept was simpel: externe muis kopen, kabeltje daarvan in computer duwen, muis-touchpad via windows uitschakelen. Klaar.

Maar ja, computers hè. Nou ben ik gelukkig toch een tamelijk ervaren yedi-meester op het gebied van die dingen, dus ik meende dit klusje wel aan te kunnen.

Eerste teleurstelling. Via het configuratiescherm had ik die yoda-muispad zo te pakken. Er staat dat een optie: "gebruik", met als keuzemogelijkheid: "uitschakelen". Stond er hier ook, maar helaas: grijs, en niet kiesbaar hoe je er ook op klikt. Zat kennelijk achter een energieschild of zo. Gevoelige tegenslag.

Hoe nu verder? Aan een laserzwaard rijgen? Bij een wilde naakte rondedans het ding besprenkelen met een mengsel van bezwerende kruiden en homeopathische middelen? Een exorcist inhuren om de Satan uit de computer te roken? Of juist knuffelen, aaien en lieve woordjes toefluisteren in de hoop dat het vanzelf over gaat?
Of hadden we de computer misnoegd door de kinderen er te veel onbenullige schietspelletjes op te laten spelen?

Dan maar op internet gezocht. Heel veel tips, waaronder:
"Creditcard er over plakken, heeft twee voordelen: muispad werkt niet meer, en als je iets wilt bestellen via internet heb je altijd de credit card bij de hand."

Maar ja, wij houden niet van credit cards.

of deze:
"Met een hamer een harde klap midden op de muispad geven."


Maar ook wat zinniger tips: zoals de opmerking dat gewoonlijk met een functietoets de yoda uitgeschakeld kan. Helaas natuurlijk niet bij deze, na ze allemaal uitgeprobeerd te hebben.

Of deze: in de BIOS de muis uitschakelen. De BIOS is zeg maar de hersenstam van de computer; dat basale diep-dierlijke stukje wat het eerst iets doet bij het pijnlijke ontwaken, namelijk antwoord geven op existentiele vragen als "wie ben ik?", "waar ben ik?", "Waar zit mijn harde schijf?" en "Welke onderdelen moet ik aanzetten."

Helaas, deze BIOS was in elkaar gezet door mensen die vinden dat je computergebruikers vooral niet moet vermoeien met dingen die 99% toch niet gaat snappen, en die ene overgebleven procent heeft dan dus gewoon pech.

Volgende optie: programmaatje dat yoda-muis uitschakelt zodra je gaat typen. Heel leuk, werkte alleen niet. Veel mensen waren er positief over, maar mijn yodamuis was echt een keiharde, geduchte tegenstander die zich niet zomaar uit het veld liet slaan.

Volgende optie: ander programmaatje dat je met een toetscombinatie de mogelijkheid geeft de yoda-muispad uit te schakelen. Je moest hierin aangeven welke muis je wilde blijven gebruiken (de externe dus, die via de kabel), en welke muis uitgeschakeld moest worden door het indrukken van de toetscombinatie (yoda dus).

Helaas, ik kon 300 keer aangeven dat yoda uitgeschakeld diende te worden, elke keer weer wrong de meester zich in de plaats van de externe, en werd dus doodleuk de externe muis uitgeschakeld na het indrukken van de toetscombinatie.

Laatste optie: driver upgraden. Een driver is een stukje programma dat de computer verteld hoe een onderdeeltje werkt. Wil je de nieuwste versie daarvan, dan moet je op de website van de fabrikant gaan speuren. Alleen: wie is die fabrikant? Nergens een naam te vinden natuurlijk..., noch in windows, noch in de documentatie. De tegenstander was dus incognito...

Dus maar gegokt op de meest bekende naam (Synaptics), van hun site de meest algemene modernste driver gehaald, in de hoop dat die er bij hoorde, geinstalleerd, en... inderdaad.. ineens allemaal opties er bij. Waaronder... UITSCHAKELEN!

Uiteindelijk is het dus gelukt de tegenstander uit te schakelen door zijn identiteit te gokken.

Geen meester-yoda-praat dus meer. Gelukt dat is.

zaterdag 16 april 2011

Kolderbolders, Grijphout en Wilde Wringerd

Op de kaart stond een meertje. Op een plek waar we nog niet geweest waren. En het was niet ver. Dus besloten we er eens te gaan kijken.

Dat hebben we geweten. Het zou een zeer spannend avontuur worden. Van een soort van spannend dat goed beschouwd niet leuk meer is.


Het begon met een bruggetje over een woeste bergbeek. We moesten die brug wel nemen, want het ravijn was te diep en de stroom was te wild om zonder brug over te steken. Maar ik herkende de planten die zich over de brug kronkelden: wilde wringerd. Een zeer gevaarlijk plantje uit de andere wereld, dat plotseling met zijn ranken omhoog kan schieten zodra je er op staat, en je dan omstrengelt. Uiteindelijk wordt je helemaal omgeven door de ranken, waarna de plant je weliswaar in leven houdt, maar wel op je parasiteert, en je langzaamaan steeds verder vegeteert.
Ik was nog maar net op tijd om de kinderen te waarschuwen, want Jitse stond er al bijna op met zijn lompe voeten. Maar gelukkig konden we heel voorzichtig er langs manouvreren over de leuningen van de brug. Dat moest wel zeer voorzichtig gebeuren, want zoals algemeen bekend is wilde wringerd erg gevoelig voor trilligen. Bij het geringste vermoeden van dierlijk leven in z'n omgeving kan een rank omhoog schieten, en begint dan gevaarlijk rond te zwaaien in de hoop een slachtoffer te raken.


Helaas was het niet gedaan met het gevaar toen we die hindernis genomen hadden. Voor ons lag een veldje met grote keien en rotsblokken, wat er verradelijk lieflijk uit zag. Ik wist dat er iets mis mee was, maar kon de vinger er niet opleggen. Ik waarschuwde allen zeer voorzichtig te zijn, en we slopen het veld over.
Opeens wist ik het: kolder-bolders. Weliswaar in hun aard niet zo kwaadaardig als wilde wringerd, maar net zo gevaarlijk.
Kolder-bolders zijn op grote keien lijkende entiteiten die, als ze uit hun sluimertoestand ontwaken, tot levensgevaarlijke springerij kunnen komen. Het begint met een argeloze voorbijganger die per ongeluk een voet op zo'n kei zet. De kei begint te trillen. Daarna begint de kei te schudden. Dan verheft de kei zich een eindje in de lucht, al schuddend. En dan begint het gebonk en gehops, alsof het stuiterballen zijn - maar dan wel levensgevaarlijke. Nodeloos om te zeggen wat er gebeurt als je door zo'n kolderbolder geraakt wordt. De ellende is dat als er eentje begint, deze ontegenzeggelijk een keer tegen een andere opbotst, waardoor die ook wakker wordt en begint te trillen, schudden en bonken. En als snel is er een enorme kettingreaktie gaande van bonkende botsende stuiterende kolderbolders. Uiteindelijk dooft dit wel weer uit, maar dan is de schade vaak al enorm.
De wetenschap is er nog niet over uit of het verschijnsel nou een fysische aard heeft, of dat het levende wezens zijn die er precies uitzien alsof het stenen zijn. Het laatste onderzoeksteam dat gepoogd heeft het verschijnsel te onderzoeken werd compleet tot moes geplet in het onderzoeksveld teruggevonden. Hun verzamelde gegevens liggen nog steeds in dat betreffende veld: tot nu toe heeft niemand het aangedurfd de logboekverslagen van het onderzoeksteam uit het veld te halen uit angst om opnieuw een kettingreaktie te ontketenen.


Helaas heb ik het probleem niet goed aangepakt, want toen ik ze waarschuwde raakten de kinderen in paniek en in de vlucht die daarop volgde raakte er eentje een kolderbolder.
Ingeborg heeft met gevaar voor eigen leven prachtige foto's gemaakt van de springende rotsblokken, maar helaas is haar camera geplet door een van de kolderbolders. Jullie zullen ons dus op ons woord moeten geloven. We konden ons net op tijd redden door de heuvel op te vluchten - kolderbolders zijn er niet goed in om tegen de zwaartekracht in een heuvel op te hupsen. De grotere keien zijn daar uiteraard totaal niet goed in; de kleinere kwamen ons helaas wel gedeeltelijk achterna, waardoor we uiteindelijk een boom in moesten vluchten. De situatie was zeer penibel, en af en toe was het zelfs kantje boord, maar we hebben het gehaald.

gevlucht in een boom. Het gelach van Jitse is van de spanning


Wie dacht dat daarmee de avonturen voorbij waren heeft het mist. Ik herkende onmiddelijk de bomen die daar rondom stonden: grijphout. Ik waarschuwde nog, maar Jitse was kennelijk zo uitgelaten door de ontsnapping en het feit dat de kolderbolders weer langzaamaan tot rust kwamen. Ik denk dat er een stuk spanning van Jitse afviel, en in een uitgelaten bui ging hij aan een stuk grijphout zitten trekken. Dat is dus iets wat je nooooit moet doen.


Jitse spot met grijphout. Een vergissing die fataal kan uitpakken.


En ja hoor, het ging mis. Jitse werd opgelicht. Eerst gaat dat nogal voorzichtig en rustig, en Jitse was dan ook meer verbaasd en vrolijk dan dat hij de ernst van de situatie inzag...


Sommige mensen lachen nog als ze opgelicht worden...


Voor we het wisten werd ook Ibrich gegrepen. En dat ging er al een stuk minder vriendelijk aan toe.


Ibrich in de ban van grijphout. Hier ging het goed mis. Kijk haar van pijn verwrongen gezicht.


Maar de boom had andere plannen met haar dan uitknijpen. Ineens hing ze ondersteboven en werd ze uitgeschud.


Uitgeschud door grijphout.


Persoonlijk denk ik dat het een speciale zeldzame Nieuw-Zeelandse vorm van grijphout is, eentje die meer geinteresseerd is in je uitschudden. Aziatisch grijphout kan je echt helemaal vermorzelen, terwijl Amerikaans grijphout je meer fijnknijpt. Deze Nieuw-Zeelandse vorm is naar mijn weten nog niet door de wetenschap beschreven.

Hoe dan ook, na even flink wat heen en weer geschud te zijn kwamen we met de schrik vrij, en konden we er vandoor gaan. Niemand heeft er zelfs enig letsel aan over gehouden.

Die middag togen we naar het verlaten strand van Okato, waar we de rest van de dag doorbrachten met het omleiden van de rivier. Ook spannend.