woensdag 30 mei 2007

Rillen

Vandaag is het de koudste dag tot nu toe. Heel uitzonderlijk is, dat het ook nog zonnig was. Meestal is het hier dus zomaar 20 graden zodra de zon schijnt; maar vandaag niet. Vanochtend net boven het vriespunt, en ik denk dat het vandaag niet boven de 8 graden is geweest, met een ijzige koude wind er bij.

Kachels kennen ze hier niet, dus in huis zal het ook niet warmer dan hooguit tien graden zijn. We hebben één airco in huis die ook op verwarmstand kan, en die staat in de kinderkamer - de kindjes hebben het dus niet koud 's nachts en voor ons heb ik er nog maar een derde deken over gedaan (zit nu in bed te typen, elders te koud). Volgens collega Hugo is het in al die jaren dat hij hier zit nog nooit zo koud geweest. Het klimaat is blijkbaar overal in de war: in Nederland volgt op de warmste winter ooit de heetste april en de natste mei, en hier dus één van de koudste meimaanden (of de koudste mei? ) ooit.

Probleem is ook dat we vrij weinig kleren meegenomen hebben, en dan ook nog niet al te warme. Ingeborg is vandaag om handschoenen wezen zoeken, maar ze waren allemaal uitverkocht.... Alleen in Jitses maat was er nog, die heeft dus nu nieuwe spidermanhandschoenen en een mooie dikke muts.

Op het Instrodi-kantoor waar ik werk is gelukkig wel verwarming (ook airco's die een verwarmstand hebben), en dat werkt wel goed.

Er zijn trouwens net twee van de drie programmeurs vertrokken - zodat ik ineens acuut ingeschakeld ben voor meer programmeerklussen dan eerst de bedoeling was. Als er trouwens nog iemand is die dit leest, en die goed is in java: kom vooral deze kant op, we hebben hard programmeurs nodig. Hoewel ik me realiseer dat bovenstaand verhaal misschien niet al te uitnodigend is...

Nou ja, er kan ook zo weer een einde aan de kou komen. De verwachting schijnt te zijn dat het over twee dagen al weer twintig graden is.

maandag 28 mei 2007

Huisdieren (4)

Op de foto hiernaast is Jitse Ibrich aan het uitlaten. Normaal mag hij dat niet (want dat wordt geklier met de "riem"), maar voor de foto mocht het even.

We hebben Ibrich dus tegenwoordig aan de honderiem. Ze heeft een speciaal rose tuigje om dat eigenlijk bedoeld is voor schattige poedeltjes, en daaraanvast zit zo'n inrolbare honderiem. Allemaal gekocht in de dierenwinkel.

Voordat iemand de kinderbescherming opbelt: het is voor haar eigen bestwil. Ibrich is namelijk gewoon NIET te hanteren als ze loopt. Ze wil alle kanten op, wat dus ook betekent dat ze per vijf meter minstens drie pogingen doet de straat of weg op te rennen. En Ibrich is SNEL: ze loopt bij 1 jaar en 2 maanden al harder en verder dan Jitse liep toen hij al lang en breed 3 was. Al met al is lopen met Ibrich naast een drukke weg dan uitzonderlijk vermoeiend, want je bent continu bezig om haar te beletten enthousiast de weg op te rennen.

Dus in dat geval heb je twee keuzes: OF in een karretje laten zitten (wat ze heel vervelend vindt, want dan zit ze vast), of toch zelf laten lopen aan een riem, en het touw het werk laten doen.

En dat laatste werkt goed. Ze voelt snel de trekkracht van de riem als ze ergens heen wil wat niet mag, en (meestal) corrigeert ze dan snel en loopt de goede kant op - opvallend, want als ze zonder riem loopt probeert ze aan één stuk door bij je langs te glippen om een kant op te rennen die niet mag.

Laatst zijn we langs de Cavalhada (een erg drukke avenida hier) wel bijna drie kilometer over de stoep gelopen naar een restaurant. Ibrich vind dat geweldig; ze loopt het hele stuk enthousiast mee.

Brazilianen vinden het of maar raar (volgens collega Janaina moeten sommigen zelfs "geschokt" zijn hierdoor), of ze moeten er hartelijk om lachen.

donderdag 24 mei 2007

De kleine winter van mei

Verrekken hier... Volgens de officiële opgaven is het vandaag een graad of 12, maar volgens mij haalt dat het niet eens. De minimumtemperatuur zou vanochtend 5 graden Celsius zijn, en zo voelde het inderdaad. Het schijnt dat het net ten Noorden van Arca Verde zelfs lichtjes gesneeuwd heeft afgelopen nacht. Omdat dit huis net als de meeste huizen hier geen verwarming heeft, lig ik dus met de computer in bed om het nog wat warm te houden; echte Gaúcho's vinden een kachel maar een uitvinding voor mietjes.

Ja, we zitten in een "tropisch land", alleen het deel van het land waar wij zitten is dus niet tropisch, maar behoorlijk diep het Zuidelijk Halfrond op (vergelijkbaar met de breedtegraad van Noord Marokko). Op het Zuidelijk Halfrond is alles wat met zon en maan te maken heeft omgedraaid: de zon draait de andere kant op, de maan is in z'n laatste kwartier als hij de vorm heeft die bij ons op het eerste kwartier zou duiden, en de seizoenen zijn precies omgekeerd. Het is hier dus wat in Nederland eind november zou zijn, het begin van de winter.

Stom natuurlijk, om na een lange winter, als het voorjaar net begonnen is te vertrekken naar het Zuidelijk Halfrond, om daar weer opnieuw een lange winter door te moeten - terwijl het in Nederland nu 25 graden schijnt te zijn. Maar ach, over vier maanden kunnen we de Nederlanders weer uitlachen, wat weer betreft :-). Nou ja, gezien de klimaatdata hier kunnen we deze winter ook gerust een aantal warme dagen verwachten. Als het nu 10 graden kouder dan de gemiddelde 20 graden is, kan het ook zo maar 30 graden zijn.

Net zoals je in Nederland de IJsheiligen hebt, spreekt men hier over het omgekeerde: de "pequena verão de maio", ofte wel de kleine zomer van mei. Een periode waarin het volgens de volksweerkunde ineens nog weer even lekker warm wordt vlak voor de winter echt invalt. Maar net als bij de IJsheiligen lijkt het me niet dat er een werkelijk meetbaar temperatuurseffect is; de statistieken laten althans gewoon een geleidelijk temperatuursverloop zien.

Vanwege het optreden van een La Niña momenteel verwacht men trouwens voor deze winter hogere temperaturen dan hier gebruikelijk is (merk trouwens op bij de kaart die bij die laatste link te zien is, dat de twee opvallendste plekken op de wereld waar het zeewater thans echt veel warmer dan normaal is, West Europa en voor de kust van Uruguay en Porto Alegre is!! We hebben hier dus toch ook iets gemeen met Nederland).

Dat de verwachting voor hier inderdaad een warmere winter dan normaal is, kun je hier zien: (zie grafieken op de laatste pagina van deze link).

Maar daar merken we dus nu niet zoveel van. Collega Luis sprak vandaag droogjes over "the little winter of may". Nou maar hopen dat dat ook een kleine winter is en niet een grote.

zaterdag 19 mei 2007

Drie - één op een bergtop

Porto Alegre is een grote stad - groter dan enige stad in Nederland, met z'n 1.3 miljoen inwoners. Toch is het er behoorlijk groen, zeker in Zona Sul, waar wij zitten. Het ligt in een laagland waar de monding van een grote rivier, de Guaiba, uitstroomt in het "eendenmeer" (Lagoa dos Patos), het op één na grootste meer van Zuid Amerika.

Echter, naar het Noorden toe is Rio Grande do Sul bergachtiger, en sommige van de uitlopers van die bergen lopen door tot in de stad, in de vorm van heuvels waar de stad rondom heen gebouwd is. Met name in Zona Sul heb je een soort van lappendeken van relatief onbebouwde groene heuvels met daartussen de bebouwing van de stad.

Eén van de vlakbij gelegen heuvels is Morro Teresopolis (267 meter), en vrijdag had ik een middag vrij van oppasklussen (iedereen lag uitgeput in bed), dus toog ik met mijn fiets de berg op - of althans een van de naamloze zijtoppen daarvan. Met name halverwege de berg is het een merkwaardig beeld: er wonen namelijk twee soorten mensen op zulk soort relatief afgelegen plekken, namelijk arme sloebers in wrakkige, aan krotten herinnerende huisjes, en puissant rijke stinkerds in ommuurde kastelen met zwembaden en veel waakhonden.

De weg werd steeds slechter, en ging net voorbij halverwege over in een pad dat nauwelijks meer was dan een diepe erosiegeul - daarbij was het ook nog erg steil dus het was meer duwen dan fietsen. En bovenopgekomen...was daar een voetbalveld, met voetballende jongens, midden in de rimboe, met in de wijde omtrek geen huis. Rare jongens, die Brazilianen, maar wel grappig.

Het uitzicht over de stad was prachtig, zie de foto's. (Zoals bij alle foto's in deze blog: klik er op voor een vergrote versie).

Huisdieren (3)

Nog meer dieren in en rondom het huis. Dit spinnetje zag ik de straat oversteken. Het is een Tarantula. Niet extreem giftig, wel heel groot en harig. Het lichaam was een centimeter of 6 lang, exclusief kaken. Ik had al eerder in Mexico twee keer een tarantula gezien, en die waren nog groter en dikker, maar toch sta je er weer van te kijken hoe dik zo'n beest is, en wat voor enorme grijpkaken hij (zij?) heeft.
OK, toegegeven, het was niet in ONZE straat, maar het was wel echt een straat in een van de wijken die op de heuvels rondom Porto Alegre liggen.

"Tarantula" is een wat verwarrende naam - althans voor Nederlanders; het is de aanduiding voor grote harige spinnen uit de Amerikaanse continenten. In het Nederlands worden ze vogelspin genoemd, en wat ze in Nederland vaak een tarantula noemen is een italiaanse Wolfspin. Maar internationaal gezien denken ze er nou eenmaal anders over - in het spaans, engels of portugees heet het Tarantula - dus daarom heb ik dat ook maar aangehouden. Verwanten van deze beesten komen overal ter wereld rondom de tropische regionen voor, en op elk continent worden ze anders genoemd, hoewel dat dus eigenlijk een beetje onzin is.

Die andere griezel is een foto van Ingeborg, op ons balkon. Wat voor beest het is weet ik niet, maar het zag er eng genoeg uit om een foto van te maken.

donderdag 17 mei 2007

ze zijn er!


Na een reis van 17 uur kwamen gisteren opa en oma hier op het vliegveld aan. Ze hadden een goede vlucht gehad en veel lol met een steward uit Winschoten en een alleenreizende braziliaanse japanse die hen een beetje onder haar hoede nam op het vliegveld.
Vandaag rustig aan gedaan.Het stortregende de hele dag. 's Middags wezen lunchen met Rinke en de kinderen, daarna siesta en nu zijn ze even aangeland bij ons thuis voor een avondhapje en pakjesavond. Jitse was aan het zingen van dankjewel sinterklaasje, en dankjewel ook Floor en Allerd (en I en M) voor de mooie Nemo vis en bootje!
Beladen met kado's (een kilo drop (!), kaas en pindakaas, stoere reuzenschoenen voor Jitse en lekkere warme kleertjes voor beiden (het is hier nu best koud). Ook een mooi tekenbord voor Jitse waarvan Ibrich niet wég was te slaan. Geweldig!

zondag 13 mei 2007

spaar ze alle tien....


Iets wat we nog vergeten waren te vertellen over de restaurants hier in POA is dat er meestal niet gerookt wordt. Er schijnen wel restaurants te zijn waar een aparte ruimte is voor rokers en voor niet rokers, maar in degene waar wij geweest zijn werd helemaal niet gerookt. Als je erop gaat letten zie je op straat veel minder mensen roken dan in Nederland. En de mensen die roken lijken ook mínder te roken... Waar zou dat aan liggen? De regering hier doet i.e.g. zijn best om het roken te ontmoedigen... Al zolang men zich hier kan herinneren (al langer dan 15 jaar zegt men) staan hier op de pakjes sigaretten afschrikwekkende plaatjes met de problemen die roken kan veroorzaken. Voor een foto op deze blog heb ik er een paar verzameld, maar mijn collectie was nog niet compleet.

Jitse:"maar als mensen van roken ziek worden, en kapotte tanden krijgen, waarom roken ze dan?" Goede vraag Jitse...

zaterdag 12 mei 2007

Met dank aan de aartsengel Michael

(vervolg op deel 3)

Ik realiseerde me ineens dat het verhaal nog niet af was, en dat het vorige deel alweer 6 dagen geleden geplaatst is. Voor iedereen die dacht dat we daar dus al 6 dagen vast zaten en veroordeeld waren tot een menu van wekenlang pinheiro's (de zaden van de Araucaria) eten: niets van dat alles.

De dinsdagochtend dat we terug zouden gaan, belde Ingeborg nog eens naar de monteurs, die ons meldden dat de zaak weer gerepareerd was. Na een lift van Leandrou terug naar São José dos Ausentes bleek de bus het inderdaad weer te doen - maar de heuvel op vonden we nog steeds niet optimaal gaan.

Jefferson wist de oplossing: halverwege de route naar Arca Verde had bij een cruciale afslag een soort van heel klein altaartje gestaan gewijd aan de aartsengel michael. Ook Sergio had daar op de heenweg al een kruis geslagen bij het passeren. Volgens Jefferson (die niet gelovig is) was de Braziliaanse manier om dit op te lossen bij elke helling omhoog gedrieën luidkeels als een mantra de aartsengel michael aan te roepen - conform de locale gewoonte met een toegevoegde dosis aan eco-hippie-religie - Brazilianen zijn goed in het mixen van religies.
Aldus geschiedde: "arcángel Miguel arcángel Miguel arcángel Miguel arcángel Miguel arcángel Miguel arcángel Miguel ... " ging het op elke helling met luide, sonore stemmen en zowaar, we hebben het gehaald - elke heuvel werd zonder problemen genomen.

Thuis gekomen was er volgens de verkoper niets mis met de bus, en waren die monteurs een stel grote prutsers: "90% van de braziliaanse automonteurs zijn hetzij beunhazen die meer kwaad dan goed doen, hetzij oplichters. Het was gewoon een kwestie van correcte afstelling en wellicht een vuiltje in de carburateur.". In hoeverre dit klopt weten we niet - maar we zijn geneigd de verkoper te geloven, omdat Ingeborg ook al de indruk had dat de monteurs maar rare dingen deden. Feit is ook dat we door (andere) monteurs hier drie huizen verder in de straat al behoorlijk opgelicht waren. Volgens hen moesten er nieuwe bougies in, en Ingeborg ging die kopen en naar hen brengen. Twee weken later bleek dat ze die nieuwe bougies gewoon ingepikt hadden, in plaats van er in gezet, terwijl ze wel 80 reais voor de klus gerekend hadden.

Voortaan gaan we (indien niet vast ergens in de rimboe) alleen naar monteurs die volgens de verkoper betrouwbaar zijn (hij heeft er immers ook belang bij dat we niet wekelijks hem de kop gek zeuren dat de motor weer niet goed is terwijl er misschien niks echt mis is), en proberen we er zelf liefst bij te zijn als die monteurs iets uitvoeren.

zondag 6 mei 2007

Ecohippies in de leegte

(vervolg op deel 2)

Uiteindelijk kwamen we dus toch nog aan op onze plaats van bestemming: Arca Verde. Een "eco-community", alleen bestond deze slechts uit 2 personen: Bruna en Leandrou. Maar de opzet van Arca Verde is om een soort van eco/klus/cursus/ervaringenopdoen-plek te zijn, en om die redenen zijn er bijna elk weekend wel wat mensen die er ook verkeren. Deze opzet deed ons trouwens sterk denken aan De Godin van Monique en Renee, net over de grens in Groningen.

Arca Verde is gelegen op een paar honderd meter van de hoogste piek van Rio Grande do Sul, Monte Negro. "Piek" moet je je niet al te veel van voorstellen, want het hele landschap is daar een heuvelige hoogvlakte, dus die piek die kwam niet veel meer dan misschien 200 meter boven de rest van het landschap uit, terwijl hij toch zo'n 1400 meter hoog is. Althans, vanaf deze kant.

Want er is ook een andere kant: als je vanaf de andere deelstaat komt, Santa Catharina, dan kom je vanuit een laagvlakte vanwaaruit ineens bergen oprijzen, en waar spectaculaire diepe kloven die bergen doorsnijden. Er is dus een hele duidelijk scherpe rand aan die hoogvlakte, en die rand lag op zo'n 500 meter van Arca Verde.

Arca Verde is echt midden in het grote niets: vanaf São José dos Ausentes is het zo'n 50 km rijden over hobbelige pistes. Na 20 km kom je nog een klein dorp tegen, maar daarna is het echt alleen maar verlatenheid met enkel hier en daar een Poussada. Volgens Leandrou wonen er 18 gezinnen in dat stuk van naar mijn schatting 40 bij 40 km.

Het is er weliswaar verlaten, maar dat betekent niet dat het landschapsbeeld niet volkomen bepaald is door mensen - en in wezen enorm aangetast en vernield is. Waar ooit eerst uitgestrekte wouden moeten hebben gestaan, is vrijwel al het oorspronkelijke bos al lang geleden gekapt, en bestaat het landschap nu voor 80% uit grasvlakten voor vee, 15% uit sparrenakkers (productiebos met alles keurig op een rijtje), en mag het originele bos het doen met misschien 5% van het areaal.

Dat originele bos bestaat uit één soort boom, maar wel een heel bijzondere: de Araucaria. Een nauwe verwant van deze boom is wel in Nederlandse tuinen te zien. Het is een levend fossiel met een tamelijk bizar uiterlijk; hij lijkt wel wat op een enorme fluitekruidbloemstengel. Bij de meeste Araucaria's zitten de takken alleen helemaal bovenin, en die van de buitenste "subschermen" zijn helemaal kaal voor de eerste drie meter, om dan te eindigen in ineens een pluk groen. Araucaria's vormen een heel eigen, bijzonder ecosysteem hier, met soorten die alleen in deze bossen voorkomen.

Aankomend in Arca Verde was het eerste wat we zagen een soort blokhutachtige schuur met een grasdak. Dit was de logeerruimte waar we zouden slapen - met z'n vieren, want de rest sliep elders. Verder was er niemand te bekennen en zag het er wat levenloos en ongezellig uit, maar al snel kwam Leandrou opdagen en trokken we met z'n allen de heuvel op, waar we een soort grote zwarte regenton met alweer een grasdak tegen kwamen. Hier woonden ze, en het zag er inderdaad veel meer uit of er hier geleefd en gewoond werd. De ton had twee verdiepingen; de bovenste was de slaapkamer van Bruna en Leandrou, en de onderste was een gemeenschappelijke kook/eetruimte voor iedereen. Hier troffen we ook twee andere gasten, Fernanda & José.

Bij de schuur beneden ging iedereen aan het werk om een muur van aarde op te trekken, maar helaas moesten wij bij de telefoon in de ton in de buurt blijven omdat we teruggebeld zouden worden over onze bus (hetgeen dus niet gebeurde...). Ingeborg heeft nog wel even geholpen terwijl ik op de kinderen paste en de telefoon bewaakte. Ook ben ik met Jefferson nog naar de rand van de hoogvlakte gelopen (met Ibrich in de rugzak), om uit te kijken over de afgrond en de kloven.

Speciaal 's avonds was de sfeer erg mooi. Iedereen toog naar de dichtstbijzijnde heuvel (100 meter verderop) om uit te kijken over het landschap. Bij het licht van de ondergaande zon zagen de wolken vanuit de kloof hun kans en kropen ze traag in dunne nevels de hoogvlakte over - van de ene kant belicht door de volle maan, en van de andere kant belicht door de ondergaande zon.

(wordt vervolgd)

zaterdag 5 mei 2007

Religieuze liederen in São José dos Ausentes

(vervolg van deel 1)

Daar zaten we dan, gestrande bus, in de verlatenheid, 's avonds bij donker, geen verkeer meer, en de geluiden vanuit het hoge gras verderop wezen erop dat de chupacabra's al likkebaardend samendrongen. De volle maan scheen door een dunne wolkenlaag, en een frisse wind blies over de kale vlaktes, terwijl Ingeborg pogingen deed om in het donker in het motorcompartiment wijs te worden uit kleppen, punten, en timings.

Er kwam iemand langs, die stopte. Wat er aan de hand was... praatje, wij wilde demonstreren dat de bus het niet meer deed... en zoals altijd, als je bij de tandarts komt is de kiespijn over, en als je bij de stofzuigerreparateur komt doet het kreng het ineens weer: de bus deed het gewoon weer.

Dus reden we weer verder; maar omdat we het niet vertrouwden keerden we op de eerste plek dat dat mogelijk was. En ja hoor, na nog een klein stukje ging het ineens weer veel langzamer, het gaspedaal leek geen enkel effect meer te hebben, en langzaamaan stonden we weer stil, nagenoeg op dezelfde plek, alleen nu dus met de neus de andere kant op.

Omdat de motor verder geruststellend snorde, we geen gereedschap bij ons hadden, en ook geen zin om de nacht op deze plek door te brengen probeerden we om in etappes de weg terug naar São José dos Auscentes te volbrengen. Maar helaas, het stukje dat we konder rijden werd bij elke poging steeds korter....Elke keer zodra de motor ook maar een beetje warm werd hield hij er mee op, en moesten we eerst een dik kwartier wachten tot we de volgende poging konden wagen. Totdat we op een korte helling omhoog echt strandden: dit was toch echt te veel van het goeie, en zelfs met koude motor trok hij het niet.

Dan maar wachten op weer een toevallige passant. Maar ja, die kwamen niet meer... Toen besloten we maar dat ik de tien kilometer bij nacht en ontij terug moest rennen naar São José om hulp te halen.

Zo gezegd zo gedaan; en gelukkig voor mij bleek die tien kilometer maar drie kilometer te zijn - zover waren we toch al weer gevorderd met bij stukjes en beetjes elke keer een paar meter rijden. Meteen aan het begin van het dorp was een mecanica, en daar aangeklopt. Hoewel het inmiddels half elf of zo was, waren ze nog niet naar bed. Twee jongens begonnen hun gereedschap in een oude kever te laten, en we togen terug naar de bus, de verlatenheid van de hoogvlakte in.

Bij de bus hield Ingeborg ons aan: pas nadat ze haar verhaal had gehouden zag ze in het donker, dat ik ook in die kever zat - ze had me nog niet zo snel terug verwacht, uitgaande van 10 km lopen in plaats van 3.

Wat er vervolgens allemaal gebeurde achterin die bus is ons nog steeds onduidelijk. Onderdelen die er volgens ons niets mee te maken hadden werden losgemaakt, de distributiekap werd met een mes bewerkt, en na bijna een uur besloten ze dat het hopeloos was.

Ik met een van de jongens terug in de kever - de andere bleef bij Ingeborg, Jefferson en de kinderen achter bij de bus. Op ging het door het nachtelijke dorp. Hier aanbellen - geen resultaat. Of toch: na een kwartier aanbellen kwam er een slaperig iemand aan de deur. Daar aanbellen - ook daar kwam iemand aan de deur, dit keer niet slaperig, maar duidelijk met enige drank op en duidelijk ook niet van zins zich weg te laten plukken bij een feestje. En na nog wat rondtoeren, leek het er op dat we onverrichterzake weer terug zouden gaan naar de bus, toen we net tegenover de mecanica, bijna aan het eind van het dorp, iemand troffen die bezig was om een soort kruising tussen een camper, een veewagen en een vrachtwagen uit te laden.

Een dikke man met een harde stem, die vrij kortaf precies het naadje van de kous leek te willen weten, terwijl de mecanica-jongen steeds bijna fluisterend antwoordde - maar uiteindelijk kwam de man inderdaad mee.

Bij de bus aangekomen werd er een dik touw uit de truck gehaald, werd de bus aan de truck gebonden, en toog het langzaam in optocht terug naar het dorp. Ik voorin bij de dikke man, en Christian, de mecanica-jongen die bij Ingeborg was gebleven, achter het stuur van de gesleepte bus om bijtijds te remmen en bij te sturen - en helemaal achteraan de jongen die mij rondgereden had in de kever.

Terug in het dorp stelde de dikke man zich voor als Sergio, en bleek hij heel aardig: we konden met z'n vieren (Ingeborg en ik) in zijn huis slapen (Poussada's was niks op dit tijdstip), Jefferson zou op de spuma (schuimrubber) in de bus blijven slapen, en de volgende ochtend zouden we verder zien.
De volgende ochtend werden we wakker in een kamertje met aan de ene kant een lekker tweepersoons bed, en aan de andere kant een stapelbed met Jitse er in.

Beneden snel Jefferson uit de bus gehaald - die arme jongen bleek het toch wel wat koud gehad te hebben ondanks z'n warme slaapzak, en ons dekbed van thuis dat we bij hem achter hadden gelaten - hij schatte de termperatuur op 3 graden. Sneu, hij had eigenlijk ook best in het huis kunnen slapen... In de keuken was het ondertussen reuze gezellig: ontbijt met lekkere broodjes, fruit, en Sergio was aan een stuk aan het woord. Hij vervoerde in de zomer toeristen met z'n truck; maar zijn belangrijkste bezigheid was toch wel musciseren. Samen met z'n vrouw Marletta speelden ze op gitaar en accordeon religieuze liederen in de kerk.

Jitse vindt het maar niks, die profane liederenAl snel kwam inderdaad de gitaar en de accordeon te voorschijn, en ook Jefferson kreeg een gitaar in handen gedrukt. De liederen hadden inderdaad Jezus als thema, totdat er overgeschakeld werd op een andere Braziliaanse religie, en de teksten ineens over de Chimarrão, feestvieren en mooie vrouwen gingen. En zo werd het heel gezellig, en zelfs Jitse (die niets van mensen die hij nog niet of nog maar net kent moet hebben) heeft het er nu af en toe nog over dat we nog eens bij die meneer langs moeten.

Maar daarna volgde een saaie ochtend bij de monteurs, die uiteindelijk erkenden dat ze het ook niet wisten, en dat die bus elders gerepareerd moest worden. Toen werd het tijd om spijkers met koppen te slaan: Sergio zou ons als taxi naar de plaats van bestemming brengen, de bus zou bij de mecanica's blijven, en wij zouden vanuit de plaats van bestemming menig telefoontje plegen hoe dat nou verder moest met die bus, hoe en waar hij naartoe moest ter reparatie, en wie dat zou betalen...

Maar eerst stapten we bij Sergio in de taxitruck, om uiteindelijk dan toch nog op onze plaats van bestemming aan te komen: Arco Verde.

(wordt morgen vervolgd)

Gehobbel in de rimboe

Afgelopen weekend namen we een lang weekend: dinsdag 1 mei is hier een vrije dag, en maandag namen we er gewoon bij. Jefferson, een collega-programmeur hier bij strohalm (Instrodi), wist een "eco-community" in de bergen in een afgelegen achterhoek van deze deelstaat, 300 km verderop.

Dus gingen we samen met Jefferson in onze bus op pad. Na wat stops onderweg (bij een watervalletje en bij een restaurant om te eten) kwamen we in Cambara do Sul, een bergdorp zo'n 200 km van Porto Alegre. Dit kenden we al: hier waren we 3 en een half jaar geleden ook al geweest, en daar had ik Wodan, als enige overlevende van een nest pups in het bos, van een wisse dood door de Chimango's gered. Wodan hebben we destijds achter gelaten bij een jongen en een meisje die daar de enige buitensport-winkel runden - zij was net op zoek naar een hondje.

Maar helaas hadden we geen tijd om te kijken of Wodan er nog was of niet, want het was al tegen zessen, en al dachten we dat we er al bijna waren, al te laat aankomen wilden we ook niet.

Helaas viel het nogal tegen: Naar Sao Jose dos Ausentes, het volgende dorp, was het nog 50km, en daarna zou het voor nog eens 50km echt de leegte ingaan. In totaal nog 100 km, maar asfalt kennen ze niet meer vanaf Cambara, dus die hele afstand over enorme rammelpistes. De maximumsnelheid was 40 km/h.

Na ruim een uur gehots kwamen we rond acht uur 's avonds aan in Sao Jose dos Ausentes. Volgens de inwoners is dit de koudste plek van Brazilië - de gemiddelde jaartemperatuur schijnt er 13 graden te zijn, en het ligt op 1200 m hoogte - en 's winters schijnt het er zelfs zo koud te zijn dat er wel eens sneeuw blijft liggen. Volgens collega Luis is dat echter vooral een publiciteitsstunt van het toeristenbureau daar, omdat dan half Porto Alegre er naar toe trekt om ook eens sneeuw te kunnen zien - maar aangezien het nogal moeilijk bereikbaar is (geen asfaltwegen er naar toe) is tegen de tijd dat de toeristen dan aankomen de sneeuw meestal al weer gesmolten.

Na een lange eetpauze trokken we verder, nu echt de verlatenheid in. De weg was zowaar zelfs beter dan voorheen, en hoewel het nog steeds geen asfalt was, haalden we af en toe zelfs meer dan 50 km/h. Maar helaas, na 10 km ging het mis: ineens - van het ene moment op het andere - kon je gas geven wat je wilde, maar de bus reageerde er niet meer op, en langzaam kwamen we tot stilstand.

Daar zaten we: in de vrieskou, een bus die het niet deed, in een niemandsland waar er geen verkeer was, zouden we moeten overnachten tussen de wilde dieren.... In de verte huilde al een wolf...

(wordt morgen vervolgd)

vrijdag 27 april 2007

Huisdieren (2)

Vorige week schreef ik over "huisdieren". Deze heb ik helaas gemist, want ik was niet thuis. Ingeborg trof gister een kolibri aan in huis. En dat terwijl ik er nog niet één gezien heb in de periode dat we hier nu zijn (dat is trouwens vooral toeval, want ze komen redelijk veel voor).
Het beestje probeerde wanhopig door het glas van de schuifdeur naar het balkon te vliegen, maar dat lukte natuurlijk niet. Ingeborg heeft snel een foto gemaakt en toen de deur open gedaan.

Het gaat om een "Gilded Hummingbird". Volgende keer thuisblijven dus, als je vogeltjes wilt zien :-)

woensdag 25 april 2007

Een poppe

Jitse zat vandaag weer eens enorm te pielen met zijn eten: het schoot maar niet op en hij zat meer te spelen dan dat er happen naar binnen gingen. Op een zeker moment zei ik dat hij zijn bord nog niet leeg had...

Jitse: "nee, maar jij moet mij voeren".
Rinke: "voeren? Nee hoor, je bent groot genoeg. Je bent toch geen baby?"
Jitse: "wel, ik ben wel een baby!".

Op dat zelfde moment duwt hij z'n beide handen in het eten en begint er mee te kleien zoals Ibricht dat ook wel kan doen.

Jitse, triomfantelijk: "Kijk maar, ik ben wel een baby, je moet me dus voeren".
Rinke: "Als jij een baby bent, dan moet je nu naar bed, want het is allang baby-bedtijd". ...

En toen was Jitse ineens dus geen baby meer.


Of nog zo'n gesprek:

Jitse wil aan een apparaat zitten waar hij niet aankomen mag:

R: Ik zeg het niet nog eens, als je er toch aankomt ga je naar je kamer.
J: maar ik heb mijn ogen dicht, kijk maar
(doet zijn ogen dicht)
J: kijk, ik slaapwandel, dan weet ik niet wat ik doe en zie ik niet wat ik doe
R: Dus dan kan je er niets aan doen als je het toch aanraakt?
J: Nee, dan kan ik er niks aan doen.. ik slaap
R: oh, wat zielig Jitse, dat je dan straks toch helemaal onschuldig naar je kamer moet als je het toch aanraakt...

Rubem Berta

Ik ben vandaag met de onibus (het Openbaar Vervoer, de bus) op stap geweest naar het project waar ik 2 dagen per week zal gaan werken. Ik moest 1 keer overstappen, en heb er in totaal dik 2 uur over gedaan.
Rubem Berta, de wijk waar ik moest zijn, ligt helemaal aan de andere kant van Porto Alegre. In deze wijk loopt momenteel een project om het aan(ge)zicht te verbeteren. De bedoeling is dat daarmee mensen ook meer het gevoel krijgen dat ze invloed hebben op hun leefomstandigheden en hun leven. De wijk is 20 jaar geleden ontstaan toen een grote groep mensen leegstaande, nog onafgebouwde flats kraakten. Die flats stonden al lang leeg, en waren nooit afgebouwd. Er waren geen daken, ramen of deuren. Er was toen nog niets in de wijk. Inmiddels wonen er 30 duizend mensen, in 5000 flats, en nog wat huisjes die ertussen gebouwd zijn. (soms heel aandoenlijk, met een tuintje eromheen met bordjes op stokjes. Enkele teksten: "Deze tuin is gezegend". "welkom voor alle vrienden". Wel altijd een (hoog) hek eromheen.
Er zijn een kinderdagverblijf, een gezondheidscentrum (dat eigenlijk te klein is voor de wijk) en er zijn heel veel kleine winkeltjes. Micro empresas. Verder is het aandeel werkelozen heel hoog. Ook zijn er veel drugs- en criminaliteitsproblemen.

Wat ik daar precies ga doen ligt nog helemaal open. Ik moet het zelf bedenken en er mensen enthousiast voor maken. In elk geval gaat het om sociale activatie, en het betrekken van meer mensen bij het project dat daar gaande is.
Ik heb al met verschillende personen kennis gemaakt. Onder andere een boel van de "moradores validosos"(moedige bewoners) van de eerste garde. Zij hebben zich verenigd in een organisatie die heet AMORB (Associacao de Moradores (=bewoners) de Rubem Berta), kennen elkaar van haver tot gort, en houden een oogje op de wijk. Verder zijn ze heel actief in het ontwikkelen en stimuleren van initiatieven, en roepen ze wijkvergaderingen uit etc. Aan de muur van hun honk hangt een vlag, gemaakt ter viering van de eerste drie jaar nadat de flats gekraakt waren. Verder ook jongere gezichten.

AMORB (draagt het woord Amor (= liefde) in zich) is begonnen de bewoners te stimuleren de flats, die nog nooit waren geverfd en bestonden uit de ruwe betonblokken, te laten verven. Een gebouw wordt geverfd, en terwijl het geverfd wordt, sparen de bewoners van die flat voor een andere flat die gaat worden opgeknapt. Zo ontstaat grote betrokkenheid en sociale controle, want het is in ieders belang dat mensen zich aan hun afspraken houden. Het is echt enorm wat een verschil voor de wijk die geschilderde flats maken. Mensen zijn er heel trots op, en het is echt een sprong van troosteloosheid naar hoop.

Hoe het verven van de flats begonnen is mij nog niet duidelijk. Mijn Portugees is nog niet goed genoeg, maar Rinkes organisatie, STROhalm heeft hierop ingehaakt met hun lokaal geld systeem. Dit om het verven van de flats, en ontwikkeling van de lokale economie te faciliteren en een extra impuls te geven. Ook wordt het gebouw van AMORB opgeknapt en uitgebreid met een extra verdieping. Er komt een creche te zitten waar ook babies terecht kunnen (was er nog niet), en een restaurant waarin het lokaal geld gebruikt kan worden, en wat een leerervaringsplek kan zijn voor jongeren in de wijk. Op dit moment zijn er in het gebouwtje ook al informaticalessen, en knutselgroepjes voor jeugd van 14 tot 18.

Verder zijn er ook, in een soort samenwerkingsproject van Strohalm met een lokale bank en nog een organisatie, microkredieten te krijgen voor kleine bedrijfjes. Een aantal promodames gaan met foldertjes de straat op om hier bekendheid aan te geven. Het kan dan gaan om het aanschaffen van meel en boter voor het maken van koekjes om op straat te verkopen, of geld voor een diepvries, zodat je kleine winkeltje ook ijsjes kan verkopen. Het gaat om kleine bedragen die voor veel van deze bedrijfjes zelf niet voor te schieten zijn, maar hen wel een impuls kunnen geven naar een rendabeler bestaan. De rente is 1.75 % per maand, en soms een aantal maanden vrij. Bij de gewone bank kunnen dergelijke kleine bedragen (van 50 tot 1500 euro) niet worden geleend, en als dat al zou kunnen bedraagt de rente al gauw 5 a 6 procent per maand. Bij een geldschieter, die wel kleine bedragen uitleent, bedraagt de rente misschien wel 10 a 12 % per maand. Een onneembare hindernis....

vrijdag 20 april 2007

Lost in Bom Jesus

Zona Sul, Zona Norte, Menino Deus, Azenha.. In hemelsnaam, waar was ik?! De 3 baans weg waarmee ik zo comfortabel naar Canoa was gereden om mijn nieuwe broek op te halen leek in de verste verte niet op de weg waarop ik nu de terugreis aanvaarde. Hobbel de hobbel over de casseien, verkeer dat links en rechts inhaalt, en een beetje meedelijden met een arme verdwaalde ziel was er niet bij. Na een paar keer de weg gevraagd te hebben, maar helaas maar weinig van het antwoord te verstaan ... zag ik ineens een afslag naar de Praia de Belas (het strand van de kaarsen). Een inmiddels bekende straatnaam. Daar dus maar heen. Maar helaas, ik reed de verkeerde kant op, en ergens een legale of een illegale U bocht maken zat er niet in. Na een aantal keren tevergeefs rechts en links afgeslagen te hebben kwam ik weer terug op de Praia, maar helaas weer in de verkeerde richting. Vervolgens kwamen van alle kanten de politieauto's en agenten te paard op mij af. Sirenes aan, helmen op. Het leek wel ME. En een boel geschreeuw! Tuterende auto's. Deed ik weer iets verkeerd? Nee. Het voetbalstadion kwam uit, en alle suporters gingen feest vieren. Vlaggen, rode t-shirts, genieten van de macht van een uitgelaten meute.
Daar zit je dan met twee kinderen bij 35 C in de schaduw, vast in de file in een volkswagenbus. Maar een flesje limonade had ik nog wel bij me, en anders speelden de ambulante verkopers met hun koelboxen handig in op de gekte van het moment.
En toen we enkele minuten later de ingang van de feestparkeerplaats waren gepasseerd was al het leed geleden en schoten we weer lekker op.
En Bom Jesus? Bom Jesus (goede Jezus) is een wijk van Porto Alegre. Zover waren we gelukkig nog niet afgedwaald, maar ik vondt het gewoon een mooie titel voor dit stuk.

donderdag 19 april 2007

Huisdieren


We hebben ook huisdieren hier in Brazilië. Hier zie je eentje; ik schat dat er her en der verspreid door ons huis een stuk of drie, vier van deze beestjes zitten. Het is een gekko, een klein hagedisje. Gekko's zijn beroemd vanwege het feit dat ze als een vlieg aan het plafond kunnen hangen, en zelfs zulke krachtige kleefpootjes hebben dat ze ook nog ondersteboven aan een glasplaat kunnen hangen. Op de foto zijn de zuignapvingertjes duidelijk te zien. Het zijn kleine beestjes (zo'n 6 cm), en je ziet ze eigenlijk alleen 's avonds of bij nacht.
Ze schijnen vooral insekten te eten, en daar zijn we erg blij mee, want muggen zijn er hier te veel. Op de foto kun je trouwens zien dat dit beestje een stuk van z'n staart kwijt is. Zoals de link hierboven ook al vertelt, kunnen gekko's een stuk van hun staart laten vallen als ze bedreigd worden.

Daarnaast hebben we ook wat minder leuke huisdieren, hoewel het over het algemeen met het ongedierte hier reuze mee valt. Heel soms zien we een enkele kakkerlak, maar dat valt nog reuze mee vergeleken bij Curacao. Wel zijn er zoals al gezegd redelijk wat muggen, maar op zich zijn dat er niet speciaal meer dan in Nederland tijdens de zomer.



Rondom het huis zijn natuurlijk ook nog zat beestjes. Over de vogels heb ik al uitgebreid verteld; maar vlinders zie je ook best veel.

woensdag 18 april 2007

oferandas

Bijna op iedere straathoek en aan de voet van elke wat grotere boom zie je ze. De offers. Uitstallingen van voedsel, vaak bonen, rijst en mais (meestal ongekookt), kaarsen, lucifers, soms sigaren, taart, of sterke drank. Uitgestald op rood vloeipapier, maar soms ook in aardewerken schalen, of creatiever, bijvoorbeeld een klein rood houten huisje. Regelmatig gaan de offers vergezeld van een pop in de vorm van een heksje op een bezemsteel.
Vandaag kwam ik op de hoek van de straat waar Jitse en Ibrich "naar school gaan" een pizza-offer tegen, zo groot als een hand, en.. in de vorm van een hand...

Met de kinderen gaat het goed. Jitse begint al wat meer portugese woorden te kennen, al duurt de schooldag hem, net als in nederland elke dag te lang. Elke avond proberen we nu ook naar de speeltuin te gaan voor de sociale contacten, én om met Jitse en Ibrich te voetballen. Lekker rennen, en een boel lachen, en ook een boel gepiep en gezeur want de bal afstaan aan een ander blijft moeilijk... Ook echt lullig dat pappa er vóór gaat staan in het doel, als je een doelpunt wilt maken.
Ibrich is dol op de schommels, en op de wip (het zijn er drie en steeds wil ze er af, om weer op een volgende wip te gaan zitten). Ook heeft ze de (best wel steile) glijbaan ontdekt. Klimt helemaal zelf naar boven, en glijd er dan af. En dat alles bij het licht van de straatlantaarns, de maan en de flakkerende kaarsen van de offers, want het wordt hier al vroeg donker, en vanwege de siesta 's middags gaat iedereen later naar bed.

Dat de ratten en de kakkerlakken zich de offers goed laten smaken, is duidelijk. Maar soms vraag ik mij stiekem af. Hoe zit het met de échte armoedzaaiers. Zouden die het aandurven de offers te plunderen?

donderdag 12 april 2007

white eared oppossum


Afgelopen weekend hebben we voor het eerst een tripje gemaakt met onze nieuwe bus. Rinke vogelde met behulp van kaart, satelietfoto's van internet, én nog een kaart van internet een leuk doel uit. Het Ilha Grande dos Marinheiro. Dit ligt hemelsbreed zo'n 6 km van ons huis - maar aangezien dat een eiland in de rivier is, moesten we een heel eind omrijden. Al die verschillende bronnen waren wel nodig, want de kaarten niet te vertrouwen. Zo kan het zijn dat een grote rivier gewoon niet op de kaart wordt weergegeven.
Het bewuste eiland van de zeebonken/vissers, is het middelste van drie grotere eilanden in de grote rivier, waaromheen Porto Alegre ligt. Aan onze kant heet de rivier Rio Guaiba, aan de andere kant Rio Jacui. De eilanden worden, als kralen aan een ketting, verbonden met de vaste wal door een lange snelweg.

Toen we eindelijk de drukke stad uitwaren kwamen we al gauw op het bewuste ilha. Eerst sloegen we maar eens linksaf, in zuidelijke richting. Dat was best een avontuur, want de weg was een grote hoop ruw los grint, en de huisjes erlangs waren beslist armoedig. Rond sommige huisjes/ krotten was het gewoon een soort vuilnisbelt, vol plasticzakjes en andere troep, en daartussen scharrellen dan kippen en honden, en af en toe een geit. Omdat de wielen ver wegzakten in het grint, zag ik ons al vast komen te zitten, en dat zou voor mij niet de eerste keer geweest zijn met een VW bus!. Maar omdat we ook andere auto's de weg zagen nemen, besloten we het erop te wagen en door te rijden. Plotseling hield de weg op, Er kwam een hek inzicht, waarnaast iets stond van ‘tarifa’s’ (prijzen), “lanches” en dat je er niet mocht jetskieën. Het bleek een camping te zijn, prachtig en rustig gelegen, aan de punt van het eiland. We raakten in gesprek met een groepje Brazilianen, Twee ervan, Joel Leonardo, en Mariana bleken verrassend goed frans en engels te spreken. Ze kwamen net terug na 5 jaar Frankrijk waar ze waren gepromoveerd. Hij in de micro-electronica, en zij op het gebied van de kinderoncologie. Het waren heel aardige lui die wat hebben verteld over de omgeving, en het was leuk om weer even een vlotte conversatie te kunnen voeren na al dat gehannes in het portugees.

Op de camping liepen, gewoon los, enkele paarden rond. Joel en Mariana vertelden dat die van degenen waren, die de camping onderhielden, en er ook het gehele jaar woonden. Ik vond het wel gezellig. Na lekker gespeeld te hebben in de speeltuin, waar ze ook een kraantje hadden…(Jitse drijfnat en helemaal blij) en een klimrek… (Ibrich helemaal bovenin). Gingen we nog wat in de rivier spetteren, die daar redelijk schoon is. Daarna nog een wandelingetje waarbij Rinke en Jitse in diverse bomen klommen. Uit één daarvan werden ze echter verjaagd door een luid gehis. Dit bleek een opossum te zijn. Alleen de snuit was zichtbaar in een holte in de boomstam. Maar het was een beest van zeker 50 cm lang.
De foto bovenaan is niet van ons, maar van internet… De foto hiernaast is wel van ons. Een oppossum is trouwens een buideldier, die als ze in gevaar verkeren in een soort katatone toestand raken waarbij ze enorm gaan stinken als een dood beest. "Play possum" schijnt dan ook een amerikaanse uitdrukking te zijn die hierop slaat. Gelukkig hebben we het arme beest niet té bang gemaakt.

woensdag 11 april 2007

tercera impressão

Iedere dag komen we weer een stapje verder. Zo heb ik vandaag bijvoorbeeld postzegels gekocht! De ene dag is het stapje iets groter (VW combi) dan de andere, maar toch..
Jitse en Ibrich gaan nu op de dinsdag en de woensdagochtend naar de kleine zeemeermin, en dat gaat best goed. Ik ben zo trots op ze! Vooral op de kleine stoere Jitse die er natuurlijk veel meer van mee krijgt dan brabbelende peuter Ibrich. Je moet je maar voorstellen dat je daar gedumpt wordt tussen al die kinderen en een juffrouw, en dat niemand iets begrijpt van wat je zegt, en omgekeerd... Maar na twee natte broeken is het woord xixi inmiddels bekend. En, getuige het enthousiasme waarmee hij thuiskwam met een zelfgekleurde paashaas op een ijslolliestokje, vindt hij het best wel leuk daar.

Ibrich komt trouwens iedere keer dat ze er geweest is thuis in een andere outfit uit haar tasje dan waarin ze van huis ging. Ook maken de juffen mooie staartjes in haar haar. Ze zullen me wel een moeder van niks vinden, maar het lukt mij écht niet om zulke leuke staartjes te maken. Als ik het doe zitten ze helemaal schots en scheef!

Morgen ga ik lunchen met de collega’s van Instrodi en mijn licht opsteken wat Henk en Camilo (baas en projectleider) met mij van plan zijn. Henk is net aangekomen uit Nederland.

zondag 8 april 2007

Eten in Brazilië

Voor een Braziliaan moet uit eten gaan in Europa een enorme deceptie zijn. Je komt in een restaurant, moet minstens een uur wachten voor je wat krijgt, wat je krijgt is vrij weinig, het is duur, en je kan maar één gerecht kiezen. Hier gaat dat heel anders.

We gaan hier vrij vaak uit eten, omdat het doorgaans heel goed is en helemaal niet duur. Doorgaans ben je in een restaurant zo'n 5 euro per persoon kwijt voor een uitstekende maaltijd. De meest populaire restaurants zijn lunch-restaurants. Er wordt hier 's middags tussen twaalf en één meestal warm gegeten, en velen doen dat in een restaurant. Brood wordt eigenlijk alleen "er bij" gegeten, voor brood moet je dus niet zijn in dit land (en het brood is dan ook absoluut flut).


Deze restaurants zijn vrijwel altijd buffets: je stapt er binnen, en kunt vrijwel meteen opscheppen vanuit een enorm gevuld buffet met vaak een zeer grote keuze uit van alles en nog wat. Ik als vegetarier kom ook absoluut niets te kort, want hoewel het hier in Rio Grande do Sul grote vleeseters zijn, is er zoveel keus, dat er altijd meer dan genoeg bij zit wat geen vlees of vis is.

De voordelen boven Europese restaurants zijn evident: je hoeft nooit te wachten, en je kunt zo veel opscheppen als je zelf wilt, en ook van zoveel mogelijk verschillende gerechten als je zelf goeddunkt. In veel restaurants betaal je per kilo (je bord wordt gewogen), maar onbeperkt opscheppen voor een vaste prijs komt ook veel voor.












De keuze is zoals gezegd groot: altijd een flink aantal salades, fruit, vlees, vis, rijst, bonen, aardappels, verscheidene soorten groenten (meestal minstens broccoli, bloemkool, rode kool, wortels, en rode biet, vaak nog een aantal meer), en vaak ook nog verschillende soorten quiches, gefrituurde balletjes van het een of ander, bakbananen, etc etc. En dan is er meestal nog een aparte tafel met toetjes.

Ook in pizzeria's gaat het er heel anders aan toe dan in Europa. In een pizzeria bestel je niet één pizza waar je vervolgens 20 minuten op wacht, en die je dan in je eentje opeet. Het systeem hier heet "pizza-caroussel". Dit houdt in dat er verscheidene obers continu de hele eetzaal doorgaan met steeds weer andere pizza's, en aan elke tafel stoppen en daar een punt aanbieden. Je kunt zelf kiezen of die betreffende pizza je aanstaat of niet. Bevalt deze je, dan neem je een punt; lijkt het je niks, dan wacht je twee minuten tot de volgende soort pizza langsgebracht wordt. Ook hier weer: zeer ruime keus, tot aan de meest bizarre soorten pizza's (b.v. pizza met marshmellows - wat mij betreft echt walgelijk, maar geen probleem dus, even later komt er wel een pizza langs die wel lekker is). En ook hier weer: veel beter dan het in Nederland gaat - want je kunt een heleboel verschillende pizza's uitproberen.

"Voor een Braziliaan moet uit eten gaan in Europa een deceptie zijn" begon ik dit stuk. Maar er is natuurlijk ook een soort van Brazilianen die nooit uit eten gaan; niet in Europa - want daar zullen ze nooit komen - en net zo goed niet hier. Het bizarre is dan weer dat dit soort van Brazilianen ook hier in het rijke zuiden toch heel dicht bij is: net buiten het raam van het restaurant waar je eet, zit dan een indiaanse vrouw rieten manden te vlechten met drie kinderen bij zich. Het meisje van zes loopt dan met die manden te leuren bij voor het stoplicht wachtende automobilisten - maar veel respons krijgt ze niet.

vrijdag 6 april 2007

Vogelen in Brazilië (2)

Zoals ik in de vorige post al uiteenzette, is de vogelwereld hier compleet anders, met name op het gebied van zangvogels.

Porto Alegre afficheert zichzelf als een van de groenste steden van het land. Er is dus genoeg te zien aan vogeltjes - alhoewel het meeste dat ik tot nu toe gezien heb vooral typische stadvogels zijn. Hier een aantal van de zeer veel voorkomende vogels hier:

Huismus:
Iedereen wel bekend. Vanuit Europa heeft dit beestje in de voetsporen van de mens de hele wereld veroverd, dus ook Zuid Amerika. Ze schijnen hier nog niet eens zo lang te zitten (nauwelijks 20 jaar), maar het stikt er wel van. De berichten die in de Nederlandse media af en toe opduiken over dat de huismus "op uitsterven staat" mogen dan ook met een dikke korrel zout genomen worden. In Nederland is hij inderdaad gedaald van de eerste plaats naar de tweede in de top van de meest voorkomende vogels (oei, wat is hij dan dus zeldzaam zeg), maar het gezeur over de achteruitgang van de huismus krijgt helemaal een wat bizar tintje als je je dan ook nog bedenkt dat het beestje vrijwel alle continenten van de wereld veroverd heeft vanuit Europa, en dat het daarmee waarschijnlijk de meest succesvolle vogel ter wereld is.

Rufous Hornero:
Een "ovenbird", een grappig pedant en uiterst luidruchtig vogeltje, loopt als een spreeuw, heeft de grootte van een merel en de houding van een kauw, en de kleuren van een nachtegaal (roodbruin dus), met een lichtjes gekromde snavel. Ook al is het een zangvogel, van die zang moet je je niet te veel voorstellen; het lijkt nog het meest op de roep van een groene specht, maar dan luider en schetterender. Houdt er speciaal van om vanaf electriciteitspalen (die er hier in elke straat bij tientallen zijn) luidruchtig naar soortgenoten te roepen - en in die palen metselen ze ook grote ronde bolvormige nesten van klei. Komt in elke straat voor.




Great Kiskadee:
Ook een uiterst luidruchtig beestje. Valt onder de "Tyrant flycatchers", en is fel geel van onder, met een zwartwitte streep door het oog. "Kiskadee" is wat de amerikanen in zijn luide geroep horen, maar de Brazilianen horen er "bem te vie" in. Gedraagt zich als een soort van Vlaamse Gaai. Zo groot als een merel.







Sick's Swift:
Een gierzwaluw, vrijwel altijd als je naar de lucht kijkt zie je wel een paar. Wel een lastig beestje, want pas sinds het jaar 2000 is besloten dat deze soort bestaat. Daarvoor werd het als een ondersoort van een andere soort gierzwaluw beschouwd.

House Wren:
"wren" is de amerikaanse naam voor winterkoning. Waar we in Europa maar één soort winterkoning kennen, komen er hier tientallen soorten voor. Deze is wat minder klein en heeft een minder opgericht staartje dan de europese, maar lijkt er verder wel veel op. Toch nog iets van herkenning dus, in de vogelwereld hier.

Sayaca Tanager:
De Tanagers horen weliswaar tot de "echte" zangvogels of Passeri, die grote deelgroep die ook bij ons voorkomt. Maar Tanagers vormen daarbinnen weer een familie die totaal NIET bij ons voorkomt. Het zijn vogeltjes ter grootte van een mus, met een wat vinkachtig voorkomen, en over het algemeen erg bonte felle kleuren. Er zijn flink wat soorten van, maar eentje komt echt in elke straat voor: de Sayaca Tanager. Dit is trouwens een van de minst fel gekleurde Tanagers: grijzig met een blauwe zweem over de vleugels.

Eared Dove:
Deze kenden we nog van Curacao, daar kwam hij ook voor. Een duif die erg lijkt op onze Turkse Tortel, maar daar verder niet heel erg mee verwant is (behalve dan dat het ook een duif is).

Ruddy Ground Dove:
Het stikt hier van de piepkleine duifjes - iele grappige beestjes die nauwelijks groter zijn dan een mus, en heel veel voorkomen.


Zwaluwen:
Een groep die in beide werelden veel voorkomt is de zwaluwen. Je ziet hier meestal wel een paar zwaluwen als je op een willekeurige plek naar de lucht kijkt. Het kan zelfs zijn dat je dan wat oude bekenden ziet, want ook onze boerenzwaluw en onze oeverzwaluw komen hier voor. Maar meestal zijn het andere soorten. Wel een lastige groep, want er komen beduidend meer soorten voor dan bij ons, en de meesten lijken behoorlijk op elkaar. Ik ben er nog niet uit welke hier nu veel rondvliegen. Er zijn een aantal soorten die sterk verwant zijn aan onze huiszwaluw en die veel voorkomen.

Rufous Bellied Thrush:
En ook hier weer herkenning: dit is gewoon onze merel. Hij ziet er net zo uit, is net zo groot, gedraagt zich net zo, en is bijna net zo algemeen. De kleuren zijn alleen anders: bruin met een bruinrode buik. Hij is dan ook nauw verwant met onze merel. Er komt trouwens nog zo'n soort beestje voor, die iets minder algemeen is, maar ook bepaald niet zeldzaam. Deze is in plaats van roodbruin cremekleurig op de buik, en heet dan ook "creamy bellied Thrush".

Bananaquit
Een beestje waar het ook van stikte op Curacao. Hier zijn ze iets minder algemeen, maar toch zie ik ze regelmatig bij de boom achter huis. Klein, geel, en met een kromme snavel. De wetenschap weet qua indeling totaal niet wat ze met dit beestje aanmoeten; het is de enige in z'n familie, er is niets wat er op lijkt, en het is totaal onbekend waar hij bijhoort. Iets wat je trouwens wel vaker ziet in de vogelwereld hier: daar waar in Europa alles toch wel behoorlijk bekend is, is van veel beestjes hier nauwelijks bekend wat de verwantschappen nou eigenlijk zijn en waar ze bij horen. Zo kan het gebeuren dan een hele groep van vogels ineens in compleet andere familie wordt geplaatst.


En tot slot, voor de Friezen:
Southern Lapwing oftewel Zuidelijke Kievit.
Op elk lekker kort gehouden grasveld dat groter is dan een half voetbalveld zie je dit beestje wel. Hij komt heel veel voor, veel meer dan onze kievit. Het is een exotisch gekleurde variant van onze vogel, en hij staat wat hoger op de poten, maar verder qua gedrag en voorkomen heel erg herkenbaar.

donderdag 5 april 2007

Vogelen in Brazilië

Een heel fanatieke vogelaar ben ik niet, in de zin van dat ik er regelmatig op uittrek om bijzondere vogels te gaan 'scoren'. Dat komt eigenlijk vooral omdat zeldzaamheden me eigenlijk helemaal niets zeggen. De leukste vogeltjes vind ik altijd nog de meest gewone, die je overal in elke wijk kan zien. Omdat zangvogels mijn favoriete groep is, is voor de herkenning het geluid veel belangrijker dan het zien van de vogel.

Daarom had het wat een wrang gevoel om juist in deze tijd van het jaar, midden in het losbarsten van het vogelzangwalhalla, te vertrekken naar het buitenland. Maar, om met een filosofies voetballer te spreken: "elk nadeel hep se voordeel": in een ander deel van de wereld zijn ook vogeltjes. En dat vogelen is hier een enorm avontuur, want waar ik in Nederland elk zangvogelpiepje onmiddelijk herken, wordt je hier weer helemaal op kennisniveau nul teruggeworpen, en kun je weer helemaal opnieuw beginnen. Heel spannend, maar ook heel lastig.

Want anders is het hier. Juist die wereld van de zangvogels is zo enorm verschillend, dat er nauwelijks overeenkomstige groepen zijn. Onder de niet-zangvogels is alles nog redelijk herkenbaar: ook hier heb je roofvogels, uilen, nachtzwaluwen en eenden, om maar willekeurig wat families te noemen. Natuurlijk heb je hier wat families die bij ons niet voorkomen (zoals kolibri's en papegaaien), maar die zijn dan ook meteen heel makkelijk te herkennen.

Anders is dat bij de zangvogels: daar is dus vrijwel niets hetzelfde. Dat komt omdat, evolutionair/taxonomisch gezien, de zangvogels opgedeeld worden in twee enorme grote groepen: de "suboscines" of Tyranni, en de "passerines". Het verschil zit 'm in onder andere een heel andere anatomie van het orgaan om geluid mee te maken (bij ons de stembanden, bij zangvogels werkt dat heel anders). De Passerines ofwel "gewone" zangvogels komen overal op de wereld voor, hoewel ze in de oude wereld beduidend beter vertegenwoordigd zijn dan in de nieuwe. De Subocines komen alleen in de nieuwe wereld voor - en zijn dus de groep die hier het beste vertegenwoordigd is. De zangvogels (en met name de Subocines) zijn dus zeer duidelijk ontstaan op een moment in de evolutie dat de Amerikaanse continenten al lang en breed buiten vliegafstand waren van de meeste zangvogeltjes. Hoewel vogels natuurlijk vaak enorme afstanden kunnen vliegen tijdens trektijd, is die trek altijd klimaat-gerelateerd, en vind daarom eigenlijk alleen in Noord-Zuid-richting plaats. Daarom zijn er dus vrij weinig zangvogelfamilies geweest die vanuit de oude wereld de oceaan overgewaaid zijn.

In Europa bestaan er onder de zangvogels enkele typerende enorme families met tientallen soorten - bij voorbeeld de zangers, en de lijsters. Het is dan heel bizar om te merken dat die zangers hier totaal niet voorkomen - het blijkt typisch een groep voor de oude wereld. Ook de lijsterachtigen zijn zwaar vertegenwoordigd in Europa, maar hier nauwelijks - grappig genoeg komen hier alleen enkele "echte lijsters" voor (verwant aan de merel dus), terwijl "lijsterachtigen" zoals roodborsten, roodstaarten en nachtegaalachtige beestjes hier totaal ontbreken.

De suboscines zangvogels kenmerken zich door enkele enorme families die hier voorkomen, zoals daar zijn de "ovenbirds" met meer dan 100 soorten, de "antbirds" met tegen de 150 soorten, en de grootste groep, de "Tyrant flycatchers", met meer dan 150 soorten - deze laatste niet te verwarren met de europese vliegenvangers, want die zijn totaal niet verwant, en komen hier dus weer helemaal niet voor.
Met name deze laatste groep is een crime, met hele bladzijden in het vogelboek van beestjes die er bijna exact hetzelfde uitzien, namelijk bruingrauw van boven en geelgrauw van onder (daarin lijken ze dus wel wat op onze zangertjes, maar dan met een beetje een haaksnaveltje en iets geler).

(wordt vervolgd)

woensdag 4 april 2007

Telefoongesprek

Jitse aan de telefoon met Opa:

Opa, ik bel even iedereen, want jullie moeten allemaal op de stoep komen. Vandaag ga ik Opa & Oma bellen, en als ik geslapen heb ga ik PaTette bellen, en als ik dan geslapen heb ga ik Jeesu (Jason) bellen, en als ik dan geslapen heb ga ik Rani bellen, en Aukje en Bassant ook, en Jeesu se Vader en se mamma.
Want jullie moeten allemaal hier komen want ik wil hier blijven want hier is het lekker warm maar niet te warm en Nederland is te koud. Ik wil hier altijd blijven en dan moeten jullie allemaal op bezoek komen.

Fiets

Ingeborg zit dan wel leuk verguld te zijn met onze toekomstige bus, maar er is nog meer te melden op vervoersgebied: sinds eind vorige week heb ik een fiets. Een echte "Caloi", een merk waar we in Europa nog nooit van gehoord hebben, maar wat hier het neusje van de zalm op fietsgebied schijnt te zijn. Ik heb 'm tweedehands gekocht bij een fietswinkel in de parallelstraat, twee blokken verder - hetgeen ook weer een avontuur op zich was, want het was er verrassend druk in die winkel. Speciaal voor mij hebben ze er een stevige bagagedrager opgezet, en een extra lange zadelpen - want Brazilianen zijn doorgaans toch een stuk korter dan ik.

Vanaf maandag fiets ik dus elke morgen naar het werk, een fietstocht van dik tien minuten. En hoewel het natuurlijk geen Nederland is, zie je nog redelijk wat fietsen in het straatbeeld. Op die trip naar het werk van pakweg 3 km zie ik elke keer wel twee of drie andere fietsers.
Meestal betreft het natuurlijk mountainbikes, en dat is in dit geval geen overbodige luxe. Het hellingspercentage hier in de straat onze heuvel op is volgens mij wel 20% - er is net tegenop te komen in een heel lichte versnelling, maar als je stil komt te staan kun je weer helemaal onderaan beginnen, want op gang kom je dan niet meer tegen zo'n steilte op.
Een andere "ellende" hier is de casseien. Op de foto van onze straat waren ze al te zien: in best veel straten (en dus ook in de onze) bestaat het wegdek uit granieten casseien, en daar kun je echt niet sneller dan 10 km per uur fietsen, want anders hots je zelf en je fiets helemaal uit elkaar.

Desalniettemin was het ontzettend goed om hier door de straten te fietsen - en deze fiets rijdt ook als een trein!! M'n collega Hugo vertelde trouwens dat de eigenaar van het pand waar Instrodi zit (mijn werk dus, Instrodi is de Braziliaanse versie van Strohalm) bepaald niet gecharmeerd is van fietsen. Ik heb een apparaatje om de deur van de parkeergarage onder het Instrodipand te bedienen, en parkeer m'n fiets daar in die parkeergarage. De eigenaar schijnt dat ten zeerste af te keuren, want een fiets is blijkbaar niet blits genoeg. Nou ja, we merken het wel als hij gaat klagen.

dinsdag 3 april 2007

Inburgering...

Elke dag raken we weer wat meer ingeburgerd. Na de mobiele telefoons (je kun ons voor 7 eurocent per minuut bellen, zie rechterkolom voor de nummers) Heb ik vandaag Ibrich en Jitse ingeschreven bij “a pequena sireia” (de kleine zeemeermin). Dit is een 'school' voor kindertjes van 0 tot 6 jaar. Net als in nederland gaan ze daar vanaf vandaag twee dagen per week heen. En dan maar hopen dat het portugees snel went... Dat ze "maar twee dagen" per week gaan deed wat wenkbrauwen fronsen, Veel kinderen gaan hier elke dag naar de opvang, en dan wel 12 uur per dag, anders zouden ze niet voldoende wennen. Maar toen ik zei dat ze in nederland ook twee dagen gingen was het goed.
Ibrich vond het meteen helemaal super, Jitse was er wat dubbel over. Aan de ene kant heeft hij er al maanden over dat hij naar school wil, net als Rani en Jason, maar als puntje bij paaltje komt hij liever thuis bij mama en papa.

Verder zijn we druk bezig onze bankrekeningen te plunderen. Elke dag halen we het maximale bedrag uit de geldmachine. Dat komt zo; we hebben een busje gekocht! Jullie mogen nu drie keer raden naar het merk, de kleur en de leeftijd.
Het merk hebben jullie vast goed (VW), de kleur misschien ook (wit) maar de leeftijd? Hij is maar tien jaar oud, en ziet er piekfijn uit. De motor is een rechtopstaande 1700 cc met twee carburateurs en ziet er ook goed uit. Wel zat er veel speling in de besturing maar dat zullen ze repareren.
Woensdag ga ik het opnieuw uittesten. Staks kunnen we dus leuke tripjes maken, én is er nog plaats voor de vele anderen die ons gaan bezoeken ;-) Er was trouwens ook nog een prachtige blauwe kever uit 1976, maar daar passen nauwelijks twee rugzakken in dus dat is niet praktisch. Maar mooi was ie wel, (Én vier keer zo goedkoop als in Nederland.)

Brazilie is het laatste land ter wereld waar nog oude kevers en “combi’s” worden gefabriceerd, en het stikt er hier letterlijk van. In elke straat zie je er wel twee of drie. Ook verrassend veel coole nieuwe auto’s zie je hier trouwens door de drukke straten scheuren, met achter het stuur natuurlijk een blitse boy met de geijkte zonnebril, tattoo’s en piercings. Die studio’s zitten hier ook zo’n beetje in elke straat.
En als de verhuizing naar Bahia (zo'n 2500 km naar het noorden) straks doorgaat, zijn we van plan er met onze bus heen te rijden als een soort van vakantietrip.


Zondag hebben we op het feest nog iets anders gekocht waar we erg verguld mee zijn. Een ingenieuze "bellenblaasmachine". Op de foto zie je Jitse er mee in de weer. Het is gemaakt van de bodem van een leeg priklimonadeflesje, daaraan vast zitten een ring en een buisje gemaakt van dunne plastic slang met een metaaldraad erdoorheen, en dit kan scharnieren. Als je door het buisje blaast komt de lucht precies in het midden door het ringetje, en voila. Een hele stroom bellen!

maandag 2 april 2007

Nog wat indrukken...

Gisteravond heeft het flink geregend, en vandaag (zondag) was het bewolkt en beduidend koeler. Heerlijk! We hadden afgesproken met Alicia, een collega van Rinke in een park in het centrum van de stad. Daar zou namelijk een feest zijn. Het bleek een enorme uitgebreide braderie, met bric en brac, straattheater, clowns met ballonnen en ook was er in het park een sportveld waar allerlei mannen zich uitsloofden met "fujiboll". Jitse, in het bezit van een echte voetbalfluit nam de gelegenheid waar om eens te fluiten. Het effect was spectaculair. Alle mannen stopten abrupt met rennen en keken verbaasd rond. Toen ze Jitse in de gaten kregen schoten ze in de lach. De scheids hief een quasi vermanende vinger.

Voor de rest was het park gevuld met mensen die rondliepen met een grote beker gemaakt van een kalebas met groen spul erin en een metalen rietje. Vaak ook nog met een thermosfles. De zg 'mate'. Mate is een soort sterke kruidige thee (met koffieachtige effecten) die sommigen blijkbaar de gehele dag drinken. In de supermarkt, bij de bushalte, in het park, overal zie je mensen hun kalebas met zich meedragen. Er zijn speciale handige houten rekjes, waarin precies een kalebas en een thermos inpassen.

Toen we honger kregen gingen we op zoek naar iets eetbaars en stuitten op een van de vele bufetten die hier rond het lunchuur geserveerd worden. Voor een bepaalde prijs, of "per kilo"(dan wordt je bord dus gewogen op een weegschaal) kun je van alles zelf pakken van een lopend buffet, dat vaak verrassend goed is. Het buffet waar we vandaag terecht kwamen (sabor do brick, (niet vertalen "als de smaak van baksteen") was ongekend uitgebreid. Allerlei soorten vers tropisch fruit, wel twintig verschillende soorten hoofdgerechten, en dan nog de toetjes. Veel soorten pasta, en als toetje sachertorte.

Hier in Rio Grande do Sul zie je veel italiaanse en duitse invloeden. Vooral rondom de tweede wereldoorlog is er veel emigratie geweest uit deze gebieden naar de "nieuwe wereld". Op straat veel blonde mensen met blauwe ogen,je in rap portugees te woord staan, en ook veel italianen die in het verkeer zich uitermate rustig gedragen.


In de winkels valt op dat de meeste grote artikelen érg laag geprijsd zijn. Bijvoorbeeld een stofzuiger voor 10 euro. Als je echter dan iets dichter bij het kaartje komt zie je ineens staan 6 x 10 euro. (6 parcelas do dez); Op afbetaling dus. Wat lastig is is dat je hier voor de meest gekke dingen een sofinummer nodig hebt. Voor het kopen van een mobiele telefoon, om te internetten in een internetcafé, of om je geld terug te krijgen bij het ruilen van iets dat kapot is. Maar gelukkig zijn de mensen heel behulpzaam. Toen ik een mobiel ging aanschaffen en duidelijk werd dat dat niet lukte omdat de spraakcomputer mijn paspoortnummer niet als braziliaans sofinummer wilde accepteren, vulde de verkoper zijn eigen nummer in. Het zelfde overkwam mij bij het internetten. Een andere klant die mij bij mijn gestuntel hielp overhandigde mij later zelfs nog haar visite kaartje met haar naam en sofinummer zodat ik ook in de toekomst nog kon internetten!

Wat hier bij helpt is natuurlijk dat we buitenlanders zijn. Mensen zijn heel nieuwschierig en vele malen per dag knoopt iemand een praatje aan, met de vraag waar we vandaan komen. Nederland blijkt een heel exotisch land.

Naast alle mogelijkheden en kleurrijke overdaad valt ook de armoede op. Tussen het feestgedruis zagen we een jongetje van een jaar of negen die (midden op de dag) lag te slapen in een van de buizen waar de kinderen doorheen konden klimmen. Hij zag er verwaarloosd uit. Later werd hij wakker en zat alles wat te observeren, zonder echt contact te maken met de andere kinderen. Toch was hij na een tijdje met een jongetje aan het voetballen. Toen we hem later tegenkwamen op de kermis hebben is Rinke een kaartje voor hem gaan kopen voor een van de attracties. Wat moet je anders? Hij keek blij en ging er meteen mee naar de botsautootjes. Maar het blijft vreemd, zo'n kind alleen.

Verder zie je de karretjes van de voddenrapers, die met de gehele familie rondrijden om vuilnis op te halen, en te sorteren op bruikbaarheid. Ik vindt het een gek idee dat onze vieze vuilnis helemaal door die mensen uitgeplozen wordt.

Rio Grande do Sul

Zaterdagavond waren we op bezoek bij Camilo, één van mijn collega's, die alweer heel wat jaartjes in Brazilië zit. Camilo is opgegroeid in Nederland vanaf zijn 5e, maar is oorspronkelijk Uruguayaan. Heel apart is het feit dat Camilo regelmatig op bezoek kwam in het kraakpand in Den Haag in de tijd dat Ingeborg daar woonde, toen ze een jaar of zeventien was. Nog opvallender is het feit dat Hugo, de andere Nederlander die hier al jaren voor strohalm werkt, en de collega met wie ik door de jaren heen het meest samenwerk van de Braziliaanse ploeg - in diezelfde periode in het kraakpand daarnaast woonde. En vervolgens zit je twintig jaar later met z'n allen in dezelfde stad aan de andere kant van de wereld...


Camilo vertelde wat over de cultuur van Rio Grande Do Sul, de deelstaat van Brazilië waar we zitten. Het schijnt dat we in de meest afwijkende deelstaat van het land zitten; het is de deelstaat helemaal in het uiterste Zuiden, op de kaart een raar aanhangsel aan Brazilië, half ingeklemd tussen Argentinië, Uruguay en de oceaan. Een deelstaat die trouwens flink wat groter is dan heel Nederland...Brazilië heeft een heel sterke nationale identiteit door het hele land heen - behalve in Rio Grande do Sul. Daar voelen de mensen zich in de eerste plaats "Gaucho", en dan pas Braziliaan.

Gaucho is de wat macho-achtige cultuur van de argentijnse pampa's, paardrijden, cowboyhoeden, wollen vachten en mate (of Churras). Dit laatste is een gek kruidenbrouwsel dat nog het beste te omschrijven is als heel sterke thee, wat traditioneel gedronken wordt uit een speciale beker met een speciaal metalen "rietje" met een filter aan het eind (zodat je de theekruiden zelf niet mee opzuigt). Je ziet heel veel mensen op straat met zo'n beker rondlopen; volgens Jefferson, een van de collega's, neemt het bijna religieuze vormen aan.


Die regionale identiteit is hier dermate sterk, dat er op een zeker moment in de geschiedenis zelfs een onafhankelijkheidsoorlog gevoerd is met als inzet de afscheiding van Brazilië. Die strijd is uiteindelijk opgelost in een overleg, waarbij de deelstaat (en als gevolg daarvan ook andere deelstaten) een grote mate van zelfstandigheid kreeg.